Inzagerecht ex-bestuurder in administratie van failliete vennootschap (artikel 843a Rv)

In het Nederlandse burgerlijke procesrecht bestaat de mogelijkheid om in bepaalde situaties van een wederpartij of derde te vorderen dat deze bepaalde gegevens verstrekt of ter inzage geeft. Dit is gebaseerd op artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Waar de rechter aanvankelijk terughoudend omging met het toestaan van 843a-verzoeken, is nu de ontwikkeling zichtbaar dat de verzoeken steeds vaker worden toegestaan.

In de zaak bij Hof Den Bosch van 11 maart 2014 werd een ex-bestuurder van een failliete vennootschap door de curator aansprakelijk gesteld. De ex-bestuurder was vóór faillissementsdatum formeel afgetreden en de ex-bestuurder is bijna vijf jaar na zijn aftreden door de curator gedagvaard. In de procedure tussen curator en ex-bestuurder kreeg laatstgenoemde een bewijsopdracht. Zijn verzoek om algemene inzage in de bij de curator aanwezige administratie werd door het Hof gehonoreerd. Het Hof overweegt onder meer – waarbij “[appellant]” de ex-bestuurder is en “Aino N.V.” de vennootschap waarvan [appellant] bestuurder is geweest – het navolgende:

– Aino N.V. is opgericht op 2 juni 2000, [appellant] is als bestuurder vertrokken rond 1 juni 2002, Aino N.V. is failliet verklaard op 14 november 2002 en de curator heeft [appellant] in eerste aanleg gedagvaard bij dagvaarding van 15 maart 2007. [appellant] is dus maar kort bestuurder geweest, was al enige maanden geen bestuurder meer op de dag dat Aino N.V. failliet werd verklaard en er is sprake van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de dag van zijn vertrek als bestuurder van Aino N.V. en de dag waarop de dagvaarding in eerste aanleg is uitgebracht.

Met inachtneming van deze feiten brengt het verdedigingsbelang van [appellant] mee, mede gelet op het in art. 6 EVRM gewaarborgde beginsel van de “equality of arms” dat de curator [appellant] inzage dient te geven in de volledige administratie. Door een dergelijke inzage krijgt [appellant] bewijsrechtelijk gezien een meer met de curator vergelijkbare positie. Zulks is te meer van belang nu [appellant] in de hoofdzaak bij het tussenvonnis van 28 november 2012 is opgedragen te bewijzen dat de negatieve marktontwikkelingen zo dominant waren dat daarin hoe dan ook een belangrijke oorzaak van het faillissement was gelegen. De verweren van de curator doen aan dit belang onvoldoende af.

De uitspraak illustreert de mogelijkheden van artikel 843a in het rechtspersonenrecht.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuurdersaansprakelijkheid, Procesrecht, rechtspraak, Rechtspersonenrecht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s