Uitstel van betaling verlenen aan een consument: ondernemer is vergunningplichtig op grond van de Wft, tenzij…

Al eerder schreef ik over de krochten van de financiële recht, waarbij een administratiekantoor vergunningplichtig werd als het personeelsgegevens aan het pensioenfonds stuurde en advocaten zich niet meer met hun normale activiteiten (onder meer procederen tegen wanbetalers) mogen bezig houden. Hoe het financiële recht is verworden tot mandarijnenwetenschap blijkt wederom uit een recent gestarte internetconsultatie.

Strekking van het geconsulteerde voorstel is dat het aan een consument verlenen van uitstel van betaling al kan leiden tot vergunningplicht op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Om dat te voorkomen, wordt in de Vrijstellingsregeling Wft opgenomen dat het verlenen van uitstel van betaling onder voorwaarden niet tot vergunningplicht leidt. Er moet een vergunning worden aangevraagd als de betalingsregeling meer inhoudt dan:

  • betaling van de wettelijke rente;
  • een redelijke incassokostenvergoeding als gedefinieerd in het voorstel.

Iedere afwijking (bijvoorbeeld het vragen van een zekerheid) leidt tot vergunningplicht.

Consultatievoorstel

Kern van het voorstel is:

  • De Wft kent een ruim begrip kredietverlening. Uit de consultatietoelichting blijkt dat een internetwinkel die uitstel verleent aan een consument en een woningcoöperatie die een betalingsregeling treft met een huurder al geacht worden kredietverleners te zijn.
  • Op grond van artikel 1:20 Wft vallen de daar genoemde gevallen niet onder ‘kredietverlening’.
  • Om te voorkomen dat het verlenen van uitstel er toe zou leiden dat degene die beroep kan doen op artikel 1:20 Wft zijn uitzondering kwijt raakt, wordt de vrijstellingsregeling gewijzigd.

Artikel 3c van het voorstel bevat de voorwaarden (onder a. en b.) waaronder uitstel van betaling niet tot vergunningplicht leidt:

Artikel 3c
Van artikel 2:60, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld personen die uitstel van betaling verlenen van een uit een overeenkomst inzake krediet als bedoeld in artikel 1:20 van de wet voortvloeiende vordering tot betaling van een geldsom waarbij uitsluitend de volgende kosten in rekening worden gebracht bij de consument:

a. de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;

b. de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte op grond van artikel 96, tweede lid, onderdeel c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek jo. artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

In de toelichting staat onder meer het volgende:

In artikel 1:20 van de Wft is bepaald op welke financiële diensten met betrekking tot krediet de Wft niet van toepassing is. Het verlenen van uitstel van betaling wordt niet in artikel 1:20 genoemd. Het ligt echter voor de hand dat het verlenen van uitstel van betaling van vorderingen die voortvloeien uit kredietovereenkomsten als bedoeld in artikel 1:20 van de wet eveneens niet onder de Wft valt.

Te denken valt aan een internetonderneming die een consument de mogelijkheid biedt om een achterstallige betaling van een geldsom in termijnen af te lossen of een woningcoöperatie die een betalingsregeling treft met een huurder. Dit betekent dat wanneer in het normale handelsverkeer op enig moment een betalingsachterstand ontstaat, uitstel van betaling kan worden verleend wanneer de consument niet in staat is aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. Daarom is vrijstelling geregeld van de vergunningplicht voor het aanbieden van krediet voor personen die uitstel van betaling verlenen van een uit een overeenkomst inzake krediet als bedoeld in artikel 1:20 van de wet voortvloeiende vordering omdat de consument zijn betalingsverplichting niet is nagekomen of niet kan nakomen. In een dergelijk geval mag uitsluitend de wettelijke rente of een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bij de consument in rekening worden gebracht. Indien meer dan de hiervoor genoemde kosten in rekening worden gebracht bij de consument dan dient een vergunning te worden aangevraagd voor het aanbieden van krediet op grond van artikel 2:60 Wft.
Verder is vrijstelling geregeld van de vergunningplicht voor bemiddelaars (artikel 2:80 van de Wft) die een consument uitstel van betaling van een bestaande vordering tot betaling van een geldsom verlenen. (…)

Meer informatie:

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Uitstel van betaling verlenen aan een consument: ondernemer is vergunningplichtig op grond van de Wft, tenzij…

  1. Kees Huizenga zegt:

    En wat als de ondernemer wel rente in rekening wil brengen, maar niet de wettelijke rente (namelijk een lager tarief)..?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s