Verschoningsrecht advocatuur blijft de gemoederen bezig houden

Het verschoningsrecht van advocaten blijft de gemoederen bezig houden. Op 30 mei verscheen in het FD een artikel van Nathalie Fanoy (zij is promovenda op het onderwerp). In haar artikel bespreekt ze onder meer de misvatting dat het verschoningsrecht een belangrijke spaak in het wiel steekt bij het oplossen van fraude. Zij is van mening dat het verschoningsrecht gehandhaafd moet blijven en dat er al voldoende mogelijkheden zijn om misbruik te voorkomen.

Haar artikel is een reactie op een eerder artikel van officier van justitie Josien Mooijen van 18 mei jl., die vindt dat advocaten maar beperkt verschoningsrecht moeten hebben.

Ook Vasco van der Boon heeft op 22 mei jl. een duit in het zakje gedaan, waar hij dan weer eens de slagers er bij haalt want zijn artikel heet ‘Advocaten zijn nu net als slagers die hun eigen vlees keuren’. Dat is een citaat uit een gesprek met advocaat Robert Hein Broekhuijsen,  en geeft een onjuist beeld dat ik in discussies over toezicht op beroepsbeoefenaren wel vaker tegenkom. Dit beeld wordt ook gebruikt om overheidstoezicht op de advocatuur te verdedigen. Ik blijf het vreemd vinden dat systemen van toezicht binnen de eigen beroeps- of bedrijfsgroep op deze manier verdacht worden gemaakt, zonder dat daar een goede fundering voor is.

Naar aanleiding van het artikel van Mooijen is ook een bericht van Klaartje Freeke (advocaat) in het FD van 29 mei jl. verschenen. Zij vraagt zich af waarop de aannames van Mooijen gebaseerd zijn:

Ook aan de mening van fraudeofficier Mooijen liggen meerdere aannames ten grondslag. Zo stelt ze dat er frauduleuze transacties worden uitgevoerd via advocaten, en dat die advocaten negen van de tien keer niet weten dat zij misbruikt worden door hun cliënten. Concrete aantallen die duidelijk maken om hoeveel gevallen het precies gaat in verhouding tot het aantal zaken dat advocaten en notarissen jaarlijks gemiddeld behandelen, ontbreken echter in haar essay.

Een kritische houding ten opzichte van beroepsbeoefenaren als advocaten is niet verkeerd. Er moet wel worden opgepast voor het weggooien van het kind met het badwater. Een onafhankelijke rol van de advocatuur is een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat en verschoningsrecht maakt daar deel van uit. Zo lang niet is gebleken dat het huidige systeem van verschoningsrecht niet voldoet, zie ik niet in waarom het gewijzigd zou moeten worden.

NB De geciteerde artikelen in het FD zijn alleen toegankelijk voor abonnees.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s