Integriteitsonderzoek dient zorgvuldig te gebeuren | onzorgvuldige forensisch accountant krijgt tuchtrechtelijke maatregel

Steeds vaker vinden integriteitsonderzoeken in allerlei vorm plaats. Vanwege de grote belangen voor betrokkenen, dienen dergelijke onderzoeken zorgvuldig te gebeuren.
Ook de integriteitsonderzoekers rijden wel eens een scheve schaats, zo blijkt uit een recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Forensisch accountant

In uitspraken in hoger beroep van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 18 december 2014 wordt een forensisch accountant, Jaap ten Wolde, op de vingers getikt vanwege ernstige fouten bij het onderzoek naar de burgemeester van Schiedam. Het College oordeelt dat de accountant onzorgvuldig heeft gehandeld bij ‘hoor’ en ‘wederhoor’, dat in het rapport niet eerlijk verantwoording is afgelegd over het gebruik van de verslagen van de gesprekken met de burgemeester, en dat de accountant ongenuanceerde conclusies heeft getrokken en ten onrechte relevante gegevens heeft weggelaten.

Het College oordeelt onder meer, waarbij [naam 1] de onderzochte en [naam 2] Ten Wolde is:

Het College is van oordeel dat, zoals ook uit de Praktijkhandreiking volgt, bij een persoonsgericht onderzoek als uitgangspunt dient te gelden dat degene die onderwerp is van zo’n onderzoek tijdig, in ieder geval voorafgaand aan het horen van die persoon, schriftelijk over het onderzoek en de inhoud daarvan wordt geïnformeerd. [naam 2] heeft niet gesteld en heeft ook niets aangevoerd waaruit zou kunnen blijken van omstandigheden die zich daartegen hebben verzet.
Door na te laten [naam 1] voorafgaand aan het horen tijdig schriftelijk te (doen) informeren over de onderzoeksopdracht en de uitbreiding daarvan heeft [naam 2] gehandeld in strijd met het fundamenteel beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. (…)

Niet in geschil is dat aan [naam 1] in het kader van wederhoor in de zin van de Praktijkhandreiking een concept van het rapport is voorgelegd waarin hoofdstuk 8 van het definitieve rapport ontbreekt. Dit hoofdstuk, dat als titel heeft “Vertrouwenspersoon en klokkenluidersregeling: een (on)veilig werkklimaat”, bevat een bespreking van observaties van melders en van de vertrouwenspersoon en bevindingen uit interviews en uit onderzoek van 16 dossiers. Het hoofdstuk eindigt met een beoordeling van onder andere het handelen van [naam 1].

Het College stelt vast dat in hoofdstuk 8 zowel bevindingen worden weergegeven als conclusies worden getrokken die zien op het handelen van [naam 1]. Uit het rapport blijkt niet, en door of namens [naam 2] is niet – ook desgevraagd ter zitting niet – duidelijk gemaakt, dat al deze bevindingen al eerder in het rapport zijn besproken en derhalve bij [naam 1] bekend konden zijn, zoals door hem is gesteld. Nu vaststaat dat [naam 1] niet in de gelegenheid is gesteld vooraf kennis te nemen van deze bevindingen en hierop te reageren, moet worden vastgesteld dat haar in dit verband niet op een juiste wijze wederhoor is geboden. (…)

Het College is van oordeel, gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken, dat in het rapport ten onrechte staat vermeld dat [naam 1] niet heeft gereageerd op de haar toegezonden interviewverslagen, terwijl zij niet alleen bezwaren heeft gemaakt tegen de onderzoeksaanpak maar ook tegen de vraagstelling en de inhoud van de verslagen. [naam 2] heeft door deze wijze van rapporteren gehandeld in strijd met het fundamenteel beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. De accountantskamer is hier ten onrechte aan voorbijgegaan en heeft klachtonderdeel d ten onrechte ongegrond verklaard.

Naar aanleiding van de rapportage wordt door het College nog het volgende gezegd:

Naar het oordeel van het College zijn de conclusies van [naam 2] over deze kwestie te ongenuanceerd en zijn ten onrechte relevante zaken weggelaten. [naam 2] heeft hiermee gehandeld in strijd met de beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en objectiviteit. Klachtonderdeel e is derhalve in zoverre gegrond, hetgeen de accountantskamer ten onrechte niet heeft onderkend.

De accountant krijgt een tuchtrechtelijke sanctie. Volgens andere berichten is hij inmiddels geen accountant meer. Naar verluid (artikel in het FD) zou hij dat hebben gedaan, om tuchtzaken te ontlopen. Zijn civielrechtelijke aansprakelijkheid ontloopt hij daar overigens niet mee.

Onderzoekers

Niet alleen forensisch accountants gaan soms in de fout bij het uitvoeren van hun onderzoek. Hoe het mis kan gaan rondom integriteit werd ook geïllustreerd door de Brandpunt uitzending van 1 juni jl., waarin een privédetective zeer laakbaar handelde bij een onderzoek naar een fietspadencontroleur van de provincie Drenthe en hem daarbij veel schade berokkende.

Tot slot

Integriteitsonderzoeken horen er tegenwoordig bij. Degenen die dat onderzoek uitvoeren, zoals advocaten, forensisch accountants en privédetectives, dienen hun werkzaamheden zeer zorgvuldig uit te voeren. Als ze dat niet doen, kunnen ze zowel tuchtrechtelijk als civielrechtelijk worden aangepakt. De voormalig forensisch accountant van de tuchtzaak die ik hierboven heb beschreven, zal waarschijnlijk een flinke schadeclaim van de betrokken oud-burgemeester hebben ontvangen.

Meer informatie

Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven en enige artikelen daarover:

Op dit blog:

Aanvulling 29 december 2014

Een van de lezers van dit blog attendeerde me op de Accountantskamer uitspraak van 1 december 2014, waarin eveneens korte metten wordt gemaakt met het zogenaamde deskundingenonderzoek van een forensisch accountant. Volgens de lezer is dit ook Ten Wolde.

Uit de rechterlijke uitspraak blijkt dat de accountant het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid heeft geschonden door onvoldoende openheid te geven over de aan hem verleende opdracht (“betrokkene’ is de accountant):

4.4.3.1 De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene in het Rapport geen volledige openheid heeft verschaft over alle hem van de zijde van [B] verstrekte opdrachten, althans daarover onduidelijkheid heeft laten bestaan, door in het Rapport te verwijzen naar de (kennelijk ingetrokken) opdracht B van september 2009 zonder expliciet te vermelden dat deze opdracht was ingetrokken. Die openheid of grotere duidelijkheid had wel gegeven moeten worden omdat bij het uitvoeren van de (drie kennelijk eerder ingetrokken) opdrachten reeds kennis was genomen van een groot aantal documenten, bij betrokken personen inlichtingen waren ingewonnen en gesprekken waren gehouden. Ook uit het concept-rapport is niet duidelijk op te maken welke opdracht ten grondslag lag aan het onderzoek dat tot dat conceptrapport heeft geleid doordat daarin niet alleen melding wordt gemaakt van de opdrachten A en B van november 2009, maar ook nog van de (kennelijk ingetrokken en veel smallere) opdracht C van september 2009. In het conceptrapport ontbreekt ook de vermelding dat het onderzoek mede dient om [B] in de gelegenheid te stellen schade te verhalen.

Voorts kon de accountant zijn oordeel niet onderbouwen, dat door de Accountantskamer als suggestief werd aangemerkt:

4.5.3.2 De Accountantskamer is van oordeel dat deze vier omstandigheden geen enkel feitelijk aanknopingspunt bevatten ter onderbouwing van het oordeel dat “zeker niet (kan) uitgesloten worden dat zich bij de aanschaf of ontwikkeling van onroerend goed onregelmatigheden hebben voorgedaan”, alleen al omdat niet wordt duidelijk gemaakt aan de hand van welk criterium of welke criteria een handelen of nalaten in het kader van de aanschaf of de ontwikkeling van onroerend goed, bij gebrek aan enige aanwijzing voor onregelmatigheden en fraude, toch als mogelijk onregelmatig wordt aangemerkt. Betrokkene had zich daarom van dit suggestieve oordeel moeten onthouden. Minst genomen had betrokkene, alvorens tot dit oordeel te komen, de voormalige bestuurder van [B], die zich tot voor kort mede met die aanschaf en ontwikkeling van onroerend goed had beziggehouden, over dat oordeel en de grondslag daarvan moeten horen. Betrokkene heeft dit nagelaten.

Ook de zgn. ‘bevindingen’ in het rapport zijn niet of niet voldoende onderbouwd:

Daarbij komt dat bijlage 1 velerlei “bevindingen” bevat, die niet voldoende duidelijk te relateren zijn aan de besproken bestuurshandelingen en waaruit ook niet duidelijk wordt aan de hand van welke maatstaf of maatstaven de betreffende bestuurshandelingen als (al dan niet verwijtbaar) onder de maat zijn bestempeld. Ook uit een bevinding als “onvoldoende beheersingskader” volgt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, nog niet dat de kwaliteit van het bestuur (verwijtbaar) onder de maat was. Vooral in paragraaf 8.3.15 van het Rapport (“Samenvattende beoordeling met betrekking tot de kwaliteit van het bestuur”) ontbreekt elke normering voor de kwalificatie ‘verwijtbaar onder de maat’. Het ware beter geweest als betrokkene daarbij de vindplaatsen van de bevindingen, waarop deze – nogal boud geformuleerde – beoordeling is gebaseerd, had vermeld evenals de maatstaf of maatstaven voor de gehanteerde kwalificatie. Ook deze omissies moeten betrokkene worden aangerekend als ernstige schendingen van het fundamentele beginsel ‘deskundigheid en zorgvuldigheid’ (…)

De Accountantskamer honoreert drie van de tegen de accountant ingediende klachten en legt hem de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van drie maanden op.

Aanvulling 12 januari 2015 | reacties op artikel op accountant.nl

Zie onder het artikel van 19 december jl. “Integriteitsonderzoeker ‘Schiedam’ onzorgvuldig” op accountant.nl over Ten Wolde ook de uitvoerige reacties, onder meer van een slachtoffer.

Aanvulling 29 juni 2015

Inmiddels heeft Ten Wolde elders onderdak gevonden, hij wordt genoemd in dit bericht over een samenwerkingsverband tussen advocaten en accountants.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Integriteitsonderzoek dient zorgvuldig te gebeuren | onzorgvuldige forensisch accountant krijgt tuchtrechtelijke maatregel

  1. mr. J.F. Boet MPA zegt:

    Beste Ellen,
    hoewel ik geen burgemeester ben/was oordeelde het CBb in mijn zaak nog veel harder over BING/Ten Wolde. De rechter oordeelde immers dat zij/hij jegens mij onzorgvuldig, niet objectief, niet-integer, niet deskundig en niet professioneel handelde.
    Ik zeg dit maar even omdat de zaak nog ernstiger is dan deze lijkt en ik geen voetnoot wil zijn van die andere zaak en om helemaal niet mijn baan door dit rapport kwijtraakte.
    Hoogachtend mr. J.F. Boet MPA
    voormalige loco-gemeentesecretaris van Schiedam.

  2. Geachte mevrouw Timmer,
    dit betreft ook een uitspraak over Jaap Ten Wolde.
    http://tuchtrecht.overheid.nl/nieuw/accountants/uitspraak/2014/ECLI_NL_TACAKN_2014_117
    Geplaatst door Leks Verzijlbergh

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s