De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren

In juli jl. heeft de Tweede Kamer het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen. Later verscheen de tekst van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. In dit artikel geef ik een impressie van wat ik las.

Showelement
Het showelement in de parlementaire behandeling is groot, wat de vraag doet rijzen of de Tweede Kamer wel een serieuze instelling is. Zo wordt door kamerid Leijten een obligate grap over kamerplanten gemaakt:

Dan hebben we het over brievenbusmaatschappijen, die kunnen bestaan omdat de trustsector daar een locatie voor aanbiedt. Dat is een lege locatie. Daar staat vaak een kamerplant, omdat er volgens de Belastingdienst sprake moet zijn van “reële aanwezigheid van een levend organisme”. Nou, dan zet je een kamerplant neer in het kantoor en het is geregeld. Daarvoor waren brievenbussen nodig. Daarom heten ze nu “brievenbusmaatschappijen”. Je kan ze ook “kamerplantkantoren” noemen.

Al lezende vraag ik me af waartoe het slordige denken dat uit de parlementaire behandeling blijkt zal gaan leiden. Want teksten als:

De aanwijzing dat wij hier te maken hebben met een sector die tot op het bot ziek is, komt uit de Panama Papers

en

Wat doet een trustkantoor? Ik zal het maar eventjes vertellen. Er is een bouwtekening gemaakt voor een bedrijfsconstructie met een zo gunstig mogelijke belastinguitkomst. Die bouwtekening wordt gemaakt door een belastingadviseur en het trustkantoor gaat die bouwtekening uitvoeren. Het schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel, opent bankrekeningen voor de persoon, en kan daarmee verhullen wie erachter zit.

hebben niets met de werkelijkheid te maken.
Die werkelijkheid bestaat niet alleen uit trustkantoren en hun doelvennootschappen. Lachwekkend: de Kamer van Koophandel die wordt genoemd als partij die ‘bedrijven en doelvennootschappen‘ registreert.

Analyse ontbreekt
De kerntaak van trustkantoren, het optreden als statutair bestuurder van rechtspersonen, krijgt in de behandeling geen aandacht. De opmerking van kamerlid Van der Linde, dat zich bij zijn partij een keurige brancheorganisatie heeft gemeld, “een koninklijke brancheorganisatie nog wel, die zegt: wij vallen plotseling onder de definitie van trustkantoor”, geeft aan dat de basisprincipes van het toezicht op trustkantoren rammelen. Ook de discussie inzake het ‘opknippen’ van trustdiensten geeft aan dat de kern van de Wet toezicht trustkantoren niet goed doordacht is.

De kamerleden hebben het in relatie tot trustkantoren alleen over ‘een adres‘ bieden en over het regelen van formaliteiten. Zoals gebruikelijk worden bijzondere financiële instellingen, door trustkantoren bestuurde rechtspersonen en houdstermaatschappijen op één hoop geveegd. Een echte analyse van de rol van rechtspersonen en de bij die rechtspersonen betrokken personen, zoals bestuurders en aandeelhouders, ontbreekt.

Na een introductie met hoog Panama gehalte wordt er gesproken over ondergeschikte bureaucratische kwesties, zoals de positie van de compliance officer in het trustkantoor, het intrekken van de vergunning en een raad van commissarissen binnen het trustkantoor.
De kamerleden spreken over de ‘papieren werkelijkheid‘ van de trustkantoren; de door hen bepleite regels voor trustkantoren zijn dat ook. Met de werkelijkheid heeft het niets te maken.

Terug naar de kern
Over de kern werd niet gesproken. Wat mij betreft zouden de onderwerpen van discussie moeten zijn:

  • Waar zitten de verschillen tussen ‘gewone’ internationaal opererende rechtspersonen (en hun bestuurders) en de doelvennootschappen bestuurd door trustkantoren?
  • Hoe vult het trustkantoor de rol van statutair bestuurder van de doelvennootschap in. Hoe wordt er voor zorg gedragen dat de natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur exact op de hoogte zijn van de gebeurtenissen bij de doelvennootschap.
  • Op welke manier worden de mensen die bij het trustkantoor het statutair bestuur feitelijk uitvoeren ondersteund met (interne of externe) juridische, fiscale en andere expertise.
  • Op welke manier wordt er voor gezorgd dat er voldoende kennis is over de relevante buitenlanden. (Dat is iets waar internationaal opererende ondernemingen ook mee te maken hebben.)
  • Hoe wordt er voor gezorgd dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur voldoende toegerust zijn voor hun taak.

Binnen trustkantoren vinden veel administratieve en uitvoerende activiteiten plaats. Wellicht zou het goed zijn om die activiteiten apart te zetten van het statutaire bestuur.

Wat mij betreft mag de regelgeving inzake trustkantoren compleet op de schop.

Meer informatie:

  • Handelingen 27 juni 2018 inzake het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018.
  • Dossier overheid.nl inzake het wetsvoorstel Regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018) (34910).

Dit artikel schreef ik voor de site van Compliance Platform Trustkantoren

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Trustkantoren en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s