Betaalinstellingen financieel niet solide | nieuwsbericht DNB “tien procent voldoent niet aan wettelijke financiële vereisten”

De Nederlandsche Bank (DNB) laat in een nieuwsbericht van vandaag [**] weten dat uit eigen onderzoek is gebleken dat tien procent van de betaalinstellingen [*] niet voldoet aan de wettelijke financiële vereisten. Deze betaalinstellingen moeten actie ondernemen om weer aan de vereisten te gaan voldoen of hun activiteiten staken.

Dat klinkt ver van het bed, want betaalinstellingen zijn voor de meeste burgers een onbekend begrip. Echter, betaalinstellingen zijn “dichter bij” dan men denkt.

Juist omdat consumenten met dergelijke instellingen te maken kunnen krijgen, geldt sinds 1 november 2009 ook voor hen een vergunningplicht op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze vergunningplicht is gebaseerd op Europese regels (zie ook dit artikel).

Een voorbeeld van een betaalinstelling is de financiële partij die er voor zorgt dat de consument die bij een webwinkel iets wil betalen naar de iDEAL-pagina van zijn eigen bank wordt geleid. Bij betalingen die voor webwinkels bestemd zijn, komt het geld soms niet bij de webwinkel, maar bij een betaaldienstverlener terecht. Een voorbeeld is Adyen, zie voor andere voorbeelden (met opvallen veel buitenlandse ondernemingen!) het register.

Voor iedereen die bij internetaankopen betalingstransacties doet of betrokken is bij andere transacties waarbij betaaldienstverleners een rol spelen, is belangrijk om te weten welke betaaldienstverlener optreedt.

Meer informatie over betaalinstellingen op de site van De Nederlandsche Bank. en op de site van de branchevereniging voor betaalinstellingen, VBIN.

[*] Zie over het begrip “betaaldiensten” de toelichting van de branchevereniging, zij vatten het als volgt samen:

Een betaalinstelling is een niet-bancaire partij die zelfstandig betaaldiensten kan aanbieden aan eindgebruikers. Met andere woorden, een dergelijke instelling kan betaaldiensten verlenen zonder bank te zijn. Onder betaaldiensten worden bijvoorbeeld verstaan:

• het ondersteunen en verwerken van pintransacties
• het faciliteren van online betaaltransacties, bijvoorbeeld met iDEAL of incasso’s
• het uitgeven en accepteren van betaalkaarten zoals creditcards
• het aanbieden van internationale “money transfers”.

Dat is beter leesbaar dan deze pagina op de site van De Nederlandsche Bank, daar wordt het als volgt uitgelegd:

De Wft onderscheidt zeven soorten betaaldiensten. Deze kunnen zowel zelfstandig als in combinatie met elkaar voorkomen. (…) Het gaat om de volgende betaaldiensten:

[1] Diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten op een betaalrekening te plaatsen alsook alle verrichtingen die voor het exploiteren van een betaalrekening vereist zijn.
Dit betreft de dienst waarbij de mogelijkheid wordt geboden om contant geld (munten of bankbiljetten) op een betaalrekening bij de aanbieder van deze dienst te plaatsen. Een onderneming die als product een betaalrekening voert waarbij contant geld op die rekening kan worden gestort, biedt deze dienst aan.

[2] Diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten van een betaalrekening op te nemen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn. Bij deze dienst gaat het om de mogelijkheid om (giraal) geld dat wordt aangehouden op een betaalrekening bij de aanbieder van de dienst, in contanten op te nemen. Een onderneming die als product een betaalrekening voert met een betaalinstrument (zoals een betaalpas) waarmee contant geld van die rekening kan worden opgenomen, biedt deze dienst aan.

[3] Uitvoering van betalingstransacties, met inbegrip van geldovermakingen, op een betaalrekening bij de betaaldienstverlener van de gebruiker of bij een andere betaaldienstverlener
– uitvoering van automatische debiteringen, met inbegrip van eenmalige automatische debiteringen;
– uitvoering van betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument;
– uitvoering van overmakingen, met inbegrip van automatische betalingsopdrachten.
Deze betaaldienst ziet op de uitvoering van de betalingstransacties, dat wil zeggen: de uitvoering van een opdracht tot overmaken, deponeren of opnemen van geld van een betaalrekening. Het maakt niet uit of het een betaalrekening betreft bij de aanbieder van deze dienst of een betaalrekening bij een andere betaaldienstverlener. Als een onderneming een dienst verleent die meebrengt dat hij in opdracht van een ander geld overmaakt tussen betaalrekeningen, is sprake van dienst 3. Hoe die opdracht er precies uitziet en in welke vorm die wordt gegeven is niet van belang. Het maakt niet uit of de opdracht wordt geïnitieerd met behulp van een betaalpas of door middel van een schriftelijke machtiging of via een elektronische kanaal of zelfs mondeling wordt gegeven. Ook is niet van belang of het een eenmalige opdracht betreft dan wel een doorlopende opdracht om op bepaalde momenten een vast of variabel bedrag over te maken. Van dienst 3 is sprake in geval van een onderneming die aan (web)winkeliers diensten verleent ter zake van de acceptatie van betaalinstrumenten, zoals debet- of creditcards, en waarbij door tussenkomst van de betaaldienstverlener betalingstransacties tot stand komen. Een onderneming die consumenten in staat stelt producten of diensten van derden te kopen en in dat kader gelden van die consumenten in ontvangst neemt ter doorbetaling aan die derden, verleent eveneens deze betaaldienst. De onderneming die zelf een betaalinstrument uitgeeft (dienst 5) waarmee geld kan worden overgemaakt, opgenomen of gedeponeerd, verleent in dat geval ook dienst 3. Hetzelfde geldt in het algemeen voor ondernemingen die betaalrekeningen als product voeren (dienst 1/2). Een onderneming die diensten verleent inzake het storten en/of opnemen van contant geld en waarbij de tegenwaarde wordt bij- of afgeschreven op een bankrekening, verleent eveneens dienst 3. Dergelijke dienstverlening ziet immers op het uitvoeren van betalingstransacties. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de exploitatie van een afstortautomaat of een geldautomaat. Overigens kent de Wft een uitzondering voor exploitanten van geldautomaten die naast de exploitatie van de geldautoma(a)t(en) geen andere betaaldiensten verlenen.

[4] Uitvoering van betalingstransacties waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een kredietlijn die aan de betaaldienstgebruiker wordt verstrekt:
– uitvoering van automatische debiteringen, met inbegrip van eenmalige automatische debiteringen;
– uitvoering van betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument;
– uitvoering van overmakingen, met inbegrip van doorlopende opdrachten.
Dienst 4 ziet in beginsel op hetzelfde als dienst 3 met dien verstande dat bij dienst 4 sprake is van een kredietlijn. Daarbij kan worden gedacht aan de situatie waarbij het te betalen bedrag door de betaaldienstverlener wordt voorgeschoten of dienstverlening ter zake van het voeren van een betaalrekening (dienst 1/2) waarop roodstand is toegestaan. Dienst 4 is aan de orde zodra bij de uitvoering van een betalingstransactie door een betaaldienstverlener wordt betaald vanuit een door hem verstrekt krediet. Voor het overige kan worden verwezen naar hetgeen hiervoor is gesteld bij dienst 3.

[5] Uitgifte en/of aanvaarding van betaalinstrumenten
Een betaalinstrument is een middel of methode waarmee een opdracht tot betaling kan worden gegeven. Debitcards en creditcards zijn voorbeelden daarvan. Het instrument kan een fysiek voorwerp zijn, zoals een pas, óf een logische procedure voor communicatie op afstand, zoals een password of ‘TAN-code’. Exploitatie van een betaalrekening (dienst 1/2) gaat doorgaans samen de uitgifte van een betaalinstrument. Van aanvaarding van een betaalinstrument is sprake als een onderneming als tussenliggende partij betaalinstrumenten (ongeacht de uitgever ervan) aanvaardt – niet voor zich zelf maar voor een ander – en de betaling doorsluist naar de uiteindelijk begunstigde. Bij ondernemingen die aan (web)winkeliers diensten verlenen ter zake van de acceptatie van betaalmiddelen is sprake van dienst 5.

[6] Geldtransfers
Van het verlenen van de dienst ‘geldtransfer’ is sprake als, zonder dat een rekening wordt geopend, van een betaler geld wordt ontvangen met als enig doel het daarmee corresponderende bedrag over te maken rechtstreeks aan een begunstigde dan wel aan een andere betalingsdienstverlener die de gelden aan de uiteindelijk begunstigde uitkeert. Geldtransfers (of moneytransfers) worden in de praktijk vooral verleend ten behoeve van het overmaken van geld naar begunstigden in het buitenland, met name naar landen met een minder ontwikkeld banksysteem en waar het gebruik van bankrekeningen minder voorkomt. Ook voor onverwachte spoedbetalingen wordt wel van geldtransfers gebruik gemaakt. Diensten die in de periode voorafgaand aan de implementatie van de richtlijn betaaldiensten als geldtransfer in de zin van de Wet inzake de geldtransactiekantoren werden aangemerkt, vallen onder dienst 6.

[7] Uitvoering van betalingstransacties waarbij de instemming van de betaler met een betalingstransactie wordt doorgegeven met behulp van een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument en de betaling rechtstreeks geschiedt aan de exploitant van de telecommunicatiediensten, het IT-systeem of het netwerk, die louter optreedt als intermediair tussen de betalingsdienst-gebruiker en de persoon die de goederen levert of de diensten verricht.
Deze dienst heeft alleen betrekking op betaaldiensten die worden verleend door een telecommunicatie-, IT- of netwerkexploitant. Voorbeelden van dergelijke exploitanten zijn een telecomprovider, een kabelexploitant of een internetprovider. De exploitant verleent deze dienst als hij betalingstransacties aanvaardt waartoe door een betaaldienstgebruiker opdracht wordt gegeven door middel van een telefoon of computer en waarbij direct wordt betaald aan de exploitant. De exploitant is dus de derde partij die zich bevindt tussen betaaldienstgebruiker en de leverancier van de goederen of diensten waarvoor wordt betaald. Dienst 7 is alleen aan de orde als de exploitant uitsluitend optreedt als tussenpartij in verband met de onderliggende transactie tussen betaler en betalingsbegunstigde. Alleen als de exploitant uitsluitend optreedt als intermediair voor betalingen, en zelf geen toegevoegde waarde levert, wordt deze aangemerkt als dienstverlener van betaaldienst 7. Voegt de aanbieder waarde toe aan de goederen of diensten waar voor wordt betaald, bijvoorbeeld in de vorm van toegangs-, distributie- of zoek­mogelijkheden, dan is dienst 7 niet aan de orde. Bij de toepasselijkheid van dienst 7 moet worden gelet op de uitzondering voor diensten van telecommunicatie en informatietechnologie (zie Betaaldiensten uitgezonderd van de Wft).

[**] Onderstaand de inhoud van het nieuwsbericht van DNB over betaalinstellingen van vandaag:

10 procent van de betaalinstellingen voldoet niet aan financiële vereisten
Nieuwsbericht 4 juli 2013

Uit onderzoek van DNB is gebleken dat tien procent van de betaalinstellingen niet voldoet aan de wettelijke financiële vereisten. Deze betaalinstellingen moeten actie ondernemen om weer aan de vereisten te gaan voldoen of hun activiteiten staken.

Bij een aantal betaalinstellingen staat het verdienmodel zodanig onder druk dat ze niet voldoen aan de wettelijke financiële vereisten. Het valt niet uit te sluiten dat een aantal betaalinstellingen hun betaalactiviteiten zullen moeten staken. Een eventuele afbouw van de activiteiten zal altijd moeten gebeuren door middel van een gedegen en goed onderbouwd plan van aanpak in nauw overleg met DNB. In een dergelijk geval zal DNB aandachtig toezien op de correcte afwikkeling van het geld van de klanten.

Flexibele verdienmodel
Betaalinstellingen moeten zodanig zijn ingericht dat zij hun verdienmodel kunnen bijsturen wanneer marktomstandigheden of technologische ontwikkelingen hierom vragen. Dit om te voorkomen dat hun bestaansrecht onder druk komt te staan en zij niet meer kunnen voldoen aan de wettelijke financiële vereisten. Mocht dit onverhoopt niet lukken, dan moet een betaalinstelling voorbereid zijn op het beheerst afbouwen van haar activiteiten.

Oorzaken
Er zijn verschillende oorzaken voor het niet voldoen aan die financiële vereisten. Een ervan is het (sterk) teruglopende aantal transacties en het verminderde betalingsvolume bij enkele betaalinstellingen. Hierdoor staat de omzet niet meer in verhouding tot de kostenstructuur van een betaalinstelling. Ook het tegenovergestelde, een hoger transactievolume, kan een reden zijn waarom een betaalinstelling niet meer voldoet. Immers, een hoger betalingsvolume impliceert een hoger aan te houden solvabiliteit. Het aantrekken van benodigd nieuw kapitaal door de betaalinstellingen blijkt onder de huidige marktomstandigheden ook niet eenvoudig.

Prudentiële rapportages bewijzen hun waarde
Bovenstaande conclusies komen voort uit een onderzoek van DNB naar de financiële situatie bij betaalinstellingen. Hiervoor heeft DNB afgelopen periode prudentiële rapportages (stand per 31 december 2012) ontvangen van alle vergunninghoudende betaalinstellingen, waaronder money-transfer instellingen, en elektronischgeldinstellingen (egi’s).

Voor de money-transfer instellingen en overige betaalinstellingen waaraan in de tweede helft van 2012 een vergunning is verleend, was dit de eerste keer dat zij moesten rapporteren over hun financiële situatie. Voorheen was het toezicht op money-transferinstellingen voornamelijk gericht op de integriteitsrisico’s. Voor de overige groep betaalinstellingen en de egi’s was het de tweede keer dat ze moesten rapporteren.

Meer aandacht voor rapportageverplichting
Ondanks de seminars in 2012, de aankondigingsbrieven en de handleiding Open Boek was een flink aantal betaalinstellingen zich niet of nauwelijks bewust van de halfjaarlijkse rapportagecyclus. De deadline die zes weken na de periode waarover gerapporteerd moet worden ligt, werd dan ook niet door iedereen gehaald. Omdat de verplichting tot het indienen van prudentiële rapportages pas sinds 2012 is ingevoerd heeft DNB enige coulance betracht. Maar bij de volgende rapportage per 30 juni 2013 zal DNB de deadline strikter handhaven.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s