Overheid maakt gebruik van mogelijkheden van het burgerlijk procesrecht

Overheidsinstellingen (“bestuursorganen”) beschikken niet allen op grond van het bestuursrecht over ruime bevoegdheden. In een aantal gevallen kan ook van het civiele recht gebruik worden gemaakt, zo blijkt recent weer uit een uitspraak van de kortgedingrechter van de Rechtbank Alkmaar.

In deze uitspraak probeert de belastingdienst aan informatie te komen van een rekeninghouder bij de Luxemburgse KB Luxbank. Gedaagde in het kort geding, hierna “X”, is als één van de rekeninghouders meermalen aangeschreven met het verzoek opgave te doen van de door hem aangehouden buitenlandse bankrekeningen en het verloop daarvan. De belastingdienst baseert dit verzoek op artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) .

Aangezien X medewerking weigerde probeerde de belastingdienst via de civiele rechter in kort geding aan de informatie te komen. De kortgedingrechter veroordeelde X op straffe van een dwangsom, om:

  • op het formulier “Verklaring in het buitenland aangehouden bankrekening(en)” te verklaren welke buitenlandse bankrekening(en) hij na 31 januari 1994 heeft aangehouden dan wel nog aanhoudt;
  • opgaaf te doen van zijn buitenlandse bankrekening(en) door middel van het beantwoorden van de vragen op het formulier “Opgaaf in het buitenland aangehouden bankrekening(en)” en het verstrekken van de in dat formulier gevraagde bescheiden, waaronder kopieën van alle afschriften van de betreffende buitenlandse bankrekeningen over de periode1994-heden, daaronder begrepen, indien van toepassing, bewijs van de opheffing van de bankrekening(en), alsmede schriftelijk bewijs van de bestemming van het saldo dan wel de saldi na opheffing.

Interessant is hoe de rechter deze beslissing motiveert. Naar aanleiding van de stelling van X dat de belastingdienst de civielrechtelijke weg niet kan bewandelen zegt de kortgedingrechter:

4.6 De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt. Op grond van het hiervoor onder 4.3 aangehaalde artikel 52a lid 4 AWR is het de Belastingdienst toegestaan om bij de burgerlijke rechter nakoming van de informatieverplichting van artikel 47 AWR te vorderen en daaraan een dwangsom te doen verbinden. Door [gedaagde] is aangevoerd dat deze bevoegdheid bedoeld is voor bijzondere gevallen. Dit volgt evenwel niet uit de wet. Bovendien kan het blijven weigeren om de gevraagde gegevens op te geven worden aangemerkt als een bijzonder geval. De mogelijkheid voor de Belastingdienst om een informatiebeschikking te geven is eveneens geregeld in artikel 52a AWR. Uit de eerste zin van lid vier van genoemd artikel blijkt dat de mogelijkheid van de informatiebeschikking niet in de weg staat aan het bewandelen van de weg van een civielrechtelijk kort geding. In deze zin is overigens ook eerder beslist door het gerechtshof Den Haag en het gerechtshof Den Bosch (resp. LJN BW4595 en LJN BV2696). Ook aan dit verweer wordt derhalve voorbij gegaan.

Voorts acht de rechter een en ander niet in strijd met artikel 6 EVRM:

Door de Belastingdienst is onder verwijzing naar recente jurisprudentie erop gewezen dat de Hoge Raad ook na het arrest Chambaz van 5 april 2012 heeft geoordeeld dat het verbod van gedwongen zelfincriminatie in de zin van artikel 6 EVRM uitsluitend ziet op (bewijs)materiaal dat zijn bestaan dankt aan de wil van de beschuldigde. Weliswaar adviseert Wattel in zijn conclusie van 1 maart jl. de Hoge Raad om in een nog te wijzen arrest verdergaande waarborgen te verbinden aan het toelaatbaar achten van het verbinden van een (substantiële) dwangsom aan de informatieverplichting op grond van artikel 47 AWR, maar het arrest van de Hoge Raad waarvoor deze conclusie is afgegeven wordt niet eerder verwacht dan rond 7 juni 2013. Op dit moment is het vaste jurisprudentie, ook van de Hoge Raad, dat het mogelijk is de informatieverplichting ex artikel 47 AWR te doen versterken met een dwangsom. Die mogelijkheid ligt voor de Belastingdienst ook verankerd in artikel 52a lid 4 AWR. Bovendien heeft de Belastingdienst toegezegd dat mocht blijken dat de Hoge Raad in het arrest van juni a.s. alsnog zal oordelen overeenkomstig het advies van Wattel hij zich daaraan zal conformeren, ook ten aanzien van [gedaagde]. De voorzieningenrechter verwerpt derhalve het standpunt van [gedaagde] op dit punt.

Ook de overwegingen inzake de vraag of de vorderingen van de belastingdienst in strijd zijn met het arrest BNB 1988/160, zijn interessant:

4.15 De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De casus in het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 1988 (BNB 1988/160) was dat door het Hof aan de Belastingdienst een bewijsopdracht was gegeven in het kader van die procedure om te bewijzen dat bepaalde goederen door een derde aan de belanghebbende waren gefactureerd en ook daadwerkelijk aan hem waren geleverd. Teneinde aan die bewijsopdracht te voldoen heeft de Belastingdienst, zonder het Hof daarvan in kennis te stellen, bij de belanghebbende belastingplichtige de boekhouding opgevraagd op grond van artikel 47 AWR, welke boekhouding vervolgens is afgegeven.

4.16 Die gang van zaken is door de Hoge Raad gecasseerd, waarbij is overwogen dat zich in de verhouding tussen de Belastingdienst en belastingplichtige een onderscheid aftekent tussen een tweetal fasen van fundamenteel verschillend karakter, te weten de fase voorafgaand aan het instellen van beroep bij het gerechtshof, in welke partijen in een ongelijke en niet door de rechter beheerste verhouding tegenover elkaar staan: enerzijds de inspecteur, op wie de taak rust om ten behoeve van de heffing van belasting de aanslag te regelen en op eventueel daartegen gemaakt bezwaar te beslissen, bij de vervulling van welke taak hem ingevolge artikel 47 AWR zeer ingrijpende dwangmiddelen ten dienste staan, en anderzijds de belastingplichtige, die een en ander heeft te gedogen en wiens rechtsbescherming is gelegen in de omstandigheid dat de taakuitoefening van de inspecteur wordt beheerst door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de tweede fase, de rechtsstrijd ten overstaan van de rechter, welke wordt beheerst door de algemene beginselen van procesrecht, die onder meer meebrengen dat de partijen in die strijd als gelijken tegenover elkaar staan, en dat het toezicht op de procesorde en de taak van de waarheidsvinding zijn toevertrouwd aan de rechter. De Hoge Raad oordeelde het onaanvaardbaar dat het gedurende de loop van het rechtsgeding aan een der procespartijen zou zijn toegestaan om door middel van een dwangmiddel buiten de rechter om de andere partij te dwingen aan bewijsvoering te haren laste mee te werken.

4.17 Dit arrest was dus toegespitst op de situatie dat de Belastingdienst in een procedure was toegelaten tot het bewijs van een onderdeel van zijn standpunt en dit bewijs op de hiervoor omschreven wijze trachtte te verkrijgen. Die situatie doet zich hier naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voor. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat aan de Belastingdienst in een van de tussen partijen aanhangige beroepsprocedures een bewijsopdracht is verstrekt waarvoor hij de thans gevraagde informatie nodig heeft. Om die reden wordt aan dit verweer voorbij gegaan. Een ander oordeel op dit punt zou, zoals de Belastingdienst terecht heeft opgemerkt, leiden tot de onwenselijke situatie dat een belastingplichtige door het voeren van beroepsprocedures in meerdere instanties aan zijn wettelijk vastgelegde informatieverplichting zou kunnen ontkomen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Procesrecht, rechtspraak en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s