De chaos van de Wwft informatievoorziening

Nog steeds is de informatievoorziening over de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) één grote chaos. Die wordt onder andere veroorzaakt doordat alle overheidsinstellingen die op de naleving van deze wet toezien, hierna ‘toezichthouders’, hun eigen richtlijnen, handleidingen en dergelijke uitbrengen. Ik vrees dat daar ook een rol in speelt dat de toezichthouders willen laten zien hoe goed ze met de witwasbestrijding bezig zijn. De versnipperde informatievoorziening wordt ook veroorzaakt doordat er veel verschillende overheidsinstellingen met dat toezicht bezig zijn.Opvallend aan alle handleidingen en richtlijnen is dat alle toezichthouders daarin de wet samenvatten. Het zou veel beter zijn als er een algemene korte inleiding over de Wwft werd uitgebracht die bruikbaar is voor alle toezichthouders en die kan ingevoegd in de eigen teksten. De informatie die de toezichthouders verschaffen hoort nl. te gaan over de specifieke zaken die voor hun doelgroep van belang zijn.

Leidraad AFM

In maart 2015 bracht de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een leidraad uit over naleving van Wwft en de Sanctiewet. Nu de AFM toezicht houdt op een grote variatie aan ondernemingen, is het jammer dat die doelgroep niet is vermeld in de titel van de leidraad. Pas op pagina 5 is in hoofdstuk 1 te vinden dat de leidraad zich richt op belleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen, icbe’s en financiëledienstverleners voor zover zij bemiddelen in levensverzekeringsovereenkomsten. Ik duid hen hierna aan als ‘Wwft-plichtigen’.

Objectieve en kenbare indicatoren

De AFM schrijft op pagina 6 dat op grond van de Wwft cliënten in risico categorieën moeten worden ingedeeld en dat dit geschiet op basis van ‘objectieve en kenbare indicatoren’. Ik ben heel benieuwd hoe dat moet. Jammer dat de AFM niet een bijlage met die indicatoren toevoegt aan de leidraad. Of is het wishful thinking dat dergelijke indicatoren bestaan?

Vereenvoudigd cliëntenonderzoek

De tekst over het vereenvoudigd cliëntenonderzoek, hoofdstuk 4 van de leidraad, is ronduit vreemd. Terwijl in de wet staat dat de Wwft-plichtige gegevens moet verzamelen en vastleggen waaruit blijkt dat de cliënt valt in de categorie waarop het vereenvoudigde onderzoek van toepassing is, spreekt de AFM over vaststelling + vastlegging van de identiteit van de cliënt en het doel en de aard van de transactie. 

Verder spreekt de AFM in dit hoofdstuk over ‘voorbeelden’ van artikel 7 van de wet. Dat zijn geen voorbeelden, maar extra gevallen waarin het vereenvoudigd cliëntenonderzoek moet worden toegepast.

De AFM heeft kennelijk de wet niet goed gelezen. Wellicht dat dit hoofdstuk in een volgende versie kan worden gecorrigeerd.

Landenrisico

Paragraaf 7.1 over het landenrisico is onbegrijpelijk. In de tweede alinea wordt gemeld dat landen kunnen worden aangewezen, waarbij iedere transactie automatisch ‘ongebruikelijk’ is in de zin van de Wwft. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft een dergelijke aanwijzing niet plaats gevonden (al spreken de indicatoren van het uitvoeringsbesluit Wwft er wel over). In de tweede alinea spreekt de AFM over Iran en Noord-Korea, waarmee gesuggereerd wordt dat deze landen zouden zijn aangewezen.

Cliënten- en productrisico

De AFM wijst in paragraaf 7.2 er op dat bepaalde cliënten een hoger risico met zich meebrengen en daarom een hoger risico opleveren. Vervolgens wordt als voorbeeld genoemd “instellingen die niet zijn onderwerpen aan een vorm van toezicht”. Hier begrijp ik niets van: wat wordt met ‘instelling’ bedoeld? En wat verstaat de AFM onder “een vorm van toezicht”? Hier wordt de lezer het bos ingestuurd. Het kan toch niet zo zijn dat alle rechtspersonen (privaatrechtelijk en publiekrechtelijk) die niet onder de Wet op het financieel toezicht, Wet toezicht trustkantoren of een andere financiële toezichtwet vallen per definitie in een hogere risicocategorie vallen?

Ook bijzonder is dat men denkt dat er ‘beroepen’ zijn met ‘een nauwe verwantschap met witwassen en fraude’. Vervolgens spreekt de AFM niet over beroepen (advocaat, notaris, accountant, medische beroepsbeoefenaren) maar over bedrijven. Als de tekst lees als ‘bedrijven met een nauwe verwantschap met witwassen en fraude’, vind ik dat ook al een akelige tekst. Ik begrijp niet hoe de auteur dit uit zijn of haar pen heeft kunnen krijgen. Dat in bepaalde sectoren meer fraudeurs voorkomen, zal ongetwijfeld statistisch zo zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je alle ondernemers uit zo’n sector over één kam kunt scheren.

Ook mooi is dat de AFM – in de passage over productenrisico – nieuwe of vernieuwende producten en diensten in de ban doet, samen met online dienstverlening. Dergelijke producten en diensten zouden per definitie een hoog risico opleveren.

In de paragraaf over productrisico ontbreken levensverzekeringen en hypotheken, terwijl AFM in de paragraaf over opleiding (9.2) opmerkt dat zou zijn gebleken dat financiëledienstverleners die in levensverzekeringen en hypotheken bemiddelen te maken kunnen krijgen met mogelijke witwassituaties. Waarom is dit niet in de paragraaf over productrisico’s opgenomen? En waarom zijn die risico’s niet verder toegelicht zodat de financiëledienstverleners beter alert kunnen zijn.

Verplichtingen zonder wettelijke basis / hoe Wwft en sanctieregelgeving door elkaar worden geklutst

Hoewel in de inleiding op de leidraad wordt gezegd dat de wet op verschillende manieren kan worden nageleefd, blijkt uit sommige passages in de leidraad dat de AFM wel degelijk ‘bindend’ beleid formuleert waar de Wwft-plichtigen zich aan moeten houden.

Op pagina 14 van de leidraad stelt de AFM dat een Wwft-plichtige op grond van de Wwft een persoon die op een sanctielijst staat (‘geliste persoon’) niet als cliënt zou mogen accepteren. Daar biedt de Wwft geen grondslag voor: de Wwft schrijft voor dat dienstverlening geweigerd moet worden als het cliëntenonderzoek niet correct kan worden uitgevoerd of als er aanwijzingen zijn dat iemand zich aan witwassen of terrorismefinanciering schuldig maakt. Er is alle reden om kritisch te zijn ten aanzien van geliste personen, maar de Wwft biedt geen grondslag voor ‘automatische’ weigering.

Op pagina 9, 16 en 20 van de leidraad schrijft de AFM dat de constatering door een Wwft-plichtige dat sprake is van een (voorgenomen) transactie – naar ik aanneem door de Wwft-plichtige – met een bestaande of nieuwe cliënt die op een sanctielijst staat, deze transactie op grond van de Wwft aan FIU-Nederland moet worden gemeld. Voorts meent de AFM dat een dergelijke (voorgenomen) transactie een ‘incident’ vormt in de zin van de financiële toezichtwetgeving. Het is interessant om te zien dat hier de band met de wettelijke grondslagen wordt los gelaten:

  • Een ongebruikelijke transactie moet worden gemeld als de Wwft-plichtige het vermoeden heeft dat sprake is van witwassen of terrorismefinanciering, er dient een vorm van toetsing plaats te vinden. Dat een persoon ‘gelist’ is op grond van de sanctieregelgeving, betekent juridisch nog niet dat er een vermoeden is als hiervoor bedoeld.
  • Op grond van de regels van het financiële toezicht, is sprake van een incident als de gebeurtenis een bedreiging vormt voor de integriteit van de Wwft-plichtige. Ook hier dient een extra toetsing plaats te vinden. 

Dit beleid van de AFM leidt er toe dat de Wwft-plichtige in strijd met wet- en regelgeving moet handelen, om aan de wensen van de AFM te kunnen voldoen. Ik acht het onjuist dat AFM via een ‘niet-bindende’ leidraad dergelijke regels voorschrijft.

Tot slot

Het is me al eerder opgevallen dat de overheid in het kader van stoer optreden op het gebied van criminaliteitsbestrijding activiteiten van de burger verwacht zonder wettelijke grondslag. Ook merk ik dat de verschillende vorm van ‘fout’ gedrag door elkaar worden gehusseld. Zo raken overheid en Wwft-plichtige burger volledig de weg kwijt. Het wachten is op de eerste juridische slachtoffers: Wwft-plichtigen die op kosten worden gejaagd door discussies over correcte naleving van de Wwft en andere integriteitsregelgeving.

Bijlage

Indicator Wwft voor beleggingsondernemingen:

  • Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.
 
  • Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een op grond van artikel 9 van de wet aangewezen staat. 

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De chaos van de Wwft informatievoorziening

  1. Guus Aulbers zegt:

    Wederom een prachtige samenvatting over hoe de toezichthouders, vergeet ook DNB niet, deze wet uitleggen en laat staan controleren. Al jaren proberen wij telkens informatie te krijgen, maar zowel de AFM als de DNB geeft geen thuis. Veelal krijgen wij of de klant het antwoord ‘dat zullen we bij een eerstvolgende audit bij de client vaststellen’ Zo ook de omschrijving periodieke controle, we hebben zelfs een klant, een vooraanstaande Nederlandse financiële instelling’, die eens per drie jaar controleert. Het is inderdaad ook periodiek, maar ik betwijfel of de wetgever dat bedoelt’ Een deel van de ‘verwarring’ wordt natuurlijk ook ingegeven door de overkoepelende organisaties, zo gaf het Verbond voor verzekeraars vorig jaar nog aan dat verzekeringsinstellingen niet behoeven te controleren. Uit kosten oogpunt wellicht begrijpelijk, vanuit de wetgever onbegrijpelijk. Het wachten zal inderdaad zijn op een eerste confrontatie, duidelijkheid zou in deze wel heel erg wenselijk zijn. Guus Aulbers, consultant ProManIT Europe, leverancier PEPlijst.

  2. [anoniem] zegt:

    Ik ben het volkomen eens met de chaos met de wwft informatie voorziening, ik heb een zaak bij het Kifid en heb daar ook met deze wet te maken. Ik heb daar een vraag over, maar ik weet niet of u dat kunt/wilt beantwoorden. Het gaat over wwft art 1 lid b; client is iemand waarmee een zakelijke relatie mee wordt aangegaan, art lig g; zakelijke relatie, verbandhoudende met prof. activiteiten. Wil het zeggen dat de wet niet van toepassing op particulieren? Heeft u daar misschien een mening over, zover ik kan nagaan worden particulieren niet genoemd.
    Het Kifid heeft zeer slimme ex rechters van de Hooge Raad, daar kan ik als gewone man weinig tegen in brengen. Een kort antwoord zou ik zeer op prijs stellen.
    Met vriendelijk groet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s