Het is tijd voor een Wetboek van Sanctieprocesrecht

Onder de titel ‘15 jaar boetes en dwangsommen in het financieel toezichtrecht‘ organiseerde de afdeling van de Rotterdamse rechtenfaculteit die zich bezig houdt met financieel recht, het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG) op 2 juni jl. een symposium, dat ik heb bijgewoond.

Interessant was om te horen dat bestuurlijke boetes en andere sancties destijds werden ingevoerd met de gedachte dat daarmee ‘kleinere’ vergrijpen konden worden bestraft. In de loop van de tijd is het bestuurlijke sanctieinstrumentarium echter sterk uitgebreid en kunnen zeer hoge boetes worden opgelegd. Ook maatregelen als het beroepsverbod kunnen grote gevolgen hebben. Zie in dit verband mijn artikel over de voorstellen voor een beroepsverbod voor accountants. De toetsing van beleidsbepalers door DNB en AFM kan de facto tot een beroepsverbod leiden.

Die uitbreiding van het sanctieinstrumentarium in het bestuursrecht heeft niet geleid tot een principiële discussie over rechtsbescherming, over de gevaren van de afhankelijke positie van vergunninghouders van hun ‘bestuursorgaan’ (DNB, AFM, enzovoorts) of over de risico’s verbonden aan bestuursorganen die zowel vaag geformuleerde normen interpreteren, toezicht op naleving houden als sancties opleggen.

Opvallend was dat tijdens de discussies de aanwezigen de traditionale scheidslijnen tussen het bestuursrecht en het strafrecht als een gegeven aannamen. Dat gaat tegen de trend in dat de wetgever zich steeds minder aantrekt van scheidslijnen tussen rechtsgebieden. De Wet Normering Topinkomens is daarvan een voorbeeld: het is een mix van bestuursrecht en civiel recht, die ik nergens bediscussieerd heb zien worden.

Ik ben van mening dat het bestuursrechtelijke sanctierecht op de schop moet, bij voorkeur in combinatie met het strafprocesrecht. Uitgangspunten van een nieuwe Wetboek van Sanctieprocesrecht zouden kunnen zijn:

  • AFM en DNB kunnen de rol van ‘aanklager’ in een sanctieprocedure spelen, eventueel in een procedure met andere kenmerken dan de klassieke strafprocedure.
  • Zware en ingrijpende sancties horen door de rechter te worden opgelegd. De rechter dient het werk van de bestuursorganen/aanklagers volledig te beoordelen.
  • Burgers moeten hun geschillen met bestuursorganen over de interpretatie van open normen aan de rechter voor kunnen leggen buiten de context van sanctieoplegging.
  • Als het strafprocesrecht wordt verbeterd, wordt het misschien ook mogelijk om te komen tot beter leesbare inleidende processtukken en beter leesbare strafvonnissen.

NB Wellicht kan de Kaderwet gegevensuitwisseling in dit nieuwe wetboek worden meegenomen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s