Wwft: voorstel tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wwft in consultatie

Op 14 maart jl. is een internetconsultatie inzake het Wijzigingsbesluit financiële markten 2015 gestart. Onderdeel daarvan is een voorstel tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Onderstaand de toelichting:

b. verduidelijking indicatoren ongebruikelijke transacties

In de toezichtspraktijk van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is gebleken dat behoefte bestaat om per type instelling te verduidelijken welke indicatoren bepalend zijn voor het doen van een melding van een ongebruikelijke transactie. De wijziging van de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Uitvoeringsbesluit Wwft) strekt daartoe: In de bijlage is per type instelling een uitputtende lijst opgenomen met voor die instelling toepasselijke indicatoren.

Ook zijn, voortvloeiend uit een wens van de toezichthouders, voor een aantal typen instellingen de indicatoren aangepast of aangevuld. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om op onderdelen de formulering van bepaalde indicatoren aan te scherpen, zonder daarmee materieel gezien wijziging te beogen. De bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft is verder aangevuld met indicatoren voor instellingen die onlangs onder de reikwijdte van de Wwft zijn gebracht (de instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe), per 1 januari 2014) of per 1 januari 2015 onder die reikwijdte zullen komen (het pandhuis en de tussenpersoon die bemiddelt bij koop en verkoop van bepaalde goederen van grote waarde, ingevolge de Wijzigingswet financiële markten 2015). (…)

b. verduidelijking indicatoren ongebruikelijke transacties

De aanvulling van de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft met indicatoren voor icbe’s zal niet leiden tot een toename van administratieve lasten of nalevingskosten. Icbe’s zijn nu apart als instelling in de Wwft opgenomen, maar werden eerder al gerekend tot de beleggingsinstellingen. Voor hen gelden ingevolge de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft ook nog steeds dezelfde indicatoren als voor de beleggingsinstellingen.
De aanvulling van de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft met indicatoren voor pandhuizen en tussenpersonen die bemiddelen bij koop en verkoop van bepaalde goederen van grote waarde, zal naar verwachting slechts leiden tot een minimale toename van de administratieve lasten. Zoals is toegelicht in de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel financiële markten 2015 zal het feit dat tussenpersonen die bemiddelen bij koop en verkoop van bepaalde goederen van grote waarde onder de werking van de Wwft zullen komen, leiden tot slechts enkele meldingen per jaar. Voor de pandhuizen, die eveneens per 1 januari 2015 onder de Wwft zullen vallen, is de verwachting dat dit aantal vergelijkbaar is. Uit het rapport “Pandhuizen in Nederland” uit 2009 blijkt dat destijds rond de 60 pandhuizen actief waren in Nederland. Dit aantal zal in de afgelopen jaren naar waarschijnlijkheid zijn toegenomen. Hoeveel meldingen daadwerkelijk te verwachten zijn van de pandhuizen is op dit moment niet vast te stellen. Blijkens bedoeld rapport was de beleensom bij de gemeentelijk pandhuizen gemiddeld € 254 en die bij de commerciële pandhuizen gemiddeld € 78. Op basis van die bedragen is de verwachting dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn van de situatie waarin het door het pandhuis ter beschikking gestelde bedrag € 25.000 of meer bedraagt. Meldingen op basis van de andere twee indicatoren die gelden voor pandhuizen (een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme of het feit dat de transactie plaatsvindt met een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een op grond van artikel 9 van de wet aangewezen staat) zullen naar verwachting slechts enkele keren per jaar worden gedaan door pandhuizen.
De precieze omvang van de administratieve lasten die zijn gemoeid met het feit dat de indicatoren “Een contante storting voor een bedrag van € 15.000 of meer, ten gunste van een creditcard of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card)” en “Het gebruik van een van een creditcard of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) in verband met een transactie voor een bedrag van € 15.000 of meer bij een aangesloten bedrijf” ruimer zijn geformuleerd zodat deze indicatoren beide niet alleen betrekking hebben op creditcards maar ook op vooraf betaalde betaalinstrumenten en zodat de laatstgenoemde indicator ook betrekking heeft op aangesloten bedrijven buiten Nederland, is op dit moment niet goed in te schatten. Een eerste inschatting is dat dit jaarlijks rond de 100 extra meldingen zal opleveren. In 2004 werden de variabele kosten voor het doen van een melding op € 609 geschat. Gecorrigeerd voor inflatie zou dit nu uitkomen op ongeveer € 720. Het zou dan ook naar schatting gaan om een bedrag van rond de € 72.000 op jaarbasis.
Het laten vervallen van de opsomming van specifieke betaalmethoden en betaalinstrumenten bij de indicator voor geldtransfers zal bij de betrokken Wwft instellingen niet tot een toename van lasten leiden. Vrijwel alle melders van bedoelde geldtransfers melden nu al transacties ongeacht het gebruikte betaalinstrument of de gebruikte betaalmethode omdat het kostenefficiënter is om geen onderscheid naar betaalinstrument of betaalmethode te hoeven maken.
(…)

ARTIKEL V

A
Met onderdeel A wordt artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit Wwft opnieuw vastgesteld, aangevuld met de definities die nodig zijn voor een goed begrip van de met onderdeel B gewijzigde bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft.

B
Naar aanleiding van wensen van de toezichthouders is de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft, anders dan voorheen, in de vorm van een tabel weergegeven. De inhoud daarvan is zodanig dat nu per type instelling uitputtend staat vermeld op grond van welke indicatoren de desbetreffende instelling een meldingsplicht heeft. Voor zover ook bijkantoren van bepaalde financiële ondernemingen kwalificeren als instelling, staan zij vermeld in dezelfde regel van de tabel als die financiële onderneming.
De twee indicatoren die eerder stonden vermeld onder de kop “IIC. Creditcardmaatschappijen”, onder de subkopjes “Contante storting” en “Gebruik van creditcard”, worden opgenomen als indicatoren voor banken, financiële instellingen, betaaldienstagenten, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen en voor personen die bij de uitvoering van betaaldiensten optreden voor rekening van een betaaldienstverlener met zetel in een andere lidstaat die beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het uitoefenen van zijn bedrijf (creditcardmaatschapppijen zijn immers sinds 2010 niet meer apart benoemd als instelling in de zin van de Wwft omdat uitgifte en aanvaarden van creditcards valt onder de werkzaamheden van de instellingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 2 en 19). Daarbij is de reikwijdte uitgebreid zodat daar niet alleen creditcards maar ook vooraf betaalde betaalinstrumenten (ook wel ‘prepaid cards’ of ‘stored value cards’ genoemd) onder vallen.
De indicator die betrekking heeft op transacties voor een bedrag van € 15.000 of meer met een creditcard of vooraf betaald betaalinstrument kent bovendien niet langer de beperkende voorwaarde dat het moet gaan om een transactie bij een aangesloten bedrijf ´in Nederland´. Hierdoor bestaat ook een meldingsplicht bij dergelijke transacties die door Nederlandse houders van creditcards of prepaid cards worden verricht bij een aangesloten bedrijf in het buitenland. Het gaat dan bijvoorbeeld om een Nederlander die met zijn creditcard goederen koopt in een Frans warenhuis, waarbij dat warenhuis aangesloten is bij het bedrijf dat deze creditcard uitgeeft. Ook die uitbreiding is bedoeld om witwassen en terrorisme financiering effectiever tegen te gaan.
Bij de indicator voor geldtransfers die eerder was vermeld onder de kop “IIa. Banken, elektronischgeldinstellingen, financiële instellingen, beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen, geldtransactiekantoren”, onder het subkopje “Geldtransfers”, komt de opsomming van de specifieke betaalmethoden en betaalinstrumenten waarmee de geldtransfer wordt verricht, te vervallen. Doel is te verduidelijken dat betaalinstrumenten als PIN, automatisch incasso en Ideal hier onder vallen. Zodoende wordt voor deze indicator slechts het geldbedrag (€ 2.000 of meer) bepalend, en niet meer de gebruikte betaalmethode of het gebruikte betaalinstrument. De indicator is van toepassing op banken, financiële instellingen, beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen, betaaldienstagenten, icbe’s en op personen die bij de uitvoering van betaaldiensten optreden voor rekening van een betaaldienstverlener met zetel in een andere lidstaat die beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het uitoefenen van zijn bedrijf, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen.
Aan de indicator die eerder was vermeld onder de kop “IIF. Onafhankelijke juridisch adviseurs, advocaten, notarissen, belastingadviseurs, externe accountants, bedrijfseconomische adviseurs, bemiddelaars in onroerende zaken, trustkantoren”, onder het subkopje “Contante transacties”, is toegevoegd het vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) omdat betaling met een dergelijke instrument vergelijkbaar is met een betaling in contanten. Die betaling vooraf maakt dat het geld moeilijker te herleiden is, hetgeen een mogelijk witwasrisico met zich brengt.
Voor icbe’s die tot de implementatie van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen werden gerekend tot de beleggingsinstellingen, zijn dezelfde indicatoren opgenomen als voor de beleggingsinstellingen.
Voor pandhuizen is, naast de subjectieve indicator dat sprake is van een vermoeden van witwassen of financieren van terrorisme en de objectieve indicator dat sprake is van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat met strategische tekortkomingen in de preventie van witwassen en financieren van terrorisme, een indicator opgenomen die specifiek betrekking heeft op het bedrag dat het pandhuis aan de pandbelener beschikbaar stelt voor het verpande goed. Bij de hoogte van het bedrag is aansluiting gezocht bij het bedrag dat geldt voor handelaren in goederen van grote waarde (artikel 1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 15), te weten

Zie voor de gewijzigde indicatoren de bijlage, dat is de tekst uit het voorstel dat betrekking heeft op het Uitvoeringsbesluit Wwft.

Zie voor korte chronologische berichten over de Wwft deze pagina (na de introductie).

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Wwft: voorstel tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wwft in consultatie

  1. Pingback: Voorstel tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wwft | Compliance Platform Trustkantoren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s