Over de bestrijding van het Kwaad | 126 vragen over de witwasbestrijding in Nederland

Als je het goed bekijkt is ‘witwassen’ niets. Toch heeft de politiek veel aandacht voor witwassen, waarschijnlijk omdat politici zich niet realiseren hoe breed het begrip is.

Witwassen

Witwassen is het verhullen van de aanwezigheid van financieel voordeel (in geld of anderszins) als gevolg van overtreding van wet- en regelgeving (al dan niet bewust), hierna als “criminaliteit” aangeduid. Die criminaliteit kan klein zijn (de werknemer die een bijverdienste niet aan de fiscus opgeeft) of groot (de opbrengsten van drugshandel die via een omweg in circulatie worden gebracht). Het is mogelijk dat de dader zelf witwast. Ook kunnen niet-daders (aan het ‘oorspronkelijke’ delict) witwassen, waarmee ze natuurlijk witwasdader worden.

Hoe witwassen andere delicten heeft vervangen

Witwassen wordt bestreden door degenen die crimineel hebben gehandeld op te sporen en te veroordelen. Het aardige daarbij is dat die criminelen vroeger wegens valsheid in geschrifte, heling, oplichting, enzovoorts werden veroordeeld. Tegenwoordig worden ze voor dezelfde feiten veroordeeld onder de noemer “witwassen“. Met het strafrechtelijke “witwassen” worden dus allerlei andere (grond)delicten witgewassen. De strafbaarstelling van witwassen is een puur optische wijziging, die is gecreëerd in het kader van de marketingactiviteiten van de rijksoverheid.

Witwaspreventie: een enorme bureaucratie

Daarnaast kennen we de witwaspreventie, die zogenaamd tot doel heeft te voorkomen dat nette burgers het witwassen ‘faciliteren’. De witwaspreventie (‘compliance’) veroorzaakt een enorme bureaucratie. Simpel gezegd houdt de witwaspreventie het volgende in:

  • als goedwillende burger (ondernemer) wordt je geacht te bewijzen dat je er alles aan doet om je mede-burgers in de gaten te houden (“cliëntenonderzoek”);
  • als je aanwijzingen hebt voor “witwassen” of “terrorismefinanciering” moet je een “transactie” melden aan FIU-Nederland, een instantie waar de meeste burgers nog nooit van hebben gehoord.

Er zijn maar enkele mensen in Nederland die iets begrijpen van wat de witwasbestrijding in Nederland inhoudt en wat “witwassen”, “terrorismefinanciering” en “transactie” betekenen.

Bij de politiek is witwasbestrijding onverminderd populair en worden nieuwe ondoordachte bureaucratische maatregelen toegejuicht. De populariteit wordt onder meer geïllustreerd door de vragen die worden gesteld aan de rijksoverheid en de wijze waarop de beantwoording plaats vindt.

126 vragen over witwasbestrijding

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer is er in geslaagd om 126 vragen te formuleren over de witwasbestrijding en heeft die vragen op 22 april jl. aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën voorgelegd. Deze vragen volgen hierna.

1 Hoeveel extra budget heeft de regering de afgelopen jaren uitgetrokken om het bestrijden van witwassen van crimineel vermogen tegen te gaan?

2 Welke voorwaarden zijn verbonden aan de investeringen in witwasbestrijding?

3 Welke resultaten zijn per uitvoerende organisatie behaald?

4 Welke maatregelen worden getroffen om vanaf heden zo veel mogelijk bij te houden wat de investeringen opleveren?

5 Welke progressie is sinds 2008 geboekt op het terrein van de bestrijding van witwassen?

6 Welke deskundigheid is inmiddels bij welke (uitvoerende) organisatie opgebouwd?

7 In hoeverre is er sprake van een te beperkte capaciteit en deskundigheid voor de bestrijding van witwassen?

8 Kan gegarandeerd worden dat (onderzoeks)teams bij politie, justitie en andere opsporingsinstanties zoals de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische controledienst (FIOD-ECD), Inspectie SZW etc. intact en op sterkte blijven en zodoende opgebouwde kennis en expertise niet verloren gaan?

9 Hoeveel van het in 2008 en daarna aangevulde personeel bij de politie en de FIOD-ECD ten behoeve van de strijd tegen witwassen zit nog op dezelfde functie?

10 Welke toekomstige injecties in personeelscapaciteit hebben de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën nog voor ogen in de strijd tegen witwassen?

11 Welke andere toekomstige maatregelen hebben de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën in de strijd tegen witwassen nog in de steigers staan?

12 Wat zijn de uitkomsten en opbrengsten van de 40 extra fte bij het Openbaar Ministerie (OM)?

13 Hoe wordt gezorgd voor voldoende sturing op de bestrijding van witwassen door organisaties?

14 Over welke middelen en instrumenten beschikken de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën om optimale sturing te kunnen geven?

15 Welke maatregelen worden getroffen om inzicht te krijgen in het fenomeen, zodat effectief gestuurd kan worden?

16 Wie is politiek verantwoordelijk voor de regie en de sturing op het bestrijden van witwassen?

17 Waarom is niet duidelijk hoeveel gemelde verdachte transacties zijn onderzocht en aangepakt?

18 Welk bedrag is sinds 2008 per jaar aan welke uitvoerende organisatie verstrekt voor de bestrijding van witwassen van crimineel vermogen?

19 Wat zijn de uitkomsten en opbrengsten van de geïnvesteerde 11 miljoen euro van het kabinet-Rutte-II in de verdere versterking van de FIOD-ECD?

20 Wat is het rendement van elke geïnvesteerde euro in relatie tot ontnomen vermogen van witwassen?

21 Wat zijn de doelstellingen op het gebied van sturing, aanpak van witwassen, informatie-uitwisseling en ontwikkeling van deskundigheid met initiële en toekomstige investeringen?

22 Hoe staan andere landen binnen en buiten de Europese Unie ervoor in de strijd tegen witwassen?

23 Hoe wordt ervoor gezorgd dat Nederland geen vrijhaven wordt voor financieel-economische criminelen?

24 Welke acties nemen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën op basis van de grotendeels onderschreven conclusies en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (ARK)? Welke aanbevelingen worden overgenomen? Hoe en op welke termijn worden deze aanbevelingen overgenomen? Welke conclusies en aanbevelingen van de ARK worden niet onderschreven?

25 Worden de zorgen van de ARK gedeeld over het trage tempo waarmee de aanpak van witwassen van de grond komt? Hoe kan sneller progressie worden geboekt?

26 Wat is er gedaan met de aanbevelingen in het rapport van de ARK over witwassen uit 2008 (Kamerstuk 31 477, nr. 2)? Wat is hierbij de stand van zaken? Is het inzicht in witwaspraktijken vergroot na dit rapport? Zo ja, op welke manier en hoe heeft dit de effectiviteit van het beleid verbeterd?

27 De belangrijkste conclusie uit het rapport van de ARK, namelijk dat inzicht in de resultaten nagenoeg ontbreekt, kan toch niet als een verrassing komen gelet op de eerdere kritische rapporten van de ARK (Prestaties in de strafrechtketen, uit 2012, en Rapport bij het Jaarverslag 2012: Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI), uit 2013) met soortgelijke conclusies?

28 Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aanbeveling om de beschikbare informatie die gebruikt kan worden voor de bestrijding van witwasprakijken, beter te bundelen?

29 Waarom is de toezegging om vóór de zomer van 2008 een nulmeting en wetenschappelijk onderzoek uit te laten voeren om beter inzicht te krijgen in de prestaties van de opsporingsorganisaties en in de problematiek van financieel-economische criminaliteit, waaronder witwassen, nog niet nagekomen?

30 Waarom heeft het in 2008 geplande wetenschappelijk onderzoek naar de prestaties van de opsporingsinstanties nooit plaatsgevonden?

31 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën alsnog voornemens een nulmeting en een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren om meer inzicht te krijgen in de prestaties van opsporingsinstanties?

32 Worden de thans beloofde verbeteringen wel tijdig worden gerealiseerd (daar waar dit niet is gebeurd met de in 2008 toegezegde verbeteringen)?

33 Welke maatregelen worden getroffen om de informatie-uitwisseling tussen de FIOD-ECD, Koninklijke Marechaussee (KMar), politie en de overige diensten te verbeteren en te optimaliseren?

34 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën bekend met het probleem van een gebrek aan terugkoppeling van het OM aan de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU)?

35 Hoe wordt ervoor gezorgd dat terugkoppeling over meldingen en zaken plaatsvindt ter lering voor de keten?

36 Waar zien de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën nog mogelijkheden om de informatie-uitwisseling tussen de toezichthouders te verbeteren? Welke maatregelen worden getroffen om de informatie-uitwisseling tussen organisaties significant te verbeteren?

37 Welke maatregelen worden getroffen naar aanleiding van de uitspraken van de Hoge Raad waardoor het extra moeilijk geworden is crimineel geld te ontnemen?

38 Zijn de 2.047 witwaszaken die aangebracht zijn bij het OM afkomstig uit de 23.834 verdachte transacties of mede dan wel voornamelijk afkomstig uit andere strafbare feiten, los van de meldplicht aan de FIU?

39 Delen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën het oordeel van de ARK over de activiteiten die de Nederlandse Orde van Advocaten onderneemt om betrokkenheid van advocaten bij ongebruikelijke transacties, witwassen en andere vormen van financieel-economische criminaliteit tegen te gaan?

40 Is er bij de beroepsgroepen voldoende aandacht voor de bestrijding van deze vormen van misdaad?

41 Hoe beoordelen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën de betrokkenheid van de bovenwereld bij de onderwereld in de afgelopen jaren?

42 Hoe oordelen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën over het laten terugvloeien van opbrengsten uit ontnemingen ten behoeve van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie?

43 Hoe moet het feit dat in een Europese studie recentelijk lovende opmerkingen stonden over de effectiviteit van het Nederlandse beleid en Nederland zelfs de tweede plaats bezet (in Het Financieele Dagblad van 8 maart 2014 stond hierover een commentaar onder de titel «Strijdige analyses van witwasbeleid») gezien worden ten opzichte van de conclusies van de ARK?

44 In hoeverre is er een einde gemaakt aan een aantal incongruenties tussen de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) en de derde witwasrichtlijn? Is dit daadwerkelijk opgelost?

45 Kan de National Risk Assessment Witwassen, waarmee structureel inzicht wordt verkregen in de belangrijkste witwasrisico’s en waarvan de eerste resultaten in 2015 worden verwacht, sneller worden afgerond?

46 Wat is de reactie op de observatie uit recent onderzoek van professor Unger dat Nederland tot de top drie-landen behoort die het meest kwetsbaar zijn voor witwassen (The Economic And Legal Effectiveness Of The European Union’s Anti-Money Laundering Policy, Unger et al., 2014)?

47 Wat is het oordeel over de aanbeveling van professor Unger et al. dat de «wortelmethode» (positieve doelstellingen, best practices en een «witte lijst») effectiever is om criminele en terroristische geldstromen te bestrijden dan de «stokmethode», gehanteerd door de FATF?

48 Leidt een grote aanwezigheid van anonieme brievenbusmaatschappijen tot een witwasrisico, gelet op de resultaten van een studie van de Wereldbank naar 200 grote corruptiezaken waarin werd aangetoond dat in meer dan 70% van deze zaken gebruik werd gemaakt van anonieme brievenbusmaatschappijen om gestolen geld in het financiële systeem te brengen?

49 Leidt een grote aanwezigheid van brievenbusmaatschappijen tot een witwasrisico, gelet op hetgeen bij monde van de heer Vendrik van de ARK in Het Financieele Dagblad op 6 maart 2014 is gesteld, namelijk dat er in 2012 4.000 miljard euro door brievenbusmaatschappijen in Nederland stroomde en dat die vermoedelijk kwetsbaar zijn voor misbruik?

50 Zien de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën in dit rapport aanleiding om verder in te zetten op het terugdringen van al dan niet anonieme brievenbusmaatschappijen zonder toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie?

51 Is registreren onder een andere naam (de heer Havlik van het Vienna Institute for International Economic Studies stelt in het NRC Handelsblad van 4 april 2014 dat beleggers geld halen uit Rusland om dit onder een andere naam te registreren in een buitenlandse brievenbusfirma) ook mogelijk in Nederland? Zo ja, leidt dit tot een risico op witwassen en willen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën dit onmogelijk maken?

52 Welke mogelijkheden hebben financiële instellingen om te herleiden of geld afkomstig uit het buitenland al eerder is witgewassen?

53 Kan geschetst worden hoe de meldingsplicht en het toezicht in andere landen, bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, Zweden en Finland, is geregeld, aangezien getwijfeld kan worden aan de effectiviteit en gezondheid van het indirecte toezicht omdat financiële instellingen, zoals trustkantoren, belang hebben bij het behoud van hun cliënten en dus het risico bestaat dat de slager zijn eigen vlees keurt? In welke Europese landen wordt een systeem van direct toezicht gehanteerd? Welke mogelijkheden zien de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën om te bewerkstelligen dat instellingen vaker rapporteren?

54 Op welke wijze en op welke Raadsbijeenkomsten gaan wordt uitvoering gegeven aan de motie-Klaver (Kamerstuk 21 501-20, nr. 847), waarin wordt gevraagd om zich in te zetten voor een openbaar register van uiteindelijke belanghebbenden?

55 Hoe komt het dat er weliswaar geïnvesteerd is in het vergroten van de capaciteit, deskundigheid en informatie-uitwisseling, maar nog niet kan worden aangegeven wat dit heeft opgeleverd?

56 Hoe verhoudt de investering van 75 miljoen euro in de jaren 2008–2012 zich tot het gebrek aan inzicht in het fenomeen, de opbrengsten en de uitkomsten?

57 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën in staat om verantwoording aan de Tweede Kamer af te leggen over de besteding van de ingezette middelen om te zien of de extra investeringen tot resultaat hebben geleid, nu zij geïnvesteerd hebben in het vergroten van de capaciteit, deskundigheid en informatie-uitwisseling, maar nog niet kunnen aangeven wat dit heeft opgeleverd? Hoe wordt er een terugkoppeling aan de Tweede Kamer gegeven over de voortgang en de bereikte resultaten van de bestrijdingsaanpak?

58 Zal de aan de Tweede Kamer toegezegde informatie over de resultaten van de witwasbestrijding structureel terugkomen in de begroting en in de verantwoording van de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën?

59 Kan Nederland, in het licht van de internationale richtlijnen waar het zich aan heeft gecommitteerd, voldoen aan de verplichting om inzicht te geven in de effectiviteit van witwasbestrijding, nu het nog niet kan aangeven wat investeringen in de capaciteit, deskundigheid en informatie-uitwisseling hebben opgeleverd?

60 Wordt de aanbeveling van de ARK inzake het starten met het verzamelen en analyseren van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over de activiteiten van de organisaties betrokken bij de bestrijding van witwassen overgenomen? Zo ja, wordt de uitvoering daarvan in verband gebracht met de beleidsdoelstelling voor het bestrijden van witwassen?

61 Welk deel van het bedrag van 16,2 miljard euro, dat naar schatting jaarlijks wordt witgewassen in Nederland, wordt ontnomen aan criminelen? Hoeveel verdachten van witwassen zijn veroordeeld sinds 2008?

62 Hoe verhoudt de inschatting van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) van 16,2 miljard euro aan witwaspraktijken per jaar zich tot de omvang van slechts 680 miljoen euro aan verdachte transacties geconstateerd door de FIU?

63 Waarom is er vijf jaar na het vorige onderzoek van de ARK naar witwassen nog steeds onvoldoende inzicht in de voornaamste witwasrisico’s voor Nederland en in de resultaten van de witwasbestrijding, terwijl hiervoor wel gegevens beschikbaar zijn? Waarom slaagt de ARK er wel in om gegevens daarover te verzamelen en te analyseren? Wat is er gedaan met conclusies van de ARK uit 2008 over witwassen? Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën van mening dat er voldoende gedaan is?

64 Kan in de begroting voor 2015 een inventarisatie van witwasrisico’s worden gemaakt en inzicht worden gegeven welke witwasrisico’s moeten worden aangepakt? Zo nee, wanneer worden deze dan aangeleverd? Kan in de begroting voor 2015 voorts inzichtelijk worden gemaakt welke bijdrage de organisaties moeten leveren die betrokken zijn bij de bestrijding van witwassen?

65 Kan inzage worden gegeven in de voornaamste witwasrisico’s voor Nederland, nu de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën in tegenstelling tot de constatering van de ARK hebben aangegeven dat er wel inzicht is in de voornaamste witwasrisico’s maar dat dit wel verbeterd kan en moet worden?

66 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën van plan om het advies van de ARK over te nemen om in het departementale jaarverslag, of zo nodig frequenter, de Tweede Kamer te informeren over de mate waarin beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd?

67 Hoe wordt het inzicht in het rendement van meldingen van ongebruikelijke transacties vergroot?

68 Welke door de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën in hun reactie genoemde ontwikkelingen zijn een goede aanvulling voor een volledig beeld?

69 Hoe wordt aangekeken tegen een (gedetailleerder) vervolgonderzoek waarin ook preventieve activiteiten en alle ontwikkelingen sinds 2008 worden meegenomen, gelet op het feit dat de in het rapport genoemde «betrokken partijen» aangeven dat het onderzoek van de ARK een te beperkt beeld geeft van de activiteiten die zij en anderen ondernemen om witwassen te bestrijden?

70 Beschikt het Bureau Financieel Toezicht (BFT) over voldoende capaciteit om zijn toezichthoudende taken nu en in de toekomst goed te kunnen uitoefenen?

71 Klopt het dat de capaciteitstoename van de politiekorpsen voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit met 359 fte niet alleen ten goede komt aan witwasbestrijding, maar ook aan andere zaken zoals fraudebestrijding? Zo ja, hoeveel fte is hiervan ten goede gekomen aan witwasbestrijding?

72 Is de uitbreiding met 359 fte in de periode 2008–2012 al een onderdeel van de uitbreiding van de capaciteit van de politiekorpsen voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit met 585 fte (zie Kamervragen Klaver, vergaderjaar 2012–2013, aanhangsel Handelingen, nr. 305)? Zo ja, waarom is dit in de beantwoording van voornoemde Kamervragen niet duidelijk gemaakt? Kan uit het feit dat de beantwoording in 2013 plaatsvond, geconcludeerd worden dat in de periode 2008–2012 geen capaciteitsuitbreiding bij de politiekorpsen voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit heeft plaatsgevonden? Kan precies worden aangegeven hoeveel capaciteitsuitbreiding er gerealiseerd (en dus niet voorgenomen) is in de periode 2008–2012 bij de politiekorpsen voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit?

73 Voorzien de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën dat het toezicht op het witwassen bemoeilijkt doordat in het wetsvoorstel Wet positie en toezicht advocatuur (Kamerstuk 32 382) is geregeld dat advocaten niet langer onder de doelgroep van het BFT vallen, waarmee de doelgroep met 16.000 advocaten afneemt? In welk percentage van de witwaszaken zijn getuigenissen door advocaten van belang geweest? Blijft de meldingsplicht voor advocaten bestaan? Zo ja, hoe kan deze nog effectief zijn als het toezicht hierop wordt afgeschaft?

74 Beschikken de opsporingsdiensten over voldoende capaciteit om financieel-economische criminaliteit krachtdadig te kunnen aanpakken en informatie-uitwisseling tussen de verschillende diensten optimaal vorm te geven?

75 Waarom is de capaciteit van het BFT, dat de meldingsplicht controleert en daarmee de basis is van het stelsel van indirect toezicht, nagenoeg onveranderd gebleven met slechts 13 fte? Waarom is deze capaciteit niet uitgebreid, ondanks 75 miljoen euro aan totale investeringen in witwasbestrijding in de periode 2008–2012? Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën bereid om de capaciteit van het BFT fors uit te breiden? Zo nee, waarom niet?

76 Wordt het Vastgoed Intelligence Centre (VIC) voldoende gebruikt voor het doel waarvoor het is opgericht? Zo nee, waarom niet?

77 Waarom is wel in de capaciteit van de politie, de FIOD-ECD en het OM geïnvesteerd, maar niet in de rechterlijke macht? Leidt dit tot problemen? Moet dit alsnog gebeuren om het gebrek aan capaciteit en financiële expertise aan te pakken?

78 Hoe succesvol is het project Niet-Melders?

79 Waarom is er geen zicht op waar en hoe precies wordt witgewassen? In hoeverre zijn hierover nu al gegevens beschikbaar? Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat hier beter inzicht in wordt verkregen?

80 Is het duidelijk welke input nodig is om een goede risicoanalyse te maken? Is hierover contact geweest met de ARK?

81 Bestaat er voldoende zicht op de vraag in welke sector en bij welke meldingsplichtige instellingen de meeste witwasactiviteiten plaatsvinden? Zo ja, welke zijn dit? Zo nee, kan hiernaar nader onderzoek worden verricht?

82 Kan worden toegelicht waarom het inzicht van de FIU minder is geworden in wat de opsporingsdiensten doen met verdachte transacties? Wordt dit beschouwd als een probleem? Zo ja, welke verbeteringen worden overwogen op dit vlak?

83 Kan een inschatting worden gegeven welke negatieve gevolgen van witwassen het meest problematisch zijn?

84 Wordt de aanbeveling van de ARK opgevolgd om een risicoanalyse te maken waarin de verschillende in het rapport genoemde aspecten in kaart worden gebracht, alvorens de beschikbare middelen worden ingezet ter bestrijding van witwassen?

85 Waarom is in de threat assessment van het Financieel Expertise Centrum (FEC) enkel specifiek de sector milieu onderzocht? Welke kwetsbaarheden en risico’s zijn er in deze sector geconstateerd?

86 Vindt het kabinet het wenselijk om, naast de door de ARK aanbevolen analyse van risicosectoren om inzicht te krijgen in de voornaamste witwasrisico’s voor Nederland, ook specifieke landen en bedrijven nader te analyseren die een risico vormen?

87 Sluiten de resultaten van de witwasbestrijding in Nederland aan bij wat de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën voor ogen hebben? Zo nee, waar moet de aanpak dan wel de visie worden bijgesteld?

88 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën bereid om een grootschaliger risicoanalyse te starten die een breder inzicht en een groter overzicht geeft van alle gebruikte witwasmethoden en -technieken en de specifieke risico’s per methode? Zijn zij voorts bereid hierbij aan te geven welke methoden de grootste bedreiging vormen voor Nederland?

89 Zijn de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën bereid om tegemoet te komen aan het pleidooi van de FATF om een national risk assessment uit te voeren?

90 Zijn de gegevens die de ARK heeft verzameld en geanalyseerd om te komen tot inzicht in de resultaten van de witwasbestrijding hiervoor de juiste gegevens? Zo nee, welke gegevens missen in de uitwerking van de ARK? Zo ja, waarom hebben de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën deze gegevens niet gebruikt om een gedegen analyse op te stellen?

91 Wat is de verklaring voor het feit dat de politie en de opsporingsdiensten de afgelopen jaren steeds meer witwasfeiten zijn gaan aanleveren bij het OM, maar dat er in 2012 een daling is te zien?

92 Hoe kunnen de discrepanties worden verklaard tussen 209.239 door (meldingsplichtige) instellingen aangeleverde ongebruikelijke transacties, 23.834 door de FIU verdacht verklaarde transacties, 2.047 witwasfeiten aangebracht bij het OM en 296 veroordelingen?

93 Wordt er alarm geslagen bij een opvallend laag aantal verdachte transacties? Wordt er per land gekeken naar en gereageerd op opvallende statistieken, zoals dat er tussen 2010–2013 slechts twee meldingen van verdachte transacties uit Oekraïne zijn ontvangen (zie Kamervragen Van Ojik/Klaver, vergaderjaar 2013–2014, aanhangsel Handelingen, nr. 1403), terwijl er alleen in 2012 al 209.239 verdachte transacties in totaal zijn gemeld? Wordt er extra gekeken naar landen met een hoge corruptiescore?

94 Zijn er plannen om een nader onderzoek te starten naar de verandering in het percentage transacties dat door de FIU als verdacht wordt aangemerkt en de aanleiding hiervan?

95 Kan worden verklaard waarom het percentage ongebruikelijke transacties dat door de FIU als verdacht wordt aangemerkt, is gedaald van 20% in 2009 tot 12% in 2012? Zo nee, kan dit nader onderzocht worden?

96 Kan worden uitgelegd hoe een dalend percentage ongebruikelijke transacties dat als verdacht wordt aangemerkt, in verband staat met het feit dat de opsporingsdiensten vanaf 2012 minder witwasfeiten aanleveren bij het OM?

97 Waarom is de terugkoppeling aan meldingsplichtige instellingen over het gebruik van verdachte transacties door opsporingsdiensten, ondanks de toezegging in 2008 niet verbeterd maar minder geworden? Hoe wordt deze terugkoppeling in de toekomst verbeterd? Wat is er in de vijf jaar na het eerste onderzoek van de ARK op dit punt gebeurd? Waarom is het inzicht van de FIU in het gebruik van verdachte transacties in de opsporing zelfs minder geworden? Waarom geven de opsporingsdiensten hieraan volgens de FIU weinig prioriteit?

98 Op basis van welke objectieve en/of subjectieve indicatoren worden ongebruikelijke transacties gemeld? Welke indicatoren worden hiervoor gebruikt? Welke criteria hanteert de FIU om deze meldingen te beoordelen? Wanneer en hoe zijn deze meldcriteria aangepast?

99 Waarom is het voor de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën nog niet duidelijk wat zij met het bestrijden van witwassen voor ogen hebben? Wat zijn de concrete en meetbare beleidsdoelstellingen ten aanzien van de bestrijding van witwassen? Waarom zijn er niet eerder concrete en meetbare beleidsdoelstellingen opgesteld, terwijl in 2008 al het belang werd onderschreven van inzicht in de resultaten van de bestrijding van witwassen? Wanneer zijn zij voornemens dit te doen?

100 Is er sprake geweest van ernstige miscommunicatie toen het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in 2010 de opdracht werd gegeven om een beleidsmonitor inzake witwassen te ontwikkelen en er geen beleidsdoelstellingen zijn opgesteld omdat eerst de uitkomst van het onderzoek werd afgewacht, terwijl de onderzoekers naar eigen zeggen geen beleidsmonitor konden maken omdat het kabinet geen beleidsdoelstellingen had geformuleerd waarop zij deze monitor konden baseren? Hoe kan het dat dit tussen 2010 en 2013 niet is opgemerkt? Wordt deze gang van zaken betreurd? Hoe valt dit te rijmen met de prioriteit die wordt gegeven aan witwasbestrijding?

101 Waarom is de beleidsmonitor inzake witwassen nog niet van de grond gekomen? Komt er een andere beleidsmonitor voor het bestrijden van witwassen? Zo ja, welke gegevens zijn nu wel beschikbaar die bij het opstellen van de eerste beleidsmonitor niet voor handen waren?

102 Hoe ver is de ontwikkeling van een nieuwe beleidsmonitor inzake witwassen? Kan de nieuwe beleidsmonitor inzake witwassen die wordt ontwikkeld en die naar verwachting eind 2014 beschikbaar komt, sneller worden afgerond? In hoeverre worden het onderzoek «Naar een beleidsmonitor bestrijding witwassen» (Van den Tillaart et al., 2012) en de nieuwe methodologie van de FATF (2013) daar conform de aanbeveling van de ARK bij betrokken?

103 Kan inzicht worden verschaft in de aard en inhoud van de nieuwe poging die wordt ondernomen om te komen tot een beleidsmonitor voor het bestrijden van witwassen? Door wie zal die worden uitgevoerd?

104 Kan duidelijk worden aangegeven wat de beleidsdoelstellingen zijn bij de nieuwe opdracht van het ontwikkelen van een nieuwe beleidsmonitor inzake witwassen?

105 Waarom is er geen inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve gegevens die de partijen in de handhavingsketen opslaan over hun activiteiten bij de witwasbestrijding, terwijl ze wel beschikbaar zijn bij die organisaties? Waarom zijn deze gegevens niet verzameld en met elkaar in verband gebracht om een beeld te krijgen van de resultaten van de verschillende activiteiten in de keten en om vervolgens na te gaan of de resultaten gewenst waren en of die zo nodig zouden moeten worden bijgestuurd?

106 Welke redenen zijn er om geen conclusies te trekken uit de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens die inzicht konden scheppen zelfs zonder concrete en meetbare beleidsdoelstellingen?

107 Kan de Kamer op korte termijn geïnformeerd worden over het aantal, de aard en de financiële omvang van de zaken die bij de verschillende organisaties in de handhavingsketen instromen, behandeld worden, doorstromen en uitstromen?

108 Kan de Kamer op korte termijn geïnformeerd worden over het aantal en de hoogte van de boetes die door de toezichthouders worden opgelegd in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)?

109 Kan de Kamer op korte termijn duidelijkheid worden gegeven over de aansluiting en overdrachtsmomenten tussen de verschillende schakels in de handhavingsketen?

110 Waarom heeft de FIU ervoor gekozen om het nieuwe systeem Blueview aan te schaffen, terwijl dit niet in staat is aan te geven in hoeverre informatie over verdachte transacties wordt gebruikt in processen-verbaal?

111 Kan een oplossing worden gegeven voor het gebruik van het systeem Blueview door de FIU, waardoor het inzicht in het gebruik van verdachte transacties door de politie sinds de overstap op het nieuwe ICT-systeem verslechterd is?

112 Wat is de stand van zaken van het overleg tussen de FIU, de nationale politie en andere opsporingspartners om de feedbackloop te verbeteren en te komen tot prestatieafspraken over de afname van en verantwoording over het gebruik van FIU-informatie?

113 Worden er maatregelen getroffen om de informatiepositie van de FIU te verbeteren, nu de ARK stelt dat gesprekken om te komen tot prestatieafspraken over de feedbackloop de informatiepositie van de FIU tot nu toe niet hebben verbeterd? Kan er in dit verband meer op worden toegezien dat de gesprekken tussen de FIU, de nationale politie en andere opsporingspartners leiden tot prestatieafspraken over de afname van en verantwoording over het gebruik van FIU-informatie en dat dit de informatiepositie van FIU verbetert?

114 In hoeverre is het ernstig dat de informatiepositie van de FIU nog niet verbeterd is?

115 Wat zijn de gevolgen van het gebrek aan inzicht in de witwasrisico’s en de resultaten van de bestrijding ervan, in het licht van de internationale richtlijnen waarbij Nederland zich eraan heeft gecommitteerd om inzicht te geven in de effectiviteit van witwasbestrijding? Welke schade heeft dit opgeleverd voor het imago van de integriteit van de financiële markten in Nederland?

116 Waarom vinden de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën dat de visualisatie van de ARK van de handhavingsketen een incompleet beeld geeft? Hoe zou het beeld completer gemaakt kunnen worden?

117 Welke preventieve activiteiten missen de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën in het rapport van de ARK? Hoe hadden deze preventieve activiteiten gepast moeten worden in dit rapport?

118 Zijn concrete onderzoeksdossiers de voornaamste bron om inzicht te krijgen in witwasrisico’s?

119 Is er aanvullend onderzoek nodig om een beeld te krijgen van de effectiviteit van de witwasbestrijding, zoals gesuggereerd door de nationale politie? Zo ja, wanneer komt dat onderzoek er?

120 Welke verbetermaatregelen zijn er genomen om inzicht te krijgen in het rendement van de meldingen van FIU? Waar hebben deze verbetermaatregelen gefaald? Welke maatregelen waren succesvol?

121 Welke wijzigingen qua informatievoorziening zullen worden doorgevoerd in de begrotingen van 2015 en verder en in de jaarverslagen om de Kamer hierover beter te informeren?

122 Welke ontwikkelingen die niet in het rapport van de ARK zijn opgenomen, hebben bijgedragen aan de verbetering van de bestrijding van witwassen?

123 Welke maatregelen worden genomen om een loanbackconstructie te voorkomen waarin een advocaat misbruik maakt van zijn verschoningsrecht door zelf op te treden als bestuurder van een nv die betrokken is bij witwassen, om hier vervolgens niet over te hoeven getuigen tegenover een rechter?

124 Kunnen de beleidsdoelstellingen die in de bijlage aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën worden toegeschreven, nader worden geconcretiseerd en meetbaar worden gemaakt? Kan de Kamer hierover spoedig worden geïnformeerd?

125 Kan worden toegelicht in welke gevallen een cliëntenonderzoek verplicht is en wat dit onderzoek behelst, nu in tegenstelling tot hetgeen het ARK-rapport hierover zegt eerder is gemeld dat de Wwft een verplicht cliëntenonderzoek kent (Kamervragen Klaver, vergaderjaar 2013–2014, aanhangsel Handelingen, nr. 305)? Hoeveel cliëntenonderzoeken zijn er in de onderzochte periode gedaan door meldingsplichtige instellingen op basis van de Wwft?

126 Waarom gelden er voor trustkantoren andere regels, namelijk ken-uw-cliënt-regels, in plaats van de cliëntenonderzoeken? Op welke wijze en met welke frequentie ziet de Nederlandsche Bank toe op de naleving van deze regels en specifiek op de regel dat trustkantoren kennis moeten hebben van de uiteindelijk belanghebbenden van de cliënt? Gaat de kennis die trustkantoren moeten hebben over hun cliënten verder of minder ver dan de kennis die naar voren moet komen uit cliëntenonderzoeken (Kamervragen Klaver, vergaderjaar 2013–2014, aanhangsel Handelingen, nr. 305)?

Opvallend aan de vragen is dat de vragenstellers niet schijnen te beseffen dat het begrip ‘witwassen’ bijna gelijk is aan ‘criminaliteit’. Het is een containerbegrip. De vragen over de Nederlandse witwasbestrijding (Wwft) illustreren de beperkte kennis van de vragenstellers.

Het bewustzijn dat het tijd wordt om onderzoek in te stellen naar de vraag of de Wwft bureaucratie wel zinvol en proportioneel is, is niet aanwezig bij de vragenstellers. 

Het zal me benieuwen wat voor antwoord er op de vragen komt.

Alweer die slager

Overigens zie ik in de vragen “de slager die zijn eigen vlees keurt” figureren. Als ik iemand dat hoor zeggen krijg ik enorme jeuk: vroeger waren we blij met het gildensysteem waarin beroepsgenoten elkaar opleidden en toezicht op elkaar hielden. Tegenwoordig zijn we dol op toezichthouders die in de beschermde omgeving van de ministeries en de zelfstandige bestuursorganen zijn opgegroeid en die niets afweten van de gewone wereld van ondernemers. Aan ieder systeem zijn voor- en nadelen verbonden. Maar misschien verwacht ik teveel verstand.

Meer informatie

Aanvulling 23 juni 2014
Op 26 mei jl. werden 41 vragen van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie door de Algemene Rekenkamer beantwoord, lees deze pagina. Het betreft andere vragen dan de hierboven geciteerde. De 41 vragen werden op 15 april 2014 op overheid.nl bekend gemaakt, zie deze pagina.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht, Trustkantoren en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s