Vragen in de vaste commissie over de datum van invoering van het ubo-register en over de risico’s voor de ubo’s

Het ubo-register dat in aantocht is, is onlangs in de vaste commissie voor Financiën van de tweede kamer tijdens een schriftelijk overleg besproken. Het verslag is op 20 mei jl. vastgesteld. In het verslag komen onder meer de datum van invoering aan de orde (niet vóór medio 2017 te verwachten), de toegang voor personen ‘met legitiem belang’ en de risico’s voor de ubo. De antwoorden geven nog niet in detail aan hoe een en ander in Nederland zal worden geïmplementeerd.

Onderstaand een citaat uit het verslag:

Uiteindelijk Belanghebbende register

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of de regering de mening deelt dat de sancties zouden benadrukken dat maximale transparantie over in Nederland gestalde vermogens en de uiteindelijke belanghebbende daarvan, nodig zou zijn. In dat kader zien deze leden een rol voor een openbaar register van uiteindelijke belanghebbenden (UBO-register). Zij vragen of de regering streeft naar het instellen van een UBO-register, of de regering zich wil inspannen voor het op korte termijn realiseren hiervan en of hiervoor een streefdatum kan worden gegeven. De leden van de GroenLinks-fractie suggereren 1 januari 2016 als streefdatum omdat dit een datum is die wordt gehanteerd in de herziene administratieve bijstandsrichtlijn.

Eind 2014 is een akkoord bereikt tussen de Raad van Ministers en het Europees parlement over een vierde richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Op grond van deze richtlijn moet iedere lidstaat een UBO-register instellen. In de overwegingen bij deze richtlijn is opgenomen dat UBO-informatie een belangrijke factor is bij het opsporen van criminelen die hun identiteit achter een bedrijfsstructuur verbergen. De regering onderschrijft dit. De mate van openbaarheid van dit UBO-register is een belangrijk onderwerp van gesprek geweest tussen Raad en parlement en in de uiteindelijke tekst van de richtlijn is een balans gevonden tussen enerzijds de bescherming van de privacy en de fysieke veiligheid van UBO’s en anderzijds de belangen van toezicht en opsporing, naleving door meldingsplichtige instellingen en transparantie in meer algemene zin. De definitieve richtlijntekst zal naar verwachting in de zomer van 2015 beschikbaar zijn, dan kan het proces van implementatie in Nederlandse wetgeving beginnen. Voor de richtlijn geldt een implementatietermijn van 2 jaar; de implementatie, en dus het instellen van een UBO-register, zal dan ook halverwege 2017 moeten zijn voltooid. Wij zullen deze implementatietermijn aanhouden en niet die van de herziene administratieve bijstandsrichtlijn. Gezien het feit dat het instellen van een UBO-register een relatief complex ICT-project is dat met zorg moet worden uitgevoerd en gezien het feit dat voor de implementatie aanpassing van formele wetgeving nodig is, is een implementatiedatum halverwege 2017 naar het oordeel van de regering zeker niet ruimhartig.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat registratie van personen die het UBO-register inzien, het betalen van een vergoeding voor die inzage en de mogelijkheid om in specifieke, individuele gevallen een uitzondering op openbaarheid te maken, genoeg waarborgen biedt voor de veiligheid van de betrokken UBO’s.

In de richtlijntekst is inderdaad opgenomen dat personen of organisaties met een legitiem belang bij het vergaren van informatie gerelateerd aan het tegengaan van witwassen, terrorismefinanciering en de bijbehorende gronddelicten, die toegang wensen tot het UBO-register, gevraagd kunnen worden om hiervoor een vergoeding te betalen en om zich online te registreren. Indien sprake is van risico op fraude, kidnapping, afpersing, geweld of intimidatie, of wanneer de UBO minderjarig is of anderszins wilsonbekwaam, kan de toegang tot UBO-informatie worden beperkt, wanneer die toegang wordt gevraagd door personen of organisaties met een dergelijk legitiem belang of door bepaalde categorieën meldingsplichtige instellingen. Deze bepalingen zijn opgenomen om de inzage in het register in overeenstemming te brengen met regelgeving over bescherming van persoonsgegevens en om fysieke en andere veiligheidsrisico’s voor UBO’s, die zouden kunnen voortvloeien uit openbaarmaking van hun persoonsgegevens via toegang tot het UBO-register, te beperken.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s