Vermindering regeldruk door verbeterde overheidsinformatie over de regels | per 1-1-2016 verplichte NEN-normen gratis beschikbaar

Het Adviescollege toetsing regeldruk ‘Actal’ bracht in oktober 2015 een lezenswaardig rapport uit over vermindering van de regeldruk door wettelijk verwezen normen. Het onderwerp van dit advies zijn de normen die door het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) zijn opgesteld en die soms door de overheid verplicht worden gesteld. Actal adviseert onder meer om te zorgen voor laagdrempelige toegang van de NEN-normen:

Tot slot moet de drempel om kennis te nemen van de inhoud van normen zo laag mogelijk zijn. Actal adviseert om een online vindplaats in te richten waar ondernemers alle gratis beschikbare normen kunnen raadplegen. Ongeacht de opsteller van de norm.

Inmiddels heeft de rijksoverheid besloten dat de dwingende NEN-normen per 1 januari 2016 gratis ter beschikking moeten worden gesteld.

Het advies van Actal is van bredere betekenis, omdat de problemen die Actal signaleert ook optreden bij allerlei andere soorten regelgeving, onder meer de financiële regelgeving (inclusief witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding). Actal heeft de volgende kritiek:

1. Onduidelijke verwijzing
Als de wet- en regelgeving een industrienorm aanwijst, is weliswaar duidelijk om welke norm het gaat, maar vaak niet wat precies de wettelijke eis is waaraan de norm invulling geeft. Zo wordt vaak alleen verwezen naar de titel van de norm, zonder te specificeren welke onderdelen van de norm van toepassing zijn. Het gevolg is dat bedrijven of burgers zich inspannen om aan de complete norm te voldoen, terwijl slechts enkele onderdelen noodzakelijk zijn om aan de wettelijke eis te voldoen. Er is dan sprake van nalevingsoverschot uit angst niet voldoende compliant te zijn.

2. Hoge kennisnamekosten
Onder kennisnamekosten verstaan we:
– de tijd die nodig is om op te zoeken wat de wettelijk geëiste normen zijn;
– het aanschaffen van de relevante normen (out-of-pocketkosten);
– de tijd die nodig is om de relevante normen te raadplegen, te doorgronden en te bepalen welke delen van de norm onder de wettelijke eisen vallen;
– de tijd die nodig is om te doorgronden wat er moet gebeuren om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen.
Deze kennisnamekosten worden als onnodig hoog ervaren.

3. Toezichthouders eisen meer dan het wettelijk minimum
Toezichthouders en de bedrijven die zij controleren, kunnen niet altijd makkelijk vaststellen of aan een wettelijke eis wordt voldaan. In de praktijk eist de toezichthouder daarom vaak dat het bedrijf aan de hele norm voldoet, ook als hij wettelijk slechts aan een onderdeel van de norm hoeft te voldoen. Dit betekent dat de toezichtlasten onnodig hoog zijn.

4. Onnodig hoge kosten voor alternatieve oplossing
We spreken van facultatief aangewezen normen, als naleving van deze normen voldoende bewijs vormt dat het bedrijf aan de in de wetgeving gestelde eis voldoet (bewijsvermoeden voor een essentiële eis). Voor dit soort normen zijn alternatieve oplossingen toegestaan, op voorwaarde dat de ondernemer kan aantonen dat het alternatief ten minste gelijkwaardig is aan de norm. [2] Het is voor ondernemers vaak niet duidelijk waar een dergelijk gelijkwaardigheidsonderzoek aan moet voldoen. Bovendien worden succesvolle gelijkwaardigheidsonderzoeken (bijvoorbeeld vanuit concurrentieoverwegingen) niet beschikbaar gesteld, waardoor elk bedrijf ze opnieuw moet uitvoeren. Dat brengt onnodig hoge kosten mee. Het gevolg is dat bedrijven in de praktijk minder vaak een gelijkwaardig en minder belastend alternatief toepassen dan mogelijk is, met onnodige regeldruk als gevolg.

5. Grote complexiteit van normen
Normen zijn bedoeld en ontworpen voor alle voorkomende situaties en geschreven met het oogmerk van vrijwilligheid. De meest complexe situatie wordt daarom in de norm als uitgangspunt gehanteerd. Hierdoor zijn de normen over het algemeen minder geschikt voor eenvoudige situaties. Het gevolg is dat wettelijk geëiste normen veelal niet aansluiten op de praktijk van burgers en kleine bedrijven.
Deze signalen waren voor Actal aanleiding om een onderzoek en een inventarisatie uit te voeren. In het onderzoek is nagegaan aan de hand van concrete casuïstiek hoe niet- (norm)deskundigen te werk gaan als zij worden geconfronteerd met wettelijke eisen die verwijzen naar een norm. Bij deze niet-(norm)deskundigen gaat het veelal om burgers en kleine bedrijven die wel de norm moeten hanteren maar niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de norm. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat:
– de wet niet transparant is over welke eisen met de norm worden opgelegd;
– de informatievoorziening niet is toegesneden op niet-(norm)deskundigen;
– niet-(norm)deskundigen de wettelijk geëiste normen vaak niet kunnen toepassen;
– er geen duidelijkheid bestaat over hoe iemand de gelijkwaardigheid van een norm en een alternatieve oplossing moet aantonen.

Noot
[2] Alternatief wil hier zeggen: wel voldoend aan de wettelijke eis, maar niet aan de norm. Bij een niet-dwingende verwijzing naar een norm is dat toegestaan.

Het college signaleert ook dat sprake is van kennisvoorsprong van de (grotere) ondernemingen en instellingen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de normen.

3.3 Ongelijke informatiepositie
Normalisatie vindt plaats in de wereld van (norm)deskundigen. Zij bepalen welke normen ontwikkeld moeten worden en organiseren de normcommissies. Vervolgens stellen zij de normen op in overleg met verschillende partijen uit de industrie.
Het kartelverbod in de Mededingingswet staat het maken van onderlinge afspraken in de weg. Dit verbod geldt echter niet voor verbeteringen die bijdragen aan de technische of economische vooruitgang (Art. 101 lid 3 VWEU en Art. 6 lid 3 Mededingingswet). Voorwaarde is dat de afspraken er niet toe leiden dat een wezenlijk deel van de ondernemingen voor mededinging wordt uitgeschakeld. Normcommissies worden daarom geacht alle belangen af te wegen. Dat geldt ook voor de belangen van (kleine) bedrijven en burgers die niet aan een normcommissie willen of kunnen deelnemen. Voor het afwegen van de belangen van de niet-deelnemende partijen hanteren de normcommissies het uitgangspunt dat het volgen van een norm vrijwillig is. Als de wetgever later de betreffende norm alsnog dwingend oplegt, is dat van invloed op het belang van de partijen die niet aan de normcommissie hebben deelgenomen.
Normdeskundigen en inhoudsdeskundigen hebben een grote informatievoorsprong op niet- (norm)deskundigen. De informatieachterstand van de niet-(norm)deskundige partijen heeft bij een wettelijke verplichting grotere gevolgen dan bij een vrijwillige industrienorm. De wetgever kan daarom niet volstaan met de aanname dat de normcommissie alle belangen heeft afgewogen. Bij het verplichten van een norm dient te worden vastgesteld dat de belangen van de niet-deelnemende partijen door het verplicht maken niet worden geschaad.
Om een beeld te krijgen van de regeldruk die burgers en bedrijven ervaren door wettelijk geëiste of facultatief aangewezen normen, hebben wij laten onderzoeken hoe zij te werk gaan bij het naleven van de wet. Onderwerp van dit onderzoek was de werkwijze van betalende partijen die zelf niet-normdeskundig zijn. Uit het onderzoek blijkt dat het voor de betalende MKB’er en burger vrijwel onmogelijk is om zonder specifieke kennis de wettelijke eis te achterhalen.10 De complexiteit blijkt ook uit de bevinding dat zelfs inhoudelijk deskundigen moeite hebben om vast te stellen wat de wettelijke eis is, en dat zij hier verschillend over communiceren.11
Verder bleek uit het onderzoek dat niet-(norm)deskundigen geen tegenspel kunnen bieden aan leveranciers die oplossingen aanbieden, waarvan ze zeggen dat deze ‘wettelijke verplicht’ zijn. Wij hopen dat met het kosteloos beschikbaar stellen zulk tegenspel wel kan worden geboden. Aangezien het niet de taak van de wetgever is om het belang van leveranciers te dienen, zal de regeldruk nog verder kunnen afnemen als de informatie over facultatieve verwezen normen voor niet-(norm)deskundigen transparanter wordt.

Wij adviseren om:
– per facultatief verwezen norm te onderzoeken of deze niet onbedoeld het belang van specialistische leveranciers dient, ten koste van hun betalende afnemers;
– de wettelijke verwijzing naar een norm te schrappen als het bovenstaande onderzoek voor de afnemers ongunstig uitvalt;
– de informatievoorziening over facultatief aangewezen normen toe te snijden op niet- (norm-)deskundigen en daarbij ook de inhoudelijke, wettelijke eisen te publiceren.

Noten
10 Zie de casus zonnepanelen en keuring elektrische apparaten in het onderzoek door Deloitte (bijlage 3).
11 Bijvoorbeeld de keuringsfrequentie brandblussers: volgens de norm en de Brandweer moet dat jaarlijks, volgens de wet eens per twee jaar.

Actal dringt er in het advies op aan de teksten te schrijven in “voor niet- (norm)deskundigen leesbare bewoordingen“.

De hier gesignaleerde problemen zullen door veel ondernemers in andere sectoren worden herkend. De oplossingen die Actal aandraagt lijken ook voor andere sectoren zinvol.

Meer informatie

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Juridisch diversen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s