Gerechtvaardigdheid van fiscale ficties en forfaits in het licht van verlies aan rechtvaardigheid

In het streven naar vereenvoudiging en minder kosten voor de overheid, wordt er regelmatig ‘vereenvoudigd’ ten nadele van de burger (particulier, ondernemer, instelling). Voorbeelden daarvan zijn de fiscale ficties en fortaits in het Nederlandse belastingrecht.

In een interessant rapport is een commissie van de Vereniging voor Belastingwetenschap nagegaan of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor een aantal ficties en forfaits die in het Nederlandse belastingrecht zijn geïntroduceerd.
In dat rapport, geschrift nummer 252 van de vereniging, “Ficties en forfaits in het belastingrecht“, worden een groot aantal Nederlandse fiscale ficties en forfaits beoordeeld. Onder meer het autokostenforfait, het eigenwoningforfait en het forfaitaire rendement op vermogen (box III) komen aan bod. De commissie heeft een vijftal voorwaarden aan forfaits gesteld (zie pagina 223):

a. Het forfait moet doelmatig zijn.
b. Het forfait moet proportioneel zijn in die zin dat er een evenwicht moet bestaan tussen de winst aan doelmatigheid tegenover het verlies aan rechtvaardigheid.
c. Het forfait moet een brede werking hebben.
d. De bepaling van de omvang van het forfait moet transparant zijn.
e. Om te voorkomen dat door tijdsverloop de omvang van het forfait niet meer overeenkomstig de uitgangspunten van het forfait is, dient de omvang een beperkte geldingsduur te hebben.

Niet verrassend concludeert de commissie dat het forfaitair rendement op vermogen niet aan eis b. voldoet. Interessant is dat bij het eigenwoningforfait wordt geconcludeerd dat de sub b. bedoelde eis niet van toepassing is (omdat er een normatief element in zou zitten,  het consumptieaspect) en de transparantie (eis d.) volledig ontbreekt. De auteurs bepleiten periodieke toetsing van forfaits, waarbij moet worden nagestreefd dat een forfait slechts een maximale afwijking mag hebben van de gemiddelde werkelijkheid. Ik raad iedereen dit rapport of in ieder geval de conclusies (pagina 223 en verder) te lezen.

In veel andere bestuursrechtelijke wetgeving wordt met vereenvoudigingen gewerkt. Daar zou een toetsing aan onder meer proportionaliteit eveneens niet verkeerd zijn.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Bestuursrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s