Europese richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten kan van toepassing zijn op overeenkomst met juridisch dienstverlener

Op 15 januari jl. wees het Europese Hof van Justitie een arrest waarin werd bepaald dat Europese regels inzake consumentenrecht van toepassing kunnen zijn op een tussen een consument en advocaat gesloten overeenkomst.

Prejudiciële vragen

De Nederlandse vertaling van de prejudiciële vragen luidt:

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Aukščiausiojo Teismas (Litouwen) op 14 oktober 2013 – Birutė Šiba / Arūną Devėną
(Zaak C-537/13)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter: Lietuvos Aukščiausiasis Teismas

Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Birutė Šiba
Verwerende partij: Arūnas Devėnas

Prejudiciële vragen
# Moet een natuurlijke persoon die ingevolge een met een advokatas (advocaat) gesloten overeenkomst voor juridische dienstverlening tegen betaling van een honorarium juridische diensten ontvangt, die worden verleend in zaken die verband kunnen houden met de persoonlijke belangen van deze natuurlijke persoon (echtscheiding, verdeling van het huwelijksvermogen, enzovoort), worden aangemerkt als een consument in de zin van het Unierecht inzake consumentenbescherming?
# Dient een advokatas [advocaat die lid is van een „(vrij) beroep”] die met een natuurlijke persoon een overeenkomst voor juridische dienstverlening tegen ontvangst van een honorarium sluit, op grond waarvan hij ertoe verbonden is juridische diensten te verlenen teneinde de natuurlijke persoon in staat te stellen om doelstellingen te verwezenlijken die buiten zijn beroepsactiviteit vallen, te worden beschouwd als een ondernemer voor de toepassing van het Unierecht inzake consumentenbescherming?
# Vallen overeenkomsten voor het verlenen van juridische diensten in ruil voor een honorarium die een advokatas (advocaat), als beoefenaar van een vrij beroep, in de uitoefening van zijn beroep opstelt, binnen de werkingssfeer van richtlijn 93/13/EEG1 van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten?
Zo de derde vraag bevestigend wordt beantwoord, moeten dergelijke overeenkomsten dan worden aangemerkt als consumentenovereenkomsten op basis van algemene criteria dan wel op basis van bijzondere criteria? Indien dergelijke overeenkomsten op basis van bijzondere criteria als consumentenovereenkomsten moeten worden aangemerkt, wat zijn deze criteria dan?
____________
1 PB L 95, blz. 29.

Zie over de feiten die ten grondslag liggen aan deze zaak de informatie bij het Expertisecentrum voor Europees Recht.

Het arrest

In de Nederlandse vertaling worden de vragen als volgt beantwoord:

Beantwoording van de prejudiciële vragen

18 Met zijn vragen, die tezamen moeten worden behandeld, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of richtlijn 93/13 aldus moet worden uitgelegd dat zij ook ziet op standaardovereenkomsten voor juridische dienstverlening als die in het hoofdgeding, die worden gesloten tussen een advocaat en een niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon.

19 Dienaangaande moet erop worden gewezen dat richtlijn 93/13 blijkens de artikelen 1, lid 1, en 3, lid 1, ervan betrekking heeft op in „overeenkomsten tussen een verkoper en een consument” opgenomen bedingen „waarover niet afzonderlijk is onderhandeld” (zie in die zin arrest Constructora Principado, C226/12, EU:C:2014:10, punt 18).

20 Volgens de tiende overweging van de considerans van richtlijn 93/13 moeten de eenvormige voorschriften op het gebied van oneerlijke bedingen van toepassing zijn op „alle overeenkomsten” tussen verkopers en consumenten, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder b) en c), van richtlijn 93/13 (zie arrest Asbeek Brusse en de Man Garabito, C488/11, EU:C:2013:341, punt 29).

21 Richtlijn 93/13 bepaalt de overeenkomsten waarop zij van toepassing is dus aan de hand van de hoedanigheid van de contractspartijen, naargelang zij al dan niet in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen (arrest Asbeek Brusse en de Man Garabito, EU:C:2013:341, punt 30).

22 Dit criterium strookt met de gedachte waarop het beschermingsstelsel van deze richtlijn berust, namelijk dat de consument zich tegenover de verkoper in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie dan deze laatste beschikt, wat ertoe leidt dat hij met de door de verkoper tevoren opgestelde voorwaarden instemt zonder op de inhoud daarvan invloed te kunnen uitoefenen (arrest Asbeek Brusse en de Man Garabito, EU:C:2013:341, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

23 Met betrekking tot overeenkomsten voor juridische dienstverlening als die in het hoofdgeding moet erop worden gewezen dat er wat door advocaten verleende diensten betreft in beginsel sprake is van onevenwichtigheid tussen „cliënten/consumenten” en advocaten, met name omdat de mate waarin zij over informatie beschikken, verschillend is. Advocaten hebben immers verregaande technische bekwaamheden waarover de consument niet noodzakelijkerwijs beschikt, zodat het voor de consument mogelijk lastig is om de kwaliteit van de hem geleverde diensten te beoordelen (zie in die zin arrest Cipolla e.a., C94/04 en C202/04, EU:C:2006:758, punt 68).

24 Hieruit volgt dat een advocaat die, zoals in het hoofdgeding, in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf tegen betaling juridische diensten verleent aan een voor privédoeleinden handelende natuurlijke persoon, een „verkoper” in de zin van artikel 2, onder c), van richtlijn 93/13 is. De overeenkomst die ziet op het verlenen van dergelijke diensten, valt dan ook binnen de werkingssfeer van de richtlijn.

25 Dat de werkzaamheden van advocaten een publiek karakter hebben, doet niet af aan deze constatering, aangezien artikel 2, onder c), van richtlijn 93/13 „publiekrechtelijke of privaatrechtelijke” beroepsactiviteiten betreft en de richtlijn volgens de veertiende overweging van de considerans ervan „ook van toepassing is op beroepsactiviteiten met een openbaar karakter”.

26 Maakt een advocaat in zijn zakelijke betrekkingen met cliënten gebruik van tevoren door hemzelf of door zijn beroepsorganisatie opgestelde standaardbedingen, dan worden die bedingen op initiatief van de advocaat rechtstreeks opgenomen in de betreffende overeenkomsten.

27 Wanneer een advocaat ervoor kiest om gebruik te maken van standaardbedingen waarin geen dwingende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn overgenomen in de zin van artikel 1, lid 2, van richtlijn 93/13, kan voorts niet worden gesteld dat de toepassing van de richtlijn ertoe kan leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de bijzondere verhouding tussen een advocaat en zijn cliënt en aan de beginselen waarop de uitoefening van het beroep van advocaat berust.

28 Gelet op de met richtlijn 93/13 beoogde bescherming van de consument kan het publieke of private karakter van de werkzaamheden van de verkoper of diens specifieke taak immers niet bepalend zijn voor de al dan niet toepasselijkheid van de richtlijn (zie naar analogie arrest Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs, C59/12, EU:C:2013:634, punt 37).

29 Zoals de Europese Commissie ter terechtzitting heeft opgemerkt, zou het van de werkingssfeer van richtlijn 93/13 uitsluiten van vele overeenkomsten tussen „cliënten/consumenten” en beoefenaars van vrije beroepen, welke beroepen door onafhankelijkheid en de voor vrijberoepsbeoefenaars geldende gedragsregels worden gekenmerkt, ertoe leiden dat al die „cliënten/consumenten” geen aanspraak kunnen maken op de bescherming van de richtlijn.

30 Wat in het bijzonder de omstandigheid betreft dat op advocaten bij de uitoefening van hun werkzaamheden, in hun betrekkingen met „cliënten/consumenten”, de verplichting tot geheimhouding rust, is er dus geen sprake van een beletsel voor de toepasselijkheid van richtlijn 93/13 op standaardbedingen in overeenkomsten voor het verlenen van juridische diensten.

31 Contractuele bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, met name voor algemeen gebruik opgestelde bedingen, bevatten als zodanig immers geen persoonlijke informatie over cliënten van advocaten waarvan de openbaarmaking kan leiden tot schending van het beroepsgeheim van advocaten.

32 De specifieke bewoordingen van een contractueel beding, met name het beding over de voor het honorarium van de advocaat geldende condities, kunnen inderdaad, op zijn minst incidenteel, leiden tot openbaarmaking van bepaalde aspecten van de verhouding tussen advocaat en cliënt die geheim moeten blijven. Over een dergelijk beding zou echter afzonderlijk worden onderhandeld, zodat het niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 93/13 zou vallen, zoals blijkt uit punt 19 van het onderhavige arrest.

33 Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van richtlijn 93/13, gelezen tegen de achtergrond van de achttiende overweging van de considerans ervan, moet er met de aard van de diensten waarop de onder de richtlijn vallende overeenkomsten betrekking hebben, toch rekening worden gehouden bij de beoordeling of de bedingen van die overeenkomsten al dan niet oneerlijk zijn. De nationale rechter moet bij die beoordeling immers alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten, in aanmerking nemen, rekening houdend met de aard van de diensten (zie in die zin arrest Aziz, C415/11, EU:C:2013:164, punt 71, en beschikking Sebestyén, C342/13, EU:C:2014:1857, punt 29).

34 Derhalve staat het ten aanzien van overeenkomsten voor juridische dienstverlening als die in het hoofdgeding, aan de verwijzende rechter om met de bijzondere aard van die dienstverlening rekening te houden bij zijn overeenkomstig artikel 5, eerste zin, van richtlijn 93/13 uitgevoerde beoordeling van de duidelijkheid en begrijpelijkheid van de contractuele bedingen, en om in geval van twijfel daar op grond van de tweede zin van dat artikel de voor de consument gunstigste interpretatie aan te geven.

35 Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vragen worden geantwoord dat richtlijn 93/13 aldus moet worden uitgelegd dat zij ook ziet op standaardovereenkomsten voor juridische dienstverlening als die in het hoofdgeding, die worden gesloten tussen een advocaat en een niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon.

Meer informatie

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s