Accountant opgezadeld met nieuwe meldplicht in Wft

In AccountancyNieuws van 30 augustus jl. verscheen mijn artikel over de gevolgen van de nieuwe AIFMD-regelgeving voor de meldplicht van accountants. Lees het artikel bij AccountancyNieuws (pdf, html).

Onderstaand volgt de tekst zoals op de site van AccountancyNieuws is geplaatst.

Accountant opgezadeld met nieuwe meldplicht in Wft
Accountancynieuws van 30 augustus 2013, nr. 14

De meldplicht voor accountants over beleggingsinstellingen is door een Europese richtlijn uitgebreid naar registratieplichtige beleggingsinstellingen. Accountants moeten nu bij ondernemingen zonder Wft-vergunning nagaan of deze een registratieplichtige beleggingsinstelling zouden kunnen zijn. Het verlenen van diensten aan Wft-vergunninghouders is op dit moment het werk van accountants die zich hebben gespecialiseerd op dat terrein. Naar mijn mening is het onverstandig dat niet-gespecialiseerde accountants moeten inschatten of een rechtspersoon een registratieplichtige beleggingsinstelling is en worden zij ten onrechte opgezadeld met een nieuwe meldplicht.

Vanaf 22 juli jl. is door wetswijziging de meldplicht voor accountants over beleggingsinstellingen uitgebreid naar ‘registratieplichtige beleggingsinstellingen’. Deze uitbreiding kan ook gevolgen hebben voor accountants die alleen in het MKB actief zijn.

Voorheen bestond slechts een meldplicht op grond van artikel 3:88 Wet op het financieel toezicht (Wft) als de accountant werkzaamheden verrichtte voor vergunningplichtige entiteiten, zoals beleggingsinstellingen met een Wft-vergunning.

Nieuwe meldplicht accountants

Per 22 juli jl. is de Wft gewijzigd naar aanleiding van de Europese AIFMD [1]. Gevolg van de wijzigingen is dat er in de Wft een nieuwe categorie beleggingsinstellingen is bijgekomen, de zogenoemde ‘registratieplichtige’ beleggingsinstellingen. Deze registratieplichtige beleggingsinstellingen hebben beperkte verplichtingen op grond van de Wft. Zij moeten zich melden bij de AFM, periodiek gegevens aanleveren bij De Nederlandsche Bank en in hun reclame-uitingen en dergelijke laten weten dat ze niet onder toezicht staan.

Opmerkelijk is dat de registratieplichtige beleggingsinstellingen op grond van de Wft beperkte verplichtingen hebben, maar dat de accountant van dergelijke ondernemingen wel een meldplicht op grond van artikel 3:88 Wft heeft. Deze meldplicht heeft uitsluitend betrekking op omstandigheden waarvan de accountant bij zijn onderzoek kennis heeft gekregen die het voortbestaan van de beleggingsinstelling bedreigen. [2] De wet bepaalt dat de meldplicht ook geldt voor de accountant die ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening of de staten van een persoon waarmee de registratieplichtige beleggingsinstelling in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden.

Gevolg hiervan is dat de accountant bij ondernemingen zonder Wft-vergunning zal moeten nagaan of deze een registratieplichtige beleggingsinstelling zou kunnen zijn.

Verruiming definitie

De nieuwe meldplicht is voor de accountant geen ‘ver-van-mijn-bedshow’, aangezien het begrip beleggingsinstelling in de Wft sterk is verruimd. In deze categorie vallen niet alleen grotere ondernemingen als private equity fondsen, vastgoedfondsen, aandelen- en obligatiefondsen en pensioeninstellingen. [3] Aan het begrip ‘beleggingsinstelling’ zit geen financiële ondergrens, zodat ook kleinere rechtspersonen [4] onder de nieuwe wet ‘beleggingsinstelling’ kunnen zijn. In de parlementaire geschiedenis is aan de orde geweest dat in de nieuwe definitie het onderscheid tussen ‘beleggen’ en ‘ondernemen’ is komen te vervallen, zodat ook rechtspersonen met een ‘materiële onderneming’ als beleggingsinstelling kunnen kwalificeren. Collectieve belegging in effecten valt onder een apart regime.

Gevolg van de nieuwe meldplicht is dat de accountant zich de vraag zal moeten stellen of een cliënt mogelijk als ‘beleggingsinstelling’ in de zin van de Wft kan worden aangemerkt. Praktisch is dat aan de orde als in een rechtspersoon of samenwerkingsverband sprake is van partijen die wel investeren maar niet meewerken in de onderneming. Bij de beoordeling spelen allerlei criteria een rol, onder andere:

  • kan worden gezegd dat er een collectieve belegging is;
  • wordt bij een reeks van beleggers kapitaal opgehaald (er zijn berichten dat die ‘reeks’ heel klein kan zijn);
  • is sprake van beleggen overeenkomstig een beleggingsbeleid in het belang van de beleggers.

Er is onder meer geen beleggingsinstelling:

  • als alleen vermogen van de eigen organisatie wordt beheerd;
  • bij familieconstructies die het privévermogen beleggen zonder extern kapitaal op te halen (‘family offices’);
  • bij joint ventures;
  • bij ‘echte’ holdings volgens de definitie van de AIFMD.

Voor de interpretatie van alle begrippen moeten Europese bronnen worden geraadpleegd.

Registratieregime van toepassing?

Nadat de vraag is beantwoord of de onderneming kwalificeert als beleggingsinstelling, is de volgende vraag of de beleggingsinstelling voldoet aan de eisen van het registratieregime. Als dat niet zo is, dient te worden voldaan aan de Wft-eisen inzake vergunningplicht en dergelijke. Ook bij de beoordeling of het registratieregime van toepassing is, spelen diverse vraagstukken, zoals de vraag wanneer sprake is van verbonden ondernemingen (die moeten worden meegeteld voor het groottecriterium) en wat er als ‘beheerde activa’ moet worden aangemerkt. Voor zover niet uitsluitend aan professionele beleggers wordt aangeboden (dat is een zeer kleine categorie) moet worden beoordeeld of binnen besloten kring (< 150 personen) wordt aangeboden met coupures per deelnemer van € 100.000 of groter.

Ongewenste wijziging

Naar mijn mening is de verruiming van de meldplicht naar registratieplichtige beleggingsinstellingen een ongewenst gevolg van de wijzigingen naar aanleiding van de AIFMD-wijzigingen. Het zadelt alle accountants die met dergelijke ondernemingen te maken hebben op met vraagstukken die niet op hun bord thuishoren. Het verlenen van diensten aan Wft-vergunninghouders is op dit moment het werk van accountants die zich op dat terrein hebben gespecialiseerd. Gelet op de ingewikkeldheid van de Wft, het specifieke begrippenkader en de snelheid waarmee deze wet wijzigt, kan van niet-gespecialiseerde accountants niet worden verwacht dat zij kunnen inschatten of een rechtspersoon een registratieplichtige beleggingsinstelling is. En dan zeg ik nog maar even niets over de opleidings- en nalevingskosten die het gevolg zijn van deze nieuwe meldplicht.

[1] Alternative Investment Fund Managers Directive, de Europese richtlijn inzake alternatieve beleggingsinstellingen.
[2] De andere grond voor melding is handelen in strijd met de verplichtingen van het 3e deel van de Wft. Van die verplichtingen is de (beheerder van de) registratieplichtige beleggingsinstelling vrijgesteld.
[3] Mits aan voorwaarden wordt voldaan, waar ik hier niet op inga.
[4] Hierna bespreek ik alleen de vraag of rechtspersonen beleggingsinstelling zijn.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s