In het Nederland van de toekomst zijn beperkte digitale vaardigheden niet meer toegestaan (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst)

Onlangs is een wetsvoorstel ingediend met als titel “Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst“. Aan het voorstel is een internetconsultatie voorafgegaan. Het meest opmerkelijke aan het voorstel is dat digitale communicatie met de belastingdienst verplicht wordt.

Onderstaand een citaat uit het voorstel met onderstreping door mij:

Artikel 3a
1. In het verkeer tussen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen en de inspecteur of het bestuur van ´s Rijks belastingen wordt een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden langs andere dan de elektronische weg.

De interessante vraag is of de Nederlandse overheid al aan volledige digitalisering toe is en of de burger wel voldoende digitaal vaardig is voor een vertrouwelijke digitale communicatie. Natuurlijk is internet een belangrijke bron van algemene informatie over de overheid geworden. Het is iets heel anders als het gaat om het uitwisselen van vertrouwelijke gegevens, waarvan voor de burger veel afhangt.

Toelichting op de digitalisering van de communicatie

De memorie van toelichting is over de digitale vaardigheden en de beveiligingsproblematiek heel laconiek:

9. Elektronisch berichtenverkeer

9.1. Van papier naar digitaal
Met het digitaliseren van het berichtenverkeer kan de dienstverlening aan de belastingplichtige verbeterd worden en kunnen de administratieve lasten beperkt worden. Het verzenden en ontvangen van berichten op papier is voor belastingplichtigen meer werk dan het verzenden of ontvangen van dezelfde berichten langs elektronische weg. Ook is bij de Belastingdienst veel winst te boeken in termen van papier- en kostenbesparing. De besparing kan oplopen tot € 60 miljoen per jaar. Bovendien is ook het milieu gebaat bij een beperking van het verzenden van papieren stukken.
In de formele wetten voor de belastingen, de toeslagen en de invordering worden daarom wettelijke bepalingen opgenomen die het juridische kader scheppen voor het verder ontwikkelen van elektronisch berichtenverkeer tussen enerzijds de belastingplichtige, de belastingschuldige en de toeslaggerechtigde daaronder begrepen, en anderzijds de Belastingdienst.
Elektronisch berichtenverkeer met de Belastingdienst sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van digitalisering. In de inleiding is als voorbeeld genoemd dat 95% van de aangiften inkomstenbelasting digitaal wordt ingediend. Het internet blijkt bovendien als kanaal veruit de voorkeur van belastingplichtigen te hebben. Voor toeslagen ligt dit niet anders. 73% van de toeslaggerechtigden heeft contact met de Belastingdienst via internet en slechts zo’n 10% schrijft een brief. Ook bij intermediairs voor de toeslagen is het internet populair (circa 62%). Daarnaast maken zij veel gebruik van de BelastingTelefoon. Het CBS meldt dat het percentage internetgebruik sinds 2005 ook onder ouderen stevig is toegenomen. In de leeftijdscategorie tot 45 jaar is dit al 100%, tussen 45 en 65 jaar 91% en tussen 65 en 75 jaar 60%. Ook in andere publieke en private sectoren neemt digitaal zakendoen een hoge vlucht, zoals in het verkeer tussen uitkeringsgerechtigden en UWV en bij internetbankieren.

9.2. Ingroei
Gelet op de winst in termen van kosten, milieu en service voor de belastingplichtige en gelet op de toenemende acceptatie in de maatschappij van elektronisch berichtenverkeer met bestuursorganen, acht het kabinet enige ambitie gerechtvaardigd. In het voorstel is dan ook opgenomen dat al het berichtenverkeer in principe elektronisch plaatsvindt. In de vormgeving gaat het om formeel berichtenverkeer, dat wil zeggen berichten die in de wetgeving benoemd zijn zoals aangiften, beschikkingen en verzoeken van de Belastingdienst om informatie te overleggen. Algemene verzoeken om informatie, het verzenden van folders en dergelijke vallen er niet onder.
Het berichtenverkeer met de Belastingdienst kan echter niet ineens volledig en verplicht elektronisch worden. Dat is voor zowel de belastingplichtige als de Belastingdienst te snel. Daarom kiest het kabinet voor een ingroeimodel, waarbij de techniek, de maatschappelijke ontwikkelingen rond digitalisering en het juridisch kader zich in een gelijk tempo ontwikkelen. Om het ingroeischema vorm te geven wordt bij ministeriële regeling een lijst uitzonderingen geformuleerd, die de eerste jaren nog veel berichten zal omvatten. Per type bericht (bijvoorbeeld het doen van aangifte inkomstenbelasting) kan per groep belastingplichtigen (bijvoorbeeld particulieren) of op grond van bepaalde omstandigheden worden bepaald of een uitzondering geldt. Deze delegatie naar ministeriële regeling vervangt de huidige delegatiebepaling waarbij bij ministeriële regeling kan worden bepaald voor welke groepen het doen van aangifte uitsluitend elektronisch plaatsvindt.
De komende jaren zullen deze uitzonderingen geleidelijk geschrapt worden. Het tempo waarin dit kan, wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en capaciteit van de Berichtenbox, een persoonlijke, beveiligde elektronische postbus voor iedere burger bij de overheid. De Belastingdienst gaat deze generieke voorziening, gerealiseerd als onderdeel van MijnOverheid.nl, gebruiken voor het verzenden van berichten aan belastingplichtigen. De Belastingdienst heeft begin 2012 een pilot onder eigen medewerkers uitgevoerd met het elektronisch verzenden en ontvangen via de Berichtenbox. Het streven is de Berichtenbox zodanig door te ontwikkelen dat deze eind 2013 technisch in staat zal zijn om de volumes die nodig zijn voor het dan voorziene berichtenverkeer te ondersteunen. Dit geschiedt met het oog op de wens om vanaf het berekeningsjaar 2014 het formele berichtenverkeer tussen toeslaggerechtigden en de Belastingdienst, behalve waar het de terugvordering betreft, geheel elektronisch te laten verlopen. Toeslaggerechtigden hebben daartoe dan het portaal MijnToeslagen.nl en de Berichtenbox tot hun beschikking. Het streven is – mede afhankelijk van het verloop van dit wetgevingstraject – te starten met de voorschotbeschikkingen voor 2014. Voor andere berichten, zoals de definitieve toekenningen, wordt het eerder genoemde ingroeischema gevolgd.
Om belastingplichtigen te laten wennen aan het feit dat langs elektronische weg gecommuniceerd gaat worden, is het streven vanaf 2014 een deel van de uitnodigingen tot het doen van aangifte digitaal via de Berichtenbox te verzenden. Vanaf 2015 wordt vervolgens het berichtenverkeer in het kader van het proces van inkomstenbelasting verder gedigitaliseerd. Zodra het portaal MijnBelastingdienst.nl beschikbaar is, zal de aangifte inkomstenbelasting verplicht elektronisch gedaan moeten worden. Alle belastingaanslagen zullen uiteindelijk uitsluitend via de Berichtenbox worden verzonden. Het sluitstuk zal zijn het verplicht stellen van elektronisch berichtenverkeer voor de overige berichten in het kader van het proces van inkomensheffing, bijvoorbeeld het doorgeven van wijzigingen, zoals een ander rekeningnummer. De andere belastingen kennen een soortgelijk ingroeischema.

9.3. Ondersteuning bij berichtenverkeer
Hoewel computer- en internetgebruik in Nederland de afgelopen jaren een hoge dichtheid heeft bereikt, is (nog) niet iedereen in staat berichten elektronisch te verzenden en ontvangen. Waar het gaat om berichten waar particulieren mee te maken krijgen, zoals het doen van de aangifte inkomstenbelasting, het aanvragen van toeslagen en het ontvangen van aanslagen en toekenningen, zal daarbij uiterste zorgvuldigheid betracht worden. Dat geldt met name voor belastingplichtigen die digitaal minder vaardig zijn of niet over de middelen beschikken om digitaal te communiceren met de Belastingdienst. Van belang is dat de Belastingdienst voor deze groep gerichte ondersteuning biedt bij het verzenden van berichten, door telefonisch en op het belastingkantoor hulp te bieden bij bijvoorbeeld het indienen van de aangifte of het aanvragen van een voorlopige teruggaaf of toeslag. Met deze ondersteuning heeft de Belastingdienst ook een jarenlange ervaring. Daarbij liggen de zaken bij het verzenden van een bericht nog anders dan bij het ontvangen van een bericht. De belastingplichtige moet effectief in staat worden gesteld kennis te nemen van de beschikkingen die op hem betrekking hebben. Deze zijn immers gericht op rechtsgevolgen. Daartoe zal voorzien worden in adequate machtigingsvoorzieningen voor Mijnoverheid.nl en de Berichtenbox, zodat mensen die niet over mogelijkheden beschikken om zelf hun berichten digitaal te raadplegen, dat door een gemachtigde (familielid, intermediair, wettelijk vertegenwoordiger) kunnen laten doen. Het zal verder mogelijk blijven om in gevallen waarin dat nodig is een papieren kopie van de elektronische beschikking te verstrekken. De inzet is om de betrokkenen te leren hoe zij berichten zelfstandig elektronisch kunnen verzenden en ontvangen, zodat zij een papieren kopie of hulp bij verzenden in de toekomst niet meer nodig hebben.

9.4. Kapstokbepalingen
Op dit moment is voor de indiening van aangiften door ondernemers een specifieke bepaling in de AWR opgenomen. Die regelt dat bij ministeriële regeling bepaalde belastingen en groepen personen kunnen worden aangewezen waarvoor geldt dat aangifte doen langs elektronische weg verplicht is. In het verleden golden nog ontheffingen voor individuele ondernemers. De laatste ontheffingen zijn echter inmiddels ingetrokken, waardoor de verplichting nu voor alle ondernemers geldt.
Voor andere processen dan aangifte en voor andere groepen dan ondernemers bestaat zo’n bepaling nu nog niet. Er zijn wel enkele andere processen die uitsluitend langs elektronische weg gedaan kunnen worden, met name het doen van meldingen inzake de energie- en milieu-investeringsaftrek (EIA, MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). De juridische inbedding daarvan is echter anders vormgegeven dan de aangifteverplichtingen voor ondernemers. De voorgestelde bepalingen harmoniseren deze juridische inbedding. Met het oog op de doelstelling voor de langere termijn stelt het kabinet een algemene bepaling voor in de formele wetten voor de heffing en inning van rijksbelastingen alsmede voor de uitvoering van de toeslagen. Deze bepaling biedt volgens een ingroeimodel de mogelijkheid om het verzenden van berichten van de Belastingdienst exclusief langs elektronische weg te doen. Voorts kunnen belastingplichtigen op grond van de bepaling worden verplicht bij het verzenden van berichten aan de Belastingdienst de elektronische weg te gebruiken.
Hierbij wordt de mogelijkheid gecreëerd bij ministeriële regeling per proces of beschikking te bepalen of er een mogelijkheid is om langs een andere weg berichten en beschikkingen te verzenden. Deze bepalingen vormen de juridische kapstok waaronder in de komende jaren het verplicht gebruik van elektronisch berichtenverkeer geregeld wordt. Hierbij kan, zoals hiervoor aangehaald, gedifferentieerd worden naar groepen belanghebbenden, naar het voorbeeld van de nu geldende verplichtingen voor uitsluitend ondernemers. Voorts is er de mogelijkheid omstandigheden aan te wijzen waaronder de verplichting niet geldt.
Hoewel de Douane deel uitmaakt van de Belastingdienst, zullen deze bepalingen alleen in de AWR, de Awir en de Invorderingswet 1990 (IW 1990) gerealiseerd worden en niet in de wetgeving op douanegebied. De reden hiervoor is dat de wetgeving op dit gebied veelal dwingend Europeesrechtelijk is voorgeschreven. (…)

Elektronisch berichtenverkeer
De introductie van volledig elektronisch berichtenverkeer leidt tot een afname van 0,5 miljoen uur en € 7,5 miljoen externe kosten voor burgers in de sfeer van de inkomstenbelasting. Dit houdt met name verband met de tijdsbesparing als gevolg van het overgaan op het volledig per digitale weg doen van aangifte. Daarnaast zullen hierdoor meer burgers zelf aangifte gaan doen, waardoor de externe kosten van de inschakeling van een adviseur afnemen. (…)

Artikel IV, onderdeel B (artikel 3a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen)
Het ingevolge dit wetsvoorstel in te voegen artikel 3a van de AWR bevat een kapstokbepaling voor het elektronische berichtenverkeer tussen de belastingplichtigen/inhoudingsplichtigen en de inspecteur of het bestuur van´s Rijks belastingen. De formulering van het eerste lid sluit aan bij artikel 2:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verschil tussen beide bepalingen is dat artikel 3a van de AWR uitgaat van verplicht elektronisch berichtenverkeer terwijl artikel 2:13 van de Awb facultatief is geformuleerd.
Het tweede lid van genoemd artikel 3a bevat een delegatiebepaling voor de wijze waarop het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt. Dit heeft te maken met het feit dat er meerdere vormen van elektronisch berichtenverkeer zijn, zoals e-mail, een portaal etc. Dit stelt verschillende eisen aan de wijze van beveiliging van de informatieverzending. Het derde lid van genoemd artikel 3a bevat de mogelijkheid om bij ministeriële regeling soorten berichten en groepen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen uit te sluiten van het verplicht elektronische berichtenverkeer. Hiermee wordt het ingroeimodel geregeld. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar het algemeen deel van deze memorie.
Afdeling 2.3 van de Awb geeft een algemene regeling voor het elektronische berichtenverkeer tussen burgers en bestuursorganen. Daarin is bijvoorbeeld geregeld dat een burger die een bericht wil verzenden aan een bestuursorgaan, ook wanneer het bestuursorgaan de elektronische weg daartoe heeft opengesteld, nog altijd de keuze heeft het bericht langs andere dan elektronische wijze te verzenden. De elektronische weg is dan ook nevenschikkend aan andere methoden van verzending. Ook is bepaald dat een bestuursorgaan een bericht pas elektronisch kan verzenden aan een burger indien die burger heeft kenbaar gemaakt voldoende bereikbaar te zijn via de elektronische weg. Deze bepalingen nemen een belangrijke positie in en zijn slechts dan niet van toepassing indien daarvan bij wet wordt afgeweken. Dat gebeurt in de belastingwetgeving al in de bepalingen die de verplichte elektronische aangifte voor ondernemers regelen. In de thans voorgestelde bepalingen wordt hierin een verdere stap gezet. Deze maken namelijk verzending van berichten langs elektronische weg tot uitgangspunt.
In de verhouding tussen de voorgestelde regeling en de Awb moet de voorgestelde regeling worden gezien als zelfstandig. Deze wijkt af van enkele bepalingen van afdeling 2.3 van de Awb. Dat zijn voornamelijk het bovenvermelde principe van nevenschikkendheid dat volgt uit artikel 2:13 van de Awb en het beginsel dat een bericht slechts elektronisch wordt verzonden als de ontvanger heeft kenbaar gemaakt open te staan voor de elektronische weg, dat volgt uit de artikelen 2:14, eerste lid en 2:15, eerste lid, van de Awb. Daarnaast kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de wijze waarop de verzending plaatsvindt. De bepalingen van afdeling 2.3 van de Awb waarvan niet wordt afgeweken blijven van toepassing. Dit houdt onder meer in dat de Belastingdienst een elektronisch bericht op een betrouwbare en vertrouwelijke manier verzendt en dat een bericht als verzonden wordt beschouwd als het een systeem voor gegevensbewerking heeft bereikt waarvoor de Belastingdienst geen verantwoordelijkheid draagt.

Is het wel verstandig uitsluitend te kiezen voor digitale communicatie?

Over de problemen rondom beveiligd communiceren, zoals ook speelt op andere terreinen (zoals bij internetbankieren) wordt nauwelijks gerept. Dat veel Nederlanders in een of andere vorm gebruik maken van internet, betekent nog niet dat een digitale communicatie voor iedereen straks geschikt zal zijn. Zie hierover het boek van Yvette Bommeljé en Peter Keur, “De burger kan het niet alleen”, in de introductie schrijven de auteurs onder meer:

De publieke sector wil dat de burger in 2017 alle overheidszaken online kan afhandelen. En dat hij dat bij voorkeur ook via dat kanaal doet, dat is goedkoper en heeft bedrijfsmatige voordelen. Een win-winontwikkeling: voor de burger het gemak en voor de publieke sector een kostenbesparing. Er is echter een belangrijke maar: houd rekening met de burger die minder vaardig is met lezen, schrijven, begrijpen en met digitale communicatie. Bezit van pc en toegang tot het internet wil niet zeggen dat iedereen in staat is digitaal zijn weg naar de overheid te vinden.

Ook in het jaarverslag 2012 van de Nationale Ombudsman, onder de titel “Mijn Onbegrijpelijke Overheid” wordt geschreven over digitale communicatie. De Ombudsman schrijft onder meer:

De overheid kiest steeds vaker voor digitale dienstverlening. Volgens het overgrote deel van de ondervraagde professionals hebben burgers daar (veel) moeite mee (85%), terwijl een minderheid meent dat burgers er weinig of geen moeite mee hebben (15%). Heeft de overheid voldoende ondernomen om burgers die problemen hebben met de digitale dienstverlening op een andere manier van dienst te zijn? Een ruime meerderheid van de respondenten vindt deze inspanningen (zeer) onvoldoende (63%), terwijl 33% neutraal is en slechts 4% vindt dat de overheid wel voldoende heeft gedaan. (…) Veel burgers hebben moeite met digitale dienstverlening en de overheid doet onvoldoende om hen andere mogelijkheden te bieden. (…) Hoger opgeleiden zullen bijvoorbeeld minder problemen hebben met digitale dienstverlening, als die tenminste goed werkt. Over het slecht functioneren van werk.nl van het UWV krijgen wij klachten vanuit alle lagen van de bevolking. (…) De overheid bepaalt vrijwel volledig de wijze waarop gecommuniceerd kan worden en organiseert deze communicatie door bijvoorbeeld opleiding en instructie van eigen mensen aan het al dan niet virtuele loket. Bekende voorbeelden zijn het callcenter en websites van de overheid die bovendien alleen toegankelijk zijn via DigiD. Grote overheidsbureaucratieën zoals de Belastingdienst, het UWV en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) zijn meer en meer zelf een complex computersysteem, dat al dan niet stabiel functioneert. Zoals hiervoor bleek heeft 85% van de mensen problemen met digitale communicatie. Een slecht werkende bureaucratie tast de mogelijkheid van mensen aan om zelf hun zaken te regelen en in het ergste geval moet juridische bijstand gezocht worden. (…) Hiervoor bleek al dat de verschuiving naar digitalisering een «kanaalkeuze» van de overheid zelf inhoudt. Het staat de burger niet (volledig) vrij om te kiezen voor een persoonlijk onderhoud of een telefonisch contact om zijn zaken met de overheid te doen. Zelfs contact via e-mail is veelal uitgesloten. Alles verloopt via een portal. De grens tussen drang en dwang is vloeiend als het gaat om de wijze waarop de overheid met burgers omgaat. Zeker is wel dat de overheid in al haar onderdelen uiteindelijk steeds dwingender wordt.

Het rapport ‘Ctrl Alt Delete, productiviteitsverlies door ICT-problemen en ontoereikende digitale vaardigheden op het werk’ van onderzoeksinstituut CTIT van de Universiteit Twente gaat over digitale vaardigheden op de werkvloer, maar is ook voor het onderwerp van dit artikel interessant. De aanbevelingen die zij geven kunnen naar de relatie belastingdienst-burger worden vertaald:

  • Schenk meer aandacht aan internetvaardigheden van belastingplichtigen.
  • Schenk in het bijzonder aandacht aan laaggeschoolde belastingplichtigen.
  • Toets digitale vaardigheden en monitor die vaardigheden.

Tot zover naar aanleiding van het rapport.

Digitale communicatie

Toegepast op de relatie burger-belastingdienst betekent dit in mijn optiek het volgende:

  • Zorg voor uitvoering van de voorstellen van de Nationale Ombudsman, zoals onder meer blijken uit het jaarverslag 2012.
  • Laat de burger een online test doorlopen om zijn vaardigheden te testen.
  • Bouw in het systeem in dat wordt waargenomen met welke computer en vanaf welk IP-adres de burger met de  belastingdienst communiceert, of die computer voorzien is van alle veiligheidsupdates (OS en software).
  • Zorg er voor dat geen mobiele telefoon aan een account (= BSN) kan worden gekoppeld, die niet op naam van de desbetreffende belastingplichtige staat.
  • Monitor het communicatieverkeer tussen burger en belastingdienst op ongebruikelijke patronen, op de manier zoals banken dat behoren te doen.
  • Zorg er voor dat periodiek wordt gecheckt of er wel echt met de belastingplichtige wordt gecommuniceerd, zeker als er ‘bijzondere’ transacties worden gedaan, zoals adreswijziging, wijziging telefoonnummer, fraudegevoelige aanvragen (zoals toeslagen).
  • Verschaf de burger voldoende informatie waarmee de burger kan verifiëren of hij wel daadwerkelijk met de overheid contact heeft.

Meer informatie over het wetsvoorstel

Tot slot

En nu maar hopen dat dit niet een platte bezuinigingsoperatie is.

Aanvulling 8 november 2013
Zie over dit onderwerp ook het bericht “Dienstverleners: maak contact niet volledig digitaal”, dat op gemeente.nu is verschenen. Nico van Wijk schrijft:

Een volledig digitale dienstverlening kent nadelen, stelt een meerderheid van de loketambtenaren. Het doembeeld: “Allerlei digitale Kafkaëske situaties die tot grote ergernis leiden.”

Ondanks de inkrimping van het personeelsbestand moet er ruimte blijven voor persoonlijk contact, vindt 70 procent van 500 over hun dienstverlening ondervraagde ambtenaren (zie bijlage).

De enquête is gehouden in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. De ondervraagden zijn bezorgd over de toegankelijk van de lokale overheid voor ouderen en migranten die slecht Nederlands spreken, maar de groep mensen die onhandig is met internet beperkt zich niet tot deze twee voorbeelden.

Nadelen
Los van de bereikbaarheid voor bepaalde groepen inwoners, zetten de geënquêteerden andere kanttekeningen bij het onlangs zogenoemde massaal digitaal in 2017. De vrees bestaat voor: “Allerlei digitale Kafkaëske situaties die tot grote ergernis leiden”, staat in de uitleg bij de enquête (zie bijlage).

Voor lastiger te regelen zaken komen burgers liever persoonlijk in contact met de gemeente, is de ervaring.

Het kan bij het loket soms juist ook sneller gaan dan via de digitale weg. Vier of vijf keer mailen kost ook veel tijd, concluderen de gemeenteambtenaren. Verder kan het volgens de ondervraagden helpen om documenten op echtheid te controleren. Met een digitale kopie is dat lastiger.

Tevredenheid
Over de kwaliteit van hun dienstverlening zijn de gemeenteambtenaren goed te spreken. Bijna 90 procent zijn werk als goed tot uitstekend. Mogelijkheden tot verbetering zijn vooral te vinden bij de verbetering van formulieren en door minder regels te hanteren. Verder kan het geen kwaad te investeren in het vermogen van ambtenaren om goed te luisteren naar inwoners.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, ICT, privacy, e-commerce en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s