De digitale maatschappij en de rechtspraak | uitspraak over DigiD fraude

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 april 2013 uitspraak gedaan in een DigiD zaak. Hoofdregel is dat fraude met een DigiD aan de houder van de DigiD wordt toegerekend.

In onderstaande zaak liep het voor de betrokkene goed af omdat het gedurende een beperkte periode in 2010 mogelijk is geweest om met een DigiD een aanvraag in te dienen op naam van een ander en de Belastingdienst onvoldoende belastend materiaal had verzameld.

Dit soort zaken zullen steeds vaker gaan voorkomen, niet alleen bij de overheid, maar ook bij het verkeer met banken, bedrijven en instellingen.

De samenvatting van de uitspraak luidt als volgt:

Vast staat dat de Belastingdienst op 5 maart 2010 een digitale aanvraag om tegemoetkoming kinderopvangtoeslag voor de jaren 2009 en 2010 heeft ontvangen op naam en adres van appellant. Voor het indienen daarvan is vereist dat deze door de aanvrager met zijn DigiD wordt ondertekend. DigiD is een persoonlijke inlogcode, voorzien van een wachtwoord, waarmee een persoon zich kan identificeren op websites van de overheid. Nu de aanvraag op naam van appellant is gedaan, moet het er in beginsel voor worden gehouden dat de aanvraag door hem is ingediend, of dat de aanvraag is ingediend door iemand aan wie appellant zijn DigiD ter beschikking heeft gesteld. In het laatste geval zijn de aanvragen aan appellant toe te rekenen. De gebruikersnaam en het wachtwoord voor de DigiD zijn immers strikt persoonlijk. Het voorgaande laat onverlet dat ter zitting is komen vast te staan dat het gedurende een beperkte periode in 2010 mogelijk is geweest om met een DigiD een aanvraag in te dienen op naam van een ander. De Belastingdienst heeft niet kunnen achterhalen of appellant ten tijde van de aanvraag de beschikking heeft gehad over een DigiD en met gebruik van wiens DigiD de aanvragen namens appellant zijn ingediend. Het kan dan ook niet uitgesloten worden geacht dat een derde door middel van een door hem aangemaakte DigiD een aanvraag op naam van appellant heeft ingediend, zonder dat appellant hiervan op de hoogte was. In dat geval zijn de aanvragen niet aan appellant toe te rekenen. Daarbij komt dat, zoals de Belastingdienst voorts heeft aangegeven, de FIOD geen uitputtend onderzoek heeft gedaan naar de betrokkenheid van de personen op wier naam de aanvragen kinderopvangtoeslag zijn gedaan en dat geen onderzoeksbevindingen beschikbaar zijn waaruit betrokkenheid van appellant kan worden afgeleid. Bovendien zijn ook andere gevallen bekend waarbij B.V. toeslagen op naam dan wel met de DigiD van anderen heeft aangevraagd. Onder deze omstandigheden heeft de Belastingdienst op grond van de beschikbare gegevens de aanvragen dan ook niet aan appellant mogen toerekenen. Dit betekent dat de Belastingdienst in dit geval de reeds uitbetaalde voorschotten niet van appellant mocht terugvorderen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuursrecht, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De digitale maatschappij en de rechtspraak | uitspraak over DigiD fraude

  1. Pingback: De digitale maatschappij en de rechtspraak | uitspraak over DigiD fraude ← BijzonderStrafrecht.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s