Wetgevingswensen financiële toezichthouders | fintech, klokkenluiders, personentoetsing, kwaliteitsrekening, Wwft

Op 12 juli jl. heeft de minister van financiën de brieven met wetgevingswensen van DNB en AFM bekend gemaakt, alsmede de ministeriële reactie op die wensen. Hierna een greep uit de onderwerpen die aan bod komen.

Fintech leidt tot nieuwe toezichtvragen

AFM bespreekt de gevolgen van ontwikkelingen op het gebied van financiële producten, waarbij ook crowdfunding aan bod komt. Over de Payment Services Directive schrijft AFM:

Een concreet en actueel voorbeeld is de herziening van de Europese ‘Payment Services Directive’. Op grond van deze richtlijn mogen derde partijen, ‘Payment Initiation Service Providers’ en ‘Account Information Service Providers’, op verzoek van consumenten en bedrijven direct via de banken toegang krijgen tot hun rekeninggegevens om hun daarmee nieuwe diensten aan te kunnen bieden. De ‘Account lnformation Service Providers’ zullen zich richten op adviesdiensten, wat op het toezichtsterrein van de AFM ligt. Graag onderzoekt de AFM samen met uw ministerie en DNB hoe de toezichtstaken optimaal verdeeld kunnen worden.

Over crowdfunding schrijft de minister:

Ik deel de zorgen van de AFM met betrekking tot het ontbreken van een duidelijk eigen kader voor crowdfunding. Zoals ik in mijn reactie van 17 december 2014 op het rapport van de AFM over crowdfunding heb aangegeven, kan een specifiek wettelijk kader voor crowdfunding (op termijn) dan ook wenselijk zijn. Bij de vormgeving van een dergelijk kader zal rekening gehouden moeten worden met aspecten als bescherming van geldvragers en geldgevers, transparantie en continuïteit. Tegelijkertijd zal het kader de ontwikkeling van crowdfunding moeten ondersteunen en proportioneel zijn.

Klokkenluiders in de financiële sector

AFM dringt aan op (gedeeltelijke) strafrechtelijke vrijwaring voor klokkenluiders. De minister reageert als volgt:

Zoals de AFM aangeeft, zijn klokkenluiders een relevante informatiebron. Ik vind het daarom van belang dat de toezichthouders een beleidskader ontwikkelen over eventuele beloningen en vrijwaringen aan personen die relevante informatie verstrekken. Eventueel kan vervolgens worden gesproken over aanpassingen van de wet. Vooralsnog acht ik op basis van met het OM gevoerde gesprekken de kans echter klein dat strafrechtelijke vrijwaring specifiek voor klokkenluiders wettelijk kan worden geregeld.

Personentoetsing

Over de regelgeving inzake personentoetsing schrijft DNB als volgt:

3. Vertrouwelijke behandeling beroepsprocedures in toetsingszaken
Een belangrijke wettelijke taak van DNB is om voorgedragen bestuurders en commissarissen in de financiële sector te toetsen op geschiktheid en betrouwbaarheid. Deze bestuurderstoetsingen leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van de kwaliteit van het bestuur in financiële instellingen en daarmee aan een stabiele en integere financiële sector.
Het toetsingsproces kent een bijzonder karakter. Het betreft een oordeel over een persoon of bestuur met mogelijk grote impact op de betrokkenen. DNB hecht daarom groot belang aan zorgvuldige besluitvorming in het toetsingsproces, inclusief een effectieve toepassing van de reguliere bestuursrechtelijke waarborgen.
Uit signalen van de sector is gebleken dat het openbare karakter van de zittingen in beroep en hoger beroep er toe kan leiden dat rechtsbescherming minder sneI wordt gezocht omdat de behandeling in beginsel openbaar is, terwijl het individuele dossiers betreft die direct raken aan de persoonlijke belangen en reputatie van de betrokken personen.
Daarom wenst DNB de bestaande rechtsbescherming van getoetste bestuurders en commissarissen verder te versterken, door bij beroep en hoger beroep in toetsingszaken de zittingen bij de rechtbank en het College van Beroep voor het bedrijfsleven in beginsel achter gesloten deuren te Iaten plaatsvinden, tenzij de betrokken persoon anders verzoekt.
DNB verzoekt de uitzondering op openbaarheid van zittingen in artikel 1:101 Wft uit te breiden naar toetsingszaken in beroep en hoger beroep.

De minister reageert als volgt:

Ik onderschrijf het belang van het bieden van adequate rechtsbescherming aan getoetste bestuurders en commissarissen. Evenzo hecht ik aan het uitgangspunt van openbaarheid van rechtszittingen. Uitzonderingen hierop dienen op zwaarwegende gronden te worden gemaakt. Alvorens mij daarover uit te spreken, zal ik de resultaten van het thans gaande externe evaluatieonderzoek naar de toetsingen afwachten.

Kwaliteitsrekening financiële ondernemingen

DNB bepleit de invoering van kwaliteitsrekeningen voor financiële ondernemingen:

2.1. Kwaliteitsrekening financiële ondernemingen
Financiële ondernemingen, en in het bijzonder elektronische geldinstellingen, betaalinstellingen, (beheerders van) beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en banken, zijn onderworpen aan uiteenlopende regels ter bescherming van de eigendomsrechten van hun cliënten.
In de praktijk wordt door deze financiële ondernemingen doorgaans gebruik gemaakt van een bewaarinstelling of een stichting derdengelden die de aan de cliënten toebehorende gelden en financiële instrumenten bewaren. Een dergelijke vorm van vermogensscheiding is echter juridisch omslachtig en vanuit het oogpunt van administratieve lasten relatief kostbaar.
Een wettelijke kwaliteitsrekening faciliteert het gebruik van een omnibusaccount bij een bank, waar de tegoeden van meerdere cliënten gezamenlijk worden bewaard en waar per belanghebbende de bescherming van het depositogarantiestelsel van toepassing is. De introductie van een kwaliteitsrekening vereenvoudigt de regelgeving voor vermogensscheiding en draagt bij aan de stroomlijning van die regels over sectorgrenzen heen. Daar komt bij dat hiermee wordt aangesloten bij de in andere Europese lidstaten geldende praktijk.
DNB treedt graag in overleg over de invoering van een wettelijke kwaliteitsrekening voor de bescherming van eigendomsrechten van cliënten van financiële ondernemingen.

De minister reageert als volgt:

Ik ben bereid de wenselijkheid en mogelijkheden van deze wens te bekijken.

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)

DNB heeft behoefte aan aanpassing van de Wwft voor zover het de informatieuitwisseling betreft:

5. Bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering
Financiële instellingen zijn kwetsbaar om betrokken te raken bij witwaspraktijken en 28 juni 2016 terrorismefinanciering. Dergelijke betrokkenheid is niet alleen zeer schadelijk voor de reputatie van de Nederlandse financiële sector, maar heeft ook maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen.
De bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering vereist een nauwe samenwerking tussen de verschillende autoriteiten die actief zijn op het gebied van toezicht‚ controle, opsporing en vervolging. Op grond van de Wft is het DNB toegestaan toezichtinformatie uit te wisselen met de partners die zijn aangesloten bij het Financieel Expertisecentrum (FEC). In aanvulling hier op verzoekt DNB ook in de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) te verduidelijken dat toezichtinformatie uit onderzoeken die specifiek zijn uitgevoerd in het kader Wwft gedeeld kan worden met FEC-partners.
DNB wenst de grondslag voor het de/en van toezichtinformatie uit onderzoeken naar de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering met de FEC-partners te expliciteren in de Wwft.

De minister van financiën laat naar aanleiding van dit punt het volgende weten:

Ik heb een positieve grondhouding ten aanzien van deze wetgevingswens. Ik ben met DNB in gesprek over de vraag hoe de gewenste gegevensuitwisseling kan worden gerealiseerd, waarbij tegelijkertijd de gesignaleerde bezwaren over het delen van Wwft-informatie (waaronder vertrouwelijke gegevens over cliënten) zoveel mogelijk ondervangen worden.

Ook de AFM heeft wensen aangaande informatie-uitwisseling met andere instanties. De AFM wil graag met de Wwft-toezichthouder van de accountants, het Bureau Financieel Toezicht, gegevens uitwisselen:

Informatiedeling met Bureau Financieel Toezicht
In maart 2016 heeft de AFM aan de accountantsorganisaties die wettelijke controles verrichten, gewaagd aandacht te geven aan het risico betrokken te raken bij corruptiepraktijken bij de uitoefening van (controle)werkzaamheden. [2] Reden hiervoor is dat zich een aantal corruptieaffaires heeft voorgedaan waar Nederlandse ondernemingen bij betrokkenzijn. Corruptiepraktijken zijn volstrekt onacceptabel en risico’s op dit vlak moeten door de hele keten beheerst worden. Het is uiteraard primair de verantwoordelijkheid van de ondernemingen zelf, maar de accountant heeft hier een belangrijke signaleringsfunctie.
Accountantsorganisaties dienen op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) een integere en beheerste bedrijfsvoering te hebben waardoor zij risico’s in kaart kunnen brengen en op basis daarvan gepaste maatregelen treffen om betrokkenheid bij corruptie bij en/of door controleklanten tegen te gaan. Hier speelt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) een belangrijke rol. Dit geldt in het bijzonder voor de verplichting tot identificatie van cliënten en de meldplicht van ongebruikelijke transacties. Om als AFM te kunnen bepalen of de accountantsorganisaties deze risico’s voldoende beheersen, is informatie over naleving van de Wwft noodzakelijk. Deze informatie is bij het Bureau Financieel Toezicht (BFT) beschikbaar in zijn hoedanigheid van Wwft-toezichthouder op accountants. De AFM heeft verschillende mogelijkheden om relevante informatie te delen met het BFT. Andersom kan het BFT met de AFM slechts zeer beperkt informatie delen. Dit is alleen mogelijk indien de informatie ziet op het Wwft-toezicht van de AFM, maar niet als die informatie ziet op naleving van de Wta. Zoals hierboven beschreven, heeft de AFM deze informatie voor een goede uitoefening van dit toezicht wel nodig. Wij vinden het daarom belangrijk dat deze bevoegdheid wordt gecreëerd.

[2] Zie https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2016/mrt/corruptierisico-accountantsorganisaties

De minister schrijft in een reactie:

De noodzaak tot en implicaties van informatiedeling door het Bureau Financieel Toezicht voor de afbakening van taken van toezicht op de Wta en de Wwft worden verkend. Gelet op de specifieke taken van het Bureau Financieel Toezicht is het niet vanzelfsprekend dat het informatieverkeer twee richtingen krijgt.

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s