WODC-rapport inzake sanctionering van leidinggevende functionarissen

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van veiligheid (WODC) heeft onlangs een rapport uitgebracht over sancties tegen leidinggevenden. De opdracht is uitbesteed aan de Erasmus Universiteit. Auteurs waren prof. mr. S.D. Lindenbergh, mr. A.I. Schreuder en mr. J.H.J. Verbaan, allen verbonden aan de Erasmus School of Law. Geen van hen lijkt op het eerste gezicht over specifieke kennis op het gebied van het rechtspersonenrecht te beschikken. Zij lijken voornamelijk algemeen privaatrechtelijke en strafrechtelijk georiënteerd. De bestuursrechtelijke en financieelrechtelijke component lijken niet vertegenwoordigd.

Over  sanctionering van leidinggevende functionarissen wordt zeer veel geprocedeerd en geschreven. Daarom vroeg ik me af waarom aan het WODC is verzocht een dergelijk rapport uit te brengen en wat dit rapport toevoegt aan het bestaande gamma van handboeken over aansprakelijkheid van bestuurders en andere leidinggevenden.

De inleiding op het rapport verschaft weinig verheldering. Ronduit vreemd is dat in de eerste alinea wordt gesuggereerd dat onoorbare handelingen door rechtspersonen nieuw zouden zijn en dat het nieuw zou zijn dat gekeken wordt naar het aanspreken van leidinggevenden. Citaat:

Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt daarbij de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen c.q. hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken.

Ook een uitleg waarom dit rapport nodig is wordt niet gegeven. In de inleiding staat:

Met dit document wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken.
Het doel is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. Het rapport strekt er niet toe een uitputtende analyse te geven van alle gronden voor aansprakelijkheid en mogelijkerwijs op te leggen sancties, nu de beoogde overzichtsfunctie dan (groten)deels verloren zou gaan.

Mij lijkt dat dergelijke overzichten er al lang zijn. Voorts is dit WODC-rapport zo oppervlakkig en op veel punten onnauwkeurig dat een beleidsmaker er weinig mee kan. Helaas heb ik geen tijd gehad om het rapport op juridische juistheid te toetsen, maar ik geloof niet dat ik er op af zou durven te gaan.

Enkele aantekeningen naar aanleiding van het rapport

In het rapport wordt terecht breder gekeken dan alleen naar de statutaire bestuurder; ook is juist om zowel privaatrecht, bestuursrecht als strafrecht te behandelen.

Vreemd is dat in het rapport personenvennootschappen mee worden genomen, zonder de positie van de vennoten voldoende uit te diepen. Het was beter geweest als de auteurs de rapportage tot rechtspersonen hadden beperkt.

In het rapport is sprake van inconsequent gebruik van de terminologie inzake het subject van het onderzoek (‘functionarissen’, ‘leidinggevenden’), een terminologie die ook niet aansluit bij de begrippen die in de regelgeving wordt gebruikt.

Hinderlijk is dat de auteurs spreken over ‘ontzetting uit beroep‘ spreken als zij het hebben over ontslag van een statutair bestuurder van een rechtspersoon (onder meer pagina 13), terwijl er elders over ‘beroep’ wordt gesproken als het uitoefenen een specifieke activiteit (bijvoorbeeld pagina 28: horecaondernemer, leidinggevende bij een bedrijf actief met gevaarlijke stoffen). Nu het woord ‘beroep’ ook voor de gereguleerde beroepen (advocaat, notaris, accountant, enzovoorts) wordt gebruikt, is de keuze voor dit woord niet gelukkig.

Soms wordt ingegaan op detailwetgeving die mij voor het algemene beeld weinig belangrijk lijkt.

Risicoaansprakelijkheid voor alle leidinggevenden?

Een gemiste kans is dat de auteurs niet expliciet ingaan op de vraag in hoeverre en wanneer verdedigbaar is dat leidinggevenden aansprakelijk dienen te zijn als geen sprake is van een ‘ernstig verwijt’ (hierna: ‘het schuldvereiste’), het klassieke criterium in het rechtspersonenrecht. Een daarmee samenhangende vraag is of – als het schuldvereiste wordt losgelaten – dat ook mag gelden voor leidinggevenden die geen statutair bestuurder of statutair toezichthouder (commissaris) zijn.
Anders gezegd: wanneer is het te rechtvaardigen dat een leidinggevende aansprakelijk is omdat hij “beter had moeten weten” of “had moeten ingrijpen” (kleurloos opzet, risicoaansprakelijkheid). En: in welke gevallen is het te rechtvaardigen dat iemand die geen formele functie heeft bij de rechtspersoon (geen statutair bestuurder of statutair toezichthouder) met aansprakelijkheidsrisico rekening moet houden.

Dit is belangrijk, omdat in veel nieuwe bestuursrechtelijke en andere wetgeving het schuldvereiste wordt losgelaten, om het voor justitie en overheid makkelijk te maken leidinggevenden aan te pakken. Dat kan betekenen dat de ‘verkeerde’ wordt gepakt, wat kan leiden tot onbegrip in de samenleving.

Tot slot

Persoonlijk denk ik dat het nuttiger zou zijn geweest als de auteurs hadden gekozen voor een behandeling van de belangrijkste regelingen in privaatrecht, bestuursrecht en strafrecht en aandacht zouden hebben besteed aan de algemene tendensen die zichtbaar zijn, zoals het afnemend belang van het schuldvereiste en de plannen om naming & shaming vaker in te zetten.

Meer informatie

Dit artikel heb ik ook op mijn weblog over modernisering van het ondernemingsrecht gepubliceerd.

Aanvulling 28 januari 2016: taalkundig aangepast, naar aanleiding van een reactie van een lezer, waarvoor dank.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Strafrecht en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s