Verschuilen achter de Wwft was klachtwaardig

Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is de ondernemer met meldplicht (zoals accountantskantoren) verplicht tot geheimhouding van de melding van een ongebruikelijke transactie. Een advocaat dacht slim te zijn door zijn cliënt achter die geheimhoudingsplicht te laten verschuilen. Hij kreeg een sanctie opgelegd door de tuchtrechter. Het betrof de volgende situatie.

In een incassoprocedure tussen een beleggingsonderneming (“X”) en een accountantskantoor (“N B.V.”) werd in een bij de rechter ingediend document (een “incidentele conclusie van antwoord”) door de advocaat (“Y”) namens het accountantskantoor meegedeeld dat bepaalde passages uit een juridisch advies van [advocatenkantoor N] aan N B.V. niet konden worden opgenomen vanwege de geheimhoudingsverplichting op grond van de Wwft. In de incidentele conclusie van antwoord kwam de volgende door Y opgestelde passage voor (onderstreping door mij):

“12. In verband met de beoordeling van het geschil tussen partijen over de openstaande facturen heeft [N B.V.] gemeend dat zij gedeelten uit het advies van [advocatenkantoor N] als processtuk aan uw rechtbank moet overleggen. [N B.V.] heeft die gedeelten uit het juridisch advies overgelegd, welke betrekking hebben op de vraag of en zo ja welke opdracht [N B.V.] door [klaagster] is verstrekt, en op de vraag of [N B.V.] gerechtigd is om de door haar gemaakte extra kosten in het kader van de uitvoering van haar wettelijke taak integraal aan [klaagster] door te belasten. De weggelaten gedeelten uit het juridisch advies hebben betrekking op de vraag wat de handelwijze (had) moet(en) zijn van [N B.V.] met betrekking tot de (voorgenomen) WWFT-meldingen. Deze passages zijn om deze redenen weggelaten (zie hieronder).
13 Ten eerste hebben de weggelaten onderdelen van het juridisch advies van [advocatenkantoor N] geen betrekking op de vragen welke van belang zijn in de onderhavige incassoprocedure. Ten tweede mag deze informatie uit het juridisch advies niet aan [klaagster] worden overgelegd in verband met het verbod tot het informeren van de klant omtrent een al dan niet voorgenomen WWFT-melding door een externe controlerend accountant (zoals [N B.V.]).”

Als X op een later tijdstip ontdekt wat er in de ontbrekende passages van het juridisch advies heeft gestaan (iets anders dan uit het citaat hiervoor blijkt), dient zij tuchtrechtelijke klachten tegen advocaat Y in. De tuchtrechter overweegt als volgt, Y wordt als “verweerder” aangeduid:

4.3 Bij de beoordeling van klachtonderdeel b) stelt de raad voorop dat een advocaat zich dient te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn.
4.4 Verweerder heeft zowel in de procedure tussen klaagster en N B.V. als in zijn brieven aan de deken en de raad keer op keer bevestigd dat de uit het juridische advies verwijderde passages niet zagen op de incassoprocedure en dat deze passages zijn weggelaten omdat deze betrekking hadden op werkzaamheden van N B.V. in het kader van de melding Wwft zodat het hem niet vrij stond de verwijderde alinea’s in het juridische advies te laten staan. Verweerder heeft naar eigen zeggen de passages op verzoek van N B.V. verwijderd.
4.5 Naar het oordeel van de raad is het klip en klaar dat alinea 34 uit het juridische advies betrekking heeft op de vraag of N B.V. de door haar na 5 januari 2012 gemaakte kosten kon doorberekenen aan klaagster. Deze vraag heeft betrekking op de incassoprocedure. De gemachtigde van verweerder heeft dit ter zitting desgevraagd bevestigd.
4.6 Door over alinea 34 te stellen dat deze passage geen betrekking had op de incassoprocedure terwijl dit wel degelijk het geval is, heeft verweerder in zijn processtukken feiten geponeerd waarvan hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat zij in strijd met de waarheid zijn.
4.7 Het is een groot goed dat rechters advocaten op hun woord kunnen geloven. Dit raakt de kern van de advocatuurlijke beroepsuitoefening. Door in processtukken op te nemen dat de verwijderde passages zagen op de Wwft terwijl verweerder wist dat de rechter op de juistheid daarvan zou vertrouwen juist omdat de verklaring van een advocaat afkomstig was, heeft verweerder niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt.
4.8 Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur zeer ernstig geschaad. Dit valt hem tuchtrechtelijk aan te rekenen.

Vervolgens krijgt Y een berisping.

De complete tuchtrechtelijke uitspraak staat hier.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s