Extraterritoriaal werkende Amerikaanse wet JASTA aangenomen

Eerder schreef ik over de lange arm van Uncle Sam en over JASTA. Uit berichten in de pers blijkt dat JASTA inmiddels is aangenomen en dat benadeelden hun messen slijpen.

Het aannemen is een goede aanleiding om aandacht te besteden aan de gevolgen van JASTA voor Nederland.
In dat verband is het nuttig om kennis te nemen van de beantwoording in september jl. van kamervragen van kamerlid Recourt over deze wet.

Antwoorden 19 september jl. op kamervragen 

Vraag 2, 3 en 4
Indien de Justice Against Sponsors of Terrorism Act (Jasta) tot wet verheven zou worden, welke mogelijkheden biedt dat dan voor Amerikaanse burgers om de Nederlandse staat via een Amerikaanse rechter aansprakelijk te stellen voor schade ten gevolge van terrorisme?
Welke mogelijkheden heeft die Amerikaanse burger daartoe nu al en wat voegt deze wet daar aan toe?
Acht u het mogelijk dat met Jasta Amerikaanse burgers de Nederlandse staat aansprakelijk zouden kunnen stellen voor schade die zij hebben ondervonden door een terroristische daad in de Verenigde Staten die voor een deel in Nederland is voorbereid? Zo ja, acht u dit wenselijk en waarom? Zo nee, waarom maakt Jasta dit niet mogelijk?
Hoe verhoudt Jasta zich tot Nederlandse wetgeving, internationale verdragen of internationaal gewoonterecht ten aanzien van staatssoevereiniteit op grond waarvan een rechter uit een andere staat de Nederlandse staat niet kan vervolgen? Tot hoe ver reikt deze staatssoevereiniteit in dit verband op dit moment?

Antwoord 2, 3 en 4
Het wetsvoorstel «Justice Against Sponsors of Terrorism Act «is met name bedoeld om de nabestaanden van de aanslagen op 11 september 2001 in staat te stellen vreemde staten aan te klagen die betrokken zouden zijn bij die aanslagen. Het wetsvoorstel is op 8 september jl. aangenomen door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, nadat het in mei door de Senaat werd aangenomen. Nu ligt het wetsvoorstel ter ondertekening voor aan president Obama.
Het doel van JASTA is het beperken van de reikwijdte van de soevereine immuniteit van vreemde staten. JASTA voorziet in rechtsmacht van Amerikaanse rechters in zaken tegen vreemde staten voor persoonlijk letsel, overlijden of schade toegebracht binnen de VS als gevolg van een onrechtmatige daad, inclusief een terroristische daad, waar dan ook ter wereld begaan door een buitenlandse ambtsdrager. JASTA ziet hiermee op zaken tegen een vreemde staat voor handelingen die toe te rekenen zijn aan die vreemde staat. Het concept stelt aanpassing van de reikwijdte van soevereine immuniteit voor zoals nu vastgelegd in de Foreign Sovereign Immunities Act van 1976 (FSIA).
Het wetsvoorstel staat op gespannen voet met het internationaal recht. In het algemeen geldt dat een staat onder internationaal recht volledige immuniteit geniet van de rechtsmacht van een andere staat voor officiële staatshandelingen. Staten genieten geen immuniteit voor commerciële handelingen.
Of deze wetgeving in strijd zal zijn met internationaal recht hangt af van de wijze waarop zij door de Amerikaanse rechter geïnterpreteerd en toegepast zal worden. Naar aanleiding van discussie over de reikwijdte van JASTA tijdens de behandeling in de Senaat is een bevoegdheid tot interventie toegekend aan de Attorney General en de Secretary of State. Het is echter op dit moment niet te voorspellen op welke manier deze bevoegdheden ingevuld zullen worden, wat voor invloed zij zullen hebben op eventuele juridische procedures tegen een vreemde Staat op grond van JASTA, en of zij strijd met internationaal recht zullen kunnen voorkomen.
De huidige Amerikaanse administratie is geen voorstander van JASTA. Tijdens een hoorzitting voor de Judiciary Committee op 14 juli jl., verwoordde Anne Patterson, Assistant Secretary of State for Near Eastern Affairs, de bezwaren die bestaan tegen JASTA, ook bij de bondgenoten van de VS. Mocht president Obama zijn veto uitspreken over het wetsvoorstel, dan kan het Congres het veto alleen terugdraaien met een twee derde meerderheid.

Vraag 5
Wat is, meer specifiek, de stand van zaken met betrekking tot de United Nations Convention on Jurisdictional Immunities of States and Their Property en hoe verhoudt deze VN-conventie zich tot Jasta?

Antwoord 5
De goedkeuringswet is momenteel in ambtelijke voorbereiding. Dit verdrag, dat grotendeels het gewoonterecht weergeeft, bevestigt de regel dat Staten immuniteit van de rechtsmacht van andere Staten toekomt voor officiële staatshandelingen en niet voor commerciële handelingen. De VS is overigens geen partij bij dit verdrag. Voor het overige zie de beantwoording van vraag 2, 3 en 4.

Vraag 6
Kent Nederland wetgeving op grond waarvan een Nederlandse burger via de Nederlandse rechter de Amerikaanse staat kan vervolgen voor de verantwoordelijkheid voor schade ten gevolge van terrorisme? Zo ja, welke wetgeving betreft dit? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6
Schade door terrorisme zou naar Nederlands recht een vordering uit onrechtmatige daad zijn (artikel 6:162 BW) tegen degene die voor dat terrorisme verantwoordelijk is en aan wie dat terrorisme kan worden toegerekend. Betreft het een vordering tegen een vreemde staat, dan kan die vreemde staat een beroep doen op immuniteit. Dit volgt uit artikel 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 13a van de Wet algemene bepalingen. Op grond van die bepalingen wordt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beperkt door de uitzonderingen erkend in het volkenrecht. Welke uitzonderingen dit zijn, wordt bepaald door de interpretatie van de Nederlandse rechter van het internationaal recht. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een officiële staatshandeling, dat wil zeggen, handelen in de uitoefening van overheidsmacht (acta iure imperii) en privaatrechtelijk handelen waarmee de staat zich op voet van gelijkheid met het individu heeft geplaatst (acta iure gestionis). Alleen voor de acta iure imperii heeft een vreemde staat immuniteit. Bij de nadere invulling van die handelingen kijkt de Hoge Raad primair naar de aard van de handeling en laat hij zich mede leiden door het VN-Verdrag van 2 december 2004 inzake Jurisdictional Immunities of States and Their Property, Doc. A/59/508 inzake immuniteit, ook al is dit nog niet door Nederland geratificeerd (vgl. HR 11 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI6317). In dat VN-verdrag zijn onder meer commerciële transacties van staatsimmuniteit uitgesloten.
Of voor schade door terrorisme in Nederland een vordering tegen een vreemde staat kan worden ingesteld, zal dus mede afhangen van de aard van de handeling. Voor zover het gaat om typische uitoefening van overheidsmacht door een vreemde staat, zoals de in het artikel in de Volkskrant van 20 juni 2016 genoemde douanecontroles waarbij een persoon erdoor glipt die later een aanslag pleegt, zal een beroep op immuniteit van de vreemde staat steeds worden gehonoreerd.

Vraag 7
Deelt u de mening dat het niet wenselijk is dat een Amerikaanse burger via een Amerikaanse rechter de mogelijkheid krijgt om de Nederlandse staat voor schade aan te spreken voor terroristische misdrijven in de VS gepleegd? Zo ja, wat kunt u doen om te voorkomen dat dat het geval wordt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7
Nederland is van mening dat in het algemeen geldt dat een staat onder internationaal recht volledige immuniteit geniet van de rechtsmacht van een andere staat voor officiële staatshandelingen.
Op dit moment is niet te voorspellen wat de uitkomsten van het nationale wetgevingsproces ten aanzien van JASTA in de Verenigde Staten zouden kunnen zijn. Het is goed gebruik om niet op de uitkomsten van dergelijke interne processen in derde staten vooruit te lopen.
Nederland heeft evenwel de zorgen ten aanzien van JASTA kenbaar gemaakt aan de Amerikaanse regering, samen met andere EU-lidstaten. Nederland blijft het verdere wetgevingsproces nauw volgen en zal indien nodig, in EU-verband of bilateraal, de kwestie blijven opbrengen bij de Amerikaanse regering.

Nieuwe vragen 3 oktober 2016

Inmiddels heeft kamerlid Recourt op 3 oktober jl. nieuwe vragen gesteld:

Vragen van het lid Recourt (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat het Amerikaanse congres het veto van president Obama heeft overruled (ingezonden 3 oktober 2016).

Vraag 1
Kent u de berichten «Bloedneus voor Obama» [1] , «Congress Votes to Override Obama Veto on 9/11 Victims Bill» [2] en herinnert u zich uw antwoorden op de eerdere Kamervragen over dit onderwerp (Antwoord ontvangen 19 september 2016)? [3]

Vraag 2
Bent u nog steeds van mening dat een staat onder internationaal recht volledige immuniteit geniet van de rechtsmacht van een andere staat voor officiële staatshandelingen? Zo nee, waarom niet meer?

Vraag 3
Deelt u de mening dat de «Justice Against Sponsors of Terrorism Act» (JASTA) kan leiden tot het aansprakelijk stellen van de Nederlandse staat voor schade die Amerikaanse burgers hebben ondervonden door een terroristische daad in de Verenigde Staten voor zover die aanslag voor een deel in Nederland is voorbereid? Zo ja, deelt u de mening dat dit een onwenselijke inmenging in de soevereiniteit van Nederland is en een inbreuk maakt op de in het internationale recht geldende immuniteit voor de rechtsmacht van een andere staat voor officiële staatshandelingen en waarom? Zo nee, waarom maakt JASTA dit niet mogelijk?

Vraag 4
Hoe gaat u, nu het wetgevingsproces ten aanzien van JASTA is afgerond, uw zorgen over de mogelijk ongewenste gevolgen voor Nederland van deze wet kenbaar maken aan de Amerikaanse regering?

Vraag 5
Bent u bereid m met uw Europese collega-ministers van Justitie een gezamenlijke strategie te bepalen om de gevolgen van JASTA voor Europa zo gering mogelijk te maken en de Europese zorgen aan de Amerikaanse regering kenbaar te maken? Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?

Noten:

[1] De Telegraaf, 29 september 2016
[2] http://www.nytimes.com/2016/09/29/us/politics/senate-votes-to-override-obama-veto-on-9-11-victims-bill.html?_r=1
[3] Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 3560

Motie juli 2016

Op 6 juli 2016 heeft kamerlid Recourt een motie over JASTA ingediend, die is aangenomen:

gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in het kader van de behandeling van de Justice Against Terrorisme Act (JASTA) een hoorzitting organiseert;
overwegende dat met JASTA het handelen van de Nederlandse overheid binnen Nederland tot aansprakelijkheid in de Verenigde Staten kan leiden en daarmee tot astronomisch hoge schadevergoedingen;
overwegende dat JASTA een grote en ongewenste inbreuk is op de Nederlandse soevereiniteit;
spreekt uit dat de inwerkingtreding van JASTA zoals die thans voorligt voor Nederland onwenselijk is;
spreekt tevens uit dat dit standpunt bij voorkeur door het Nederlandse parlement of eventueel namens de Nederlandse regering wordt verwoord bij de hoorzitting die het Huis van Afgevaardigden houdt over JASTA,

Naar aanleiding daarvan deelde de minister van veiligheid in de memorie van antwoord inzake begrotingsbehandelingen eind september jl. mee “Ik zal uw Kamer hierover in het najaar van 2016 nader berichten.

Wordt vervolgd.

Meer informatie:

Parlementaire stukken:

De pers: artikelen over het aannemen van JASTA:

De Saoedies zijn boos:

Overige informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Juridisch diversen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s