Het zwijgrecht van de verdachte tegenover de opsporende overheid | de informatieplicht van de burger ten opzichte van de onderzoekende overheid

Een inmiddels klassiek probleem is dat de overheid enerzijds op grond van allerlei bestuursrechtelijke regels, onder meer het belastingrecht en het financiële toezichtrecht, de burger kan verplichten informatie te verstrekken, hierna “informatieplicht”. Daar staat echter het grondrecht tegenover dat niemand medewerking hoeft verlenen aan zijn eigen veroordeling, wat leidt tot een “zwijgrecht”. Aangezien de overheid (bijvoorbeeld de belastingdienst) vaak met twee petten op opereert, namelijk zowel de onderzoekspet (informatieplicht burger) als de opsporingspet (zwijgrecht burger), is de grote vraag wanneer de burger informatie moet verstrekken en wanneer hij mag zwijgen.

Dit onderwerp komt aan de orde in een fiscale zaak die door Bijzonder Strafrecht (artikel) wordt gesignaleerd, waarin wordt verwezen naar een Conclusie van de AG bij de Hoge Raad, mr. P.J. Wattel, over samenloop van het strafvorderlijk zwijgrecht en de fiscaalrechtelijke meewerkplicht en de betekenis van het EHRM-arrest Chambaz voor het Nederlandse recht. Inhoudsindicatie inzake deze zaak op rechtspraak.nl:

CONCLUSIE PG
Samenloop strafvorderlijk zwijgrecht en fiscaalrechtelijke meewerkplicht: vormt de onderhavige civielrechtelijke dwangsom ontoelaatbare dwang? Betekenis van het EHRM-arrest Chambaz voor het Nederlandse recht.
Feiten: Eiser tot cassatie had een bankrekening in Zwitserland. Hij was voorts de eerste begunstigde (first beneficiary) ter zake van alle activa en inkomsten van een Liechtensteinse Stiftung. Het doel van die Stiftung was het beheer van die Zwitserse bankrekening. Eind 2000 is de Stiftung geliquideerd. In juni 2009 heeft Inspecteur op grond van art. 47 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) de eiser om informatie over die Stiftung gevraagd. De eiser heeft verklaard niet te kunnen antwoorden op de vraag hoeveel vermogen in de Stiftung was ondergebracht en dat hij niet beschikte over stukken ter zake van de Stiftung. In verband met dreigend verloop van navorderingstermijnen heeft de Inspecteur tot behoud van zijn rechten over 1998 en 1999 aan de eiser geschatte navorderingsaanslagen opgelegd in de vermogensbelasting en de inkomstenbelasting, alsmede vergrijpboeten ad 100% van de nagevorderde belasting. In kort geding vordert de Staat van de eiser alsnog, onder dwangsom, de verstrekking van de gevorderde informatie.
Geschil: In geschil is of de Staat de informatie op straffe van verbeurte van een dwangsom mocht vorderen. Zowel de voorzieningenrechter als in hoger beroep het Hof hebben die vordering toewijsbaar geacht.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Bestuurlijke boete, Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s