Bureau Financieel Toezicht over de wijzigingen in de Wwft

Degenen die zich willen oriënteren op de wijzigingen die per 1 januari 2013 in de Wwft zijn opgetreden kunnen het artikel van D.S. Kolkman en C.A. Reckweg in de laatste editie van de nieuwsbrief van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) raadplegen.

Onderwerpen zijn onder meer:

  • verruiming van de groep accountants en belastingadviseurs die onder de Wwft vallen, onder meer met de forensische accountants
  • verruiming van de omvang van de Wwft-plichtige diensten (ook schepen en hypotheek, ook overgang van een gedeelte van een onderneming)
  • het nieuwe transactiebegrip dat alle waarnemingen tijdens de dienstverlening omvat, dus niet alleen handelingen die met de diensten te maken hebben
  • nieuwe regels voor het cliëntenonderzoek, onder meer onderzoek vertegenwoordiging, herkenning stroman constructies
  • verruiming van het PEP-begrip, ook ‘binnenlandse’ PEP’s vallen onder de Wwft en het PEP begrip wordt ook op de uiteindelijk belanghebbende van toepassing (gold voorheen alleen voor de cliënt) [1]
  • regels voor personenvennootschappen
  • verkorting van de meldingstermijn tot ‘onverwijld’ [2]
  • de vrijwaring bij melding van een ongebruikelijke transactie geldt alleen als de Wwft-plichtige ondernemer niet schuldig of medeplichtig is aan de witwas- of terrorismefinancieringstransacties (“te goeder trouw”)
  • hogere eisen aan de opleiding van medewerkers, die geschoold dienen te worden in de nieuwste manieren om wit te wassen en terrorisme te financieren [3]

Mijn aantekeningen bij de samenvatting staan hier onder:

[1] Dit is een lastenverzwaring voor niet internationaal opererende Wwft-plichtige ondernemers. Zie echter ook onderstaande bericht en mijn reactie daarop.

[2] Het is de vraag of dit voor de meldingspraktijk veel uitmaakt, nu een Wwft-plichtige ondernemer tijd nodig heeft om goed na te gaan of er wel aanleiding is voor een Wwft-melding bij FIU-Nederland.

[3] Het blijft boeiend dat de Wwft tot doel heeft mensen te leren hoe ze kunnen witwassen en terrorisme financieren.

Zie voor eerdere artikelen over de Wwft het tagarchief Wwft. Zie voor de parlementaire geschiedenis het dossier op overheid.nl. Het koninklijk besluit inzake de inwerkingtreding is hier te vinden.

Advertisements

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Bureau Financieel Toezicht over de wijzigingen in de Wwft

  1. Geachte mevrouw Timmer,
    Uw uitspraak van hierboven, als zouden ‘binnenlandse’ PEP’s ook onder de WWFT vallen, zouden wij graag verder gespecificeerd zien. De definitie van binnenlands betekent ons inziens, dat men (in geval van Nederland) een Nederlands paspoort heeft. Niet waar men woonachtig is. Andersom, luidt artikel 8, lid 4: ‘4. Een instelling draagt er zorg voor dat zij over op risico gebaseerde procedures beschikt om te bepalen of de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende een politiek prominent persoon is die niet in Nederland woont of niet de Nederlandse nationaliteit heeft.’
    Ons inziens betekent dat dat men geacht wordt te beschikken over gegevens van alle bijvoorbeeld Nederlandse ambassadeurs woonachtig in het buitenland.
    Graag vernemen wij uw reactie.
    Hoogachtend,
    klaas de Groot

  2. Zie hierover https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33238-6.html d.d. 21 augustus 2012:

    “De leden van de SP-fractie vragen naar de gevolgen van het uitbreiden van het toepassingsbereik van de WWFT op de politiek prominente personen (PEP’s).
    Daarbij vragen zij of een schatting kan worden gegeven van het aantal personen dat als PEP dient te worden aangemerkt op grond van de huidige wet en het aantal personen dat als PEP moet worden aangemerkt na de wijziging. Voorts vragen zij of de regering kan ingaan op de gevolgen van het uitbreiden van het toepassingbereik met betrekking op de uitvoerbaarheid van de wet.
    Door de voorgestelde wijziging wordt het toepassingsbereik van de wet uitgebreid tot buitenlandse politiek prominente personen die in Nederland wonen. Een schatting van het aantal personen dat hierdoor binnen bereik van de wet zou komen te vallen is moeilijk te geven: er zijn geen kwantitatieve gegevens voorhanden over buitenlandse PEP’s die in Nederland woonachtig zijn. Met het oog op de definitie van PEP’s is er evenwel van uit te gaan dat het gaat om een relatief klein aantal; daarbij is met name te denken aan in Nederland werkzame ambassadeurs en rechters van internationale tribunalen. In het wetsvoorstel is voorzien in de mogelijkheid van vrijstelling en ontheffing voor het geval deze uitbreiding van het toepassingsbereik onevenredig grote lasten met zich zou brengen voor bepaalde (categorieën) instellingen.
    De leden van de SP-fractie vragen voorts of nader kan worden ingegaan op de uitzondering op het vierde lid van artikel 8 dat personen die in Nederland wonen naast de Nederlandse nationaliteit ook een vreemde nationaliteit hebben, niet worden meegenomen.
    De regering kan deze leden antwoorden dat met deze uitzondering wordt beoogd de uitvoering van de wet niet onnodig te compliceren. De uitbreiding van het toepassingsbereik van het cliëntenonderzoek voor politiek prominente personen ziet op buitenlandse PEP’s die in Nederland wonen. Echter, in een beperkt aantal gevallen zal het gaan om personen die naast een buitenlandse nationaliteit tevens de Nederlandse nationaliteit bezitten. Ingeval de desbetreffende persoon aan de hand van zijn Nederlandse paspoort wordt geïdentificeerd, zal het in de praktijk moeilijk zijn te achterhalen dat die persoon tevens een andere nationaliteit bezit.”

    • Geachte mevrouw Timmer,
      Aangezien de WWFT plichtige instanties ook al op de EU sanctielijst dienen te controleren, is het welhaast onmogelijk dit ‘handmatig’ te doen. Men zal hiervoor een geautomatiseerd systeem moeten hebben. Controle ‘aan de poort’ is verplicht, maar het is ook noodzakelijk ‘regelmatig’ te controleren of clienten inmiddels op een lijst zijn verschenen (of verdwenen). Ook deze ‘regelmaat’ wordt in het nieuwe voorstel tot wijziging ter zake, aangescherpt. Dat laatste, met regelmaat controleren of een client op een lijst is verschenen of daarvan is verdwenen, is feitelijk een omgekeerde controle van de hierboven genoemde. Deze is welhaast onmogelijk handmatig te doen. Op de EU Sanctielijst staan vele duizenden personen. Deze handmatig matchen tegen een eigen klantenbestand is schier onmogelijk.
      Veel ingewikkelder wordt het nog, als men dezelfde controle handmatig zal moeten gaan uitvoeren op PEP’s. Databases met PEP’s varieren van zo’n 400.000 tot 750.000 personen (ondermeer ook ivm 1e graads familiebanden, wereldwijd). Men zou verwachten, dat het ‘toevoegen’ van een PEPlijst aan een reeds bestaand geautomatiseerd zoeksysteem een heel overzichtelijke actie is. Het probleem lijkt er meer in te liggen, dat men nog niet beschikt over toereikende, geautomatiseerde controlesystemen.
      Graag vernemen wij uw reactie.
      Hoogachtend,
      AG Consultants bv
      Klaas de Groot

      • Over de wijze waarop Wwft-plichtigen aan hun PEP-onderzoeksplicht dienen te voldoen is in het verleden al het een en ander gezegd. De details heb ik niet paraat maar het staat me bij dat er ‘redelijke eisen’ worden gesteld die ook aansluiten bij de omvang van de Wwft-plichtige onderneming en de aard van de activiteiten (veel / weinig Wwft-plichtige diensten, wel / geen internationale praktijk, risicoprofiel dienstverlening enzovoorts). Hoe dit in de praktijk uitpakt hangt af van het optreden van de toezichthouders en – voor zover de ondernemer het niet met de toezichthouder eens is – van de het oordeel van de rechter. Rechtspraak over de uitvoering van de PEP-verplichtingen is mij niet bekend.
        Op dit moment zijn er een aantal aanbieders van persoonsinformatie, waarvan met name de grote partijen (zoals banken en grote trustkantoren) gebruik van maken. Daar zit echter voor kleine Wwft-plichtige ondernemers wel een kostenplaatje aan, zodat zij van die dienstverlening vaak geen gebruik maken.

  3. H. West zegt:

    De Wwft is risk based (principle based). M.a.w. de Wwft plichtige heeft enige beleidsdvrijheid ten aanzien van het toepassen van de PEP hit uit de niet officieel bestaande PEP lijst. Immers iedere softwareaanbieder van sanctiecontroles hanteert een eigen PEP lijst.
    In de praktijk zal een PEP hit dan ook opgevolgd kunnen worden door een argumentering dat de PEP geen PEP is in de ogen van de Wwft instelling.
    Overigens kan een NL PEP ook internationaal actief zijn (zoals voormalig burgemeester van Maastricht de heer Leers die ten val kwam door vragen over zijn belangen in een project in Bulgarije). Destijds was hij geen PEP voor de NL Wwft plichtigen maar wel een PEP voor de Bulgaren (voor zover zij voldeden aan een Wwft gelijkwaardige wetgeving).

    • Geachte H. West,
      De uitspraak uwerzijds dat ´In de praktijk zal een PEP hit dan ook opgevolgd kunnen worden door een argumentering dat de PEP geen PEP is in de ogen van de Wwft instelling´ ontgaat mij even. Allereerst± hoe komt men tot een PEP hit ? Daarvoor heeft men de beschikking nodig over gegevens of de persoon in kwestie een PEP is of niet. Hoe bepaalt u dat ? Dat kan door Googlen, door vele verschillende andere bronnen of met behulp van de verschillende PEP-lijsten die professionele leveranciers bieden. Daar gaat het om kwaliteit van de lijst.
      Googlen kan welhaast alleen handmatig, omdat het een ongestructureerd medium is. Met lijsten daarentegen is er ook enige vorm van automatisering mogelijk. Handmatige controles zijn praktisch niet realiseerbaar (uiteraard geldt dit niet voor ‘de kleine’ Wwft plichtigen, waar die grens ligt is mij niet geheel duidelijk overigens).
      Zoals nu in artikel 8 lid 4 van het voorstel tot wijziging WWFT staat, zouden bijvoorbeeld NL ambassadeurs in het buitenland, aangemerkt moeten worden als PEP’s. In zoverre zou er dus voor deze groep gecontroleerd moeten worden op ‘binnenlandse’ PEP’s. Binnenlands, zijnde: in het bezit van een NL paspoort.

  4. H. West zegt:

    Ik verwees naar de lijsten die de professionele aanbieders hebben opgesteld. Aangezien er geen officiele lijst van overheidswege bestaat en de onder toezicht staande instelling een bepaalde beleidsvrijheid heeft d.m.v. de risk based wetgeving (principle based) kan de bestuurder afwijken van de PEP hit die hij heeft gekregen. Die hit moet vastgelegd worden en het besluit om de PEP te ontpeppen ook en met redenen omkleed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s