Eerste kamer vergaderde over ‘rule of law’ (de rechtsstaat) in Nederland

Op 22 mei jl. heeft de eerste kamer vergaderd over de staat van de rechtsstaat. In de samenvatting van 23 mei stond:

Dinsdag 22 mei gingen de leden van de Eerste Kamer met elkaar en met de ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (Rechtsbescherming) in debat over de staat van de rechtsstaat. Ze bespraken onder meer de toegankelijkheid van de rechterlijke macht, de (gevolgen van de) digitalisering van de rechtspraak en de financiering van de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Kamer debatteert over staat van de rechtsstaat
Tijdens het debat werden drie moties ingediend. Motie-Bikker (ChristenUnie) c.s. over de evaluatie van de contraterrorismewetgeving (EK 34.775 VI, T), motie-Ruers (SP) c.s. over het waarborgen van de positie van de rechterlijke macht binnen de trias politica (EK 34.775 VI, U) en motie-Duthler (VVD) c.s. over digitale transformatie (EK 34.775 VI, V). De motie van senator Bikker werd overgenomen, de motie van senator Ruers werd ontraden en de motie van senator Duthler wordt aangehouden tot minister Dekker een brief naar de Kamer heeft gestuurd met daarin een overzicht van lopende onderzoek naar digitale transformatie. De minister voor Rechtsbescherming zegde toe dat dat voor het zomerreces zal gebeuren.

De Kamer stemt op dinsdag 29 mei over de moties. (…)

De vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (nu Justitie en Veiligheid) heeft op initiatief van haar toenmalige commissievoorzitter Ankie Broekers-Knol besloten de Kamer voor te stellen om met enige regelmaat een debat te voeren over dit onderwerp. Reden hiervoor is dat veel van de wetsvoorstellen die in de Eerste Kamer behandeld worden consequenties hebben voor de staat van de rechtsstaat. Bijvoorbeeld omdat het de toegang tot de rechter of grondrechtelijke aspecten raakt. Een dergelijk breed debat biedt de mogelijkheid om deze (reeds behandelde en toekomstige) wetsvoorstellen in onderlinge samenhang te bezien.

Op 6 februari 2018 vond ter voorbereiding op het beleidsdebat van 22 mei een deskundigenbijeenkomst plaats. De twee thema’s die aan bod kwamen, waren de positie van de burger in de rechtsstaat en de positie van de rechterlijke macht binnen de trias politica.

 

Meer informatie: deze webpagina van de eerste kamer.
Hier zijn onder meer te vinden:

  • Verslag van de deskundigenbijeenkomt van de staat van de rechtsstaat II op 6 februari 2018 (EK, P)
  • Video van de deskundigenbijeenkomst van de staat van de rechtsstaat II op 6 februari 2018 (3 uur)
  • Verslag plenaire vergadering 22 mei 2018

Aanvulling 1 juni 2018
Via overheid.nl kan kennis worden genomen van het debat. Ook de witwasbestrijding kwam aan bod, zie onder meer:

Er zijn ook risico’s van corruptie, zowel publiek als privaat. Personen op sleutelposities bij overheid en bedrijfsleven worden kwetsbaar voor omkoping of beïnvloeding. De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat er ook risico’s ontstaan voor de integriteit van het openbaar bestuur. En daarnaast worden we geconfronteerd met bedreiging van ambtenaren en rechtshandhavers. Dat is onacceptabel. Met ondermijnende criminaliteit verdiend vermogen wordt geherinvesteerd in de legale economie: het witwassen. Dat bedreigt ook nog eens de integriteit van ons financieel-economische stelsel. (…)

Bij een versterkte aanpak van ondermijnende criminaliteit hoort tegelijkertijd goede aandacht voor rechtsstatelijke principes en waarden. Ik noem enkele voorbeelden. De gewenste brede, integrale aanpak betekent de inzet van een mix aan instrumenten: strafrechtelijk, bestuursrechtelijk, civielrechtelijk. Daarbij moeten we goede aandacht hebben voor rolzuiverheid van de betrokken overheidspartijen en voor een rechtmatige toepassing. We moeten niet komen op het gebied van détournement de pouvoir.

Er is vanuit de praktijk behoefte aan versterking, uitbreiding van het instrumentarium, zowel in het strafrecht als in het bestuursrecht. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de voorgenomen verhoging van de strafmaat voor deelnemen aan een criminele organisatie en om een wijziging van de Wet Bibob waarmee onderzoeksmogelijkheden van bestuursorganen worden uitgebreid en versterkt. Ook wordt vanuit de uitvoeringspraktijk gepleit voor verruiming van de mogelijkheden tot het afpakken van crimineel vermogen. Ten slotte zeg ik dat ik ook werk aan de mogelijkheid om door middel van samenwerkingsverbanden uitwisseling te verbeteren, volledig binnen de grenzen van wat wettelijk is toegestaan. Het gaat daarmee om ingrijpende nieuwe bevoegdheden die ook compenserende maatregelen vergen in termen van rechtsbescherming. Het gaat steeds om het vinden van de juiste balans. Het is een steviger aanpak, maar wel een die wordt vormgegeven vanuit heldere rechtsstatelijke waarden. Daar ben ik als minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor.

Voorts werd gesproken over privacy:

Ik gaf al iets aan over de ethische aspecten. Ik vind het belangrijk om bij deze ontwikkelingen steeds de kansen te schetsen. Die zijn er zeker. Ik ben niet somber, maar er zitten vaak ook dilemma’s aan ethische vraagstukken. Neem bijvoorbeeld privacy. Waar het debat over privacy vroeger vooral ging over hoe we mensen moeten behoeden voor een al te opdringerige overheid, zie je de discussie steeds meer kantelen. Daarbij gaat het om, wat met een mooi woord heet, horizontale privacy: hoe kunnen we de gegevens van burgers beter beschermen tegen inmenging van andere burgers of manipulatie van grote bedrijven? Daarom zal ik er straks uitvoeriger bij stilstaan. De recente gebeurtenissen rond bijvoorbeeld Facebook en het gebruik van gegevens door Cambridge Analytica illustreren in ieder geval het belang van de strenger wordende Europese privacywetgeving die deze week van kracht wordt. Maar ook als ik iets verder kijk naar de enorme vlucht die bijvoorbeeld spraak- en gezichtsherkenning nemen, denk ik dat we al snel een aantal extra stappen zouden moeten zetten.

De digitalisering werpt schaduwen vooruit:

Wordt het niet eens tijd om na te gaan denken over hoe we de menselijke waardigheid beschermen bij de introductie van nieuwe technologieën? Mevrouw Strik stelde in dit verband de vraag of het kabinet de impact van algoritmen wil onderzoeken en daarop een visie wil ontwikkelen. Mevrouw Van Bijsterveld vroeg naar de visie van het kabinet op de gevolgen van de digitaliserende samenleving op de trias en de rechtsstaat in brede zin.

Ik zie de thema’s die de leden aankaarten als thema’s die je langs drie sporen zou moeten oppakken. Eén, inzicht krijgen in waar het nu precies om gaat. Twee is visie vormen. Wat is de rol van de overheid? Waar zouden we willen reguleren en ook waar niet? En drie is om dat te concretiseren in concrete maatregelen. Als we dat niet op die manier doen, denk ik dat we te veel gaan lopen op drijfzand, zeker bij een thema dat al heel erg ingewikkeld is en heel snel verandert. Ik heb al gerefereerd aan de Nationale Digitaliseringsstrategie die u van ons zult ontvangen, maar er loopt meer. Misschien kan ik een aantal dingen langslopen, want die digitaliseringsstrategie staat niet op zichzelf.

Zo is er bijvoorbeeld in maart het kabinetsstandpunt uitgebracht over een tweetal rapporten van het Rathenau Instituut, Opwaarderen: borgen van publieke waarden in de digitale samenleving en Mensenrechten in het robottijdperk. Die rapporten geven belangrijke leads over de ethische aspecten die bij dit soort technologische ontwikkelingen een rol spelen. Ik geloof dat daarover een schriftelijk overleg met uw Kamer plaatsvindt. Er gaat binnenkort ook een adviesaanvraag uit naar de WRR om een discipline-overstijgend onderzoek te doen naar de impact van kunstmatige intelligentie op publieke waarden. Ons eigen WODC doet onderzoek naar juridische aspecten van algoritmen waar het gaat om de inzet van die algoritmen bij het zelfstandig nemen van besluiten, wat natuurlijk ook bij juridische geschillen en vormen van rechtspraak een rol speelt en kan gaan spelen, steeds meer.

Ik ben ter voorbereiding bezig met een brief waarin ik enkele gedachtelijnen zal neerzetten rond de toepassing van algoritmen en kunstmatige intelligentie in de rechtspleging. De Tweede Kamer heeft me daarom gevraagd. Die brief kunt u in het najaar verwachten, kort na de zomer. Ik ben ook bezig met het ontwikkelen van een visie op waar ik het in het begin over had, namelijk horizontale privacy en de aandacht die we moeten besteden aan de mogelijkheden om het gebruik van bepaalde nieuwe technieken te normeren, voor zover die technieken van invloed kunnen zijn op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Daarbij passen wel een aantal kanttekeningen. Ik heb gemerkt dat dit in alle operaties die er lopen, steeds een onderwerp is waarbij sprake is van schuivende panelen. Dat was ook een van de redenen dat het vorige kabinet in het standpunt op het WRR-rapport Big Data ervoor heeft gekozen om niet al te zwaar in te zetten op wettelijke regulering of wettelijke normering, maar om veel meer te denken aan een aantal principiële uitgangspunten. Denk aan het uitgangspunt dat big data bij het gebruik ervan up to date moet zijn of dat gebruikte algoritmes en analysemethodes deugdelijk moeten zijn. Anders zit er een te groot risico in van een bias.

Transparantie is daarbij zeker van belang. In dat verband kom ik bij mevrouw Duthler, die zich afvroeg of haatzaaierij en politieke desinformatie niet zouden kunnen worden geminimaliseerd als we veel meer transparantie van algoritmes afdwingen. Ook mevrouw Strik wees op het grote belang van controle en transparantie rond het gebruik van algoritmes. Dat uitgangspunt deel ik in de basis. Ik geloof ook echt wel dat transparantie daartoe kan bijdragen, maar in de praktijk loop je ook vaak tegen belemmeringen op. Laat ik een aantal noemen. Het feit dat algoritmen heel vaak diep zijn ingebed in software, software die ook nog eens een keer beschermd is door intellectueeleigendomsrechten. Je kunt geld verdienen met algoritmen, dus bedrijven zijn zuinig op het prijsgeven van hun geheimen. Verder kunnen er technische belemmeringen zijn die de transparantie van algoritmes verminderen. Als je nu kijkt naar bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, dan worden die algoritmes dermate complex dat het, zelfs als je er transparant over bent, heel moeilijk is om ze te kunnen doorgronden.

Dat neemt niet weg dat de overheid zelf het goede voorbeeld kan geven, om in ieder geval zelf zo transparant mogelijk te zijn wanneer zij algoritmes gebruikt. Ik wijs in dat verband op de big data toolkit die bij Justitie en Veiligheid in ontwikkeling is en die straks ook op de rijksoverheidswebsite zal verschijnen. Die bevat richtlijnen die eraan moeten bijdragen dat algoritmes die de overheid gebruikt, voldoende inzichtelijk zijn voor toezichthouders en voor rechterlijke controle. Ik verwacht dat die richtlijnen zo rond de zomer gereed zullen zijn.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s