Over de internatonalisering van het recht | prejudiciële vragen Raad van State over het Europese systeem van ‘verboden’ verklaren van organisaties (sanctieregelgeving)

Ondernemingen in de financiële sector krijgen te maken met internationaal vastgestelde sanctielijsten, op grond waarvan zij moeten nagaan of mensen op dergelijke lijsten staan. Indien dat het geval is moeten er maatregelen worden genomen. Dat is een zware administratieve last voor betrokken ondernemingen en heeft grote gevolgen voor degenen die op de lijsten staan.

Juridisch is er het nodige aan te merken op het systeem van sanctieregels, zoals ondernemers moeten toepassen. De positie van degenen die op op dergelijke lijsten worden geplaatst, is een juridisch zorgenkindje, zo schreef ik al eerder naar aanleiding van de Kadi II zaak (artikel 23 september 2013).

Een van de problemen voor mensen die op sanctielijsten worden geplaatst, is dat dit kan gebeuren als zij actief zijn voor een organisatie die is verboden. De vraag is dan of die organisaties op juiste gronden als ‘verboden organisatie’ zijn aangemerkt. Dit onderwerp kwam aan de orde in een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1148) prejudiciële vragen gesteld over het system van ‘verboden’ verklaren van organisaties op grond van de sanctieregelgeving. In de samenvatting op rechtspraak.nl staat (LTTE is de verboden organisatie):

De Raad van State ziet zich in deze zaken voor de vraag gesteld of de Raad van de Europese Unie de LTTE terecht op de Europese terrorismelijst heeft geplaatst. De Raad van State betwijfelt dat, omdat onzeker is of handelingen van strijdkrachten in een gewapend conflict als terroristische daden kunnen worden beschouwd. Omdat alleen het Hof van Justitie uitsluitsel kan geven over de geldigheid van Europese besluiten, stelt de Raad van State prejudiciële vragen aan het Hof. Allereerst wil hij weten of de mannen zelf de geldigheid van het Europese besluit tot plaatsing van de LTTE op de Europese terrorismelijst hadden kunnen aanvechten in Luxemburg. Mocht dat het geval zijn, dan moet de Raad van State – omdat de mannen het Europese besluit niet aangevochten hebben – ervan uitgaan dat de LTTE terecht op de terrorismelijst is geplaatst. Als dat niet het geval is, dan vraagt de Raad van State het Hof te oordelen over de geldigheid van het Europese besluit. Van belang daarbij is de uitleg van het Hof over enkele Europese terrorismebegrippen.

Achtergrond

Bij besluiten van 8 juni 2010 heeft de minister van Buitenlandse Zaken vier personen (hierna “klagers”) aangewezen als personen op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is omdat zij actief zouden zijn geweest voor een verboden Tamil organisatie, te weten de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), beter bekend als de Tamiltijgers. Klagers hebben bezwaar tegen het besluit van de minister gemaakt, maar die bezwaren zijn door de minister ongegrond verklaard. Tegen de ministeriële besluiten op bezwaar is door klagers beroep ingesteld.

Geldigheid van plaatsing van een organisatie op de Europese terrorismelijst

De Afdeling Bestuursrechtspraak gaat uitgebreid in op het algemene juridische kader van de sanctieregels, zowel de internationale regelgeving als het Nederlandse juridische kader. Vervolgens bespreekt de Afdeling de besluiten waartegen beroep is ingesteld. De kernvraag is of LTTE terecht als ‘verboden organisatie’ is aangemerkt en of aan klagers daar nog beroep op toekomt. De Afdeling overweegt:

3.6. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.3 is overwogen, staat ter beoordeling of er reden is voor twijfel aan de geldigheid van de plaatsing van de LTTE op de Europese terrorismelijst ten tijde van de besluiten van 25 november 2010 en 8 december 2010 en de twee besluiten van 10 januari 2011. Ten tijde van die besluiten was de LTTE ingevolge Uitvoeringsverordening 610/2010 op de Europese terrorismelijst geplaatst. Tegen die uitvoeringsverordening is bij het Gerecht geen beroep tot nietigverklaring ingesteld. Anders dan de rechtbank ’s-Gravenhage (sector strafrecht) in de vonnissen van 21 oktober 2011, kan de Afdeling vooralsnog niet reeds om die reden uitgaan van de geldigheid van de Uitvoeringsverordening 610/2010, aangezien zij twijfelt of A, B, C en D ontvankelijk zouden zijn geweest in een op eigen naam ingesteld beroep tot nietigverklaring daarvan bij het Gerecht. Deze twijfel is ingegeven door de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake de beroepsmogelijkheden van personen en organisaties die op de Europese terrorismelijst zijn geplaatst en door de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake artikel 263, vierde alinea, derde zinsnede, van het VWEU.

Na een uitvoerige toelichting verzoekt de Afdeling het Hof van Justitie bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de volgende vragen:

 1. Zouden de appellanten in de onderhavige procedure, mede gelet op artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zonder twijfel ontvankelijk zijn geweest in een op eigen naam op grond van artikel 263 van het VWEU ingesteld beroep bij het Gerecht tot nietigverklaring van Uitvoeringsverordening 610/2010, voor zover daarbij de LTTE is geplaatst op de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening 2580/2001?

2a. Kunnen handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict in de zin van het internationale humanitaire recht, mede gelet op punt 11 van de preambule van Kaderbesluit 2002/475/JBZ, terroristische misdrijven zijn in de zin van dat kaderbesluit?

2b. Kunnen handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict in de zin van het internationale humanitaire recht, indien het antwoord op vraag 2a) bevestigend luidt, terroristische daden zijn in de zin van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB en Verordening 2580/2001?

3. Zijn de handelingen die ten grondslag zijn gelegd aan Uitvoeringsverordening 610/2010, voor zover daarbij de LTTE op de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening 2580/2001, is geplaatst, handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict in de zin van het internationale humanitaire recht?

4. Is, mede gelet op het antwoord op vraag 1, 2a, 2b en 3, Uitvoeringsverordening 610/2010, voor zover daarbij de LTTE op de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening 2580/2001, is geplaatst, ongeldig?

5. Indien het antwoord op vraag 4 bevestigend luidt, geldt deze ongeldigheid dan ook voor de eerdere en latere besluiten van de Raad tot actualisering van de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening 2580/2001, voor zover daarbij de LTTE op die lijst is geplaatst?

Bredere betekenis van deze zaak

Deze zaak is niet alleen belangrijk als het gaat om de mensenrechten van degenen die ten onrechte op sanctielijsten zijn geplaatst. Het illustreert ook de steeds noemende invloed van internationale regelgeving, een invloed waar ook veel ondernemers mee te maken krijgen. Ook ondernemers ondervinden nadeel van de ondoorzichtige Europese en internationale regelgeving en het feit dat sommige onderwerpen niet op Nederlands niveau maar alleen op Europees of internationaal niveau aan de orde kunnen worden gesteld.

Meer informatie

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s