Kritiek op het consultatievoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014

Dit najaar is door de overheid geconsulteerd inzake de Wijzigingswet financiële markten 2014, zie voor de consultatie deze pagina. Het plan is dat de wijzigingswet op 1 januari 2014 in werking treedt. Het doel van de wet wordt op de consultatiepagina als volgt samengevat:

In onderhavig wetsvoorstel wordt de Wet op het financieel toezicht (Wft) en enige andere wetten gewijzigd. De belangrijkste onderdelen van dit wetsvoorstel betreffen:

– Toezicht op afwikkelondernemingen;
– Algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners;
– Verbetering van de effectiviteit van het toezicht op de financiële verslaggeving en de informatievoorziening aan beleggers;
– Aanpassing van de behandeling van bankspaardeposito’s eigen
woning in het kader van het depositogarantiestelsel en het
overdrachtsplan;
– Aanpassing van de regels voor vermogensscheiding van beleggingsinstellingen en instellingen voor collectieve beleggingen;
– Informatie-uitwisseling binnen het Financieel Expertise Centrum.

Daarnaast worden nog enige andere wijzigingen voorgesteld alsmede enkele technische wijzigingen en verbeteringen in de wetgeving op het terrein van de financiële markten aangebracht.

De reacties zijn hier te vinden. Reacties zijn onder meer afkomstig van:

  • het Financieel Expertise Centrum (FEC), een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector (actief op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging) [reactie FEC];
  • de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van advocatuur (NOvA) en notariaat (KNB), (GCV NOvA-KNB) [reactie GCV NOvA-KNB]
  • Eumedion, de organisatie die de belangen behartigt van  institutionele beleggers [reactie Eumedion].

Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht

De kritiek van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht is niet mals, onder meer:

  • De Commissie oefent zware kritiek uit op de vage normen die grondslag kunnen vormen voor sancties door de toezichthouder (AFM): “Het is naar de Gecombineerde Commissie meent zorgwekkend dat een zo algemeen verwoorde norm als die van art. 4:24a Wft grondslag kan zijn voor handhavingsbeleid door de AFM. Dit druist in tegen het lex certa beginsel. Weliswaar geeft de MvT aan dat de AFM “slechts in uitzonderlijke gevallen, wanneer sprake is van onvoorzien marktgedrag dat kan resulteren in schade voor consumenten” zal kunnen ingrijpen, maar dit neemt de rechtsonzekerheid onvoldoende weg. Een mogelijk zou zijn om deze rechtsonzekerheid te mitigeren door een bepaling op te nemen met de strekking dat bij of krachtens regeling van de Minister van Financiën van tijd tot tijd nadere concrete invulling aan deze algemene norm zal (veeleer dan kan) worden gegeven.
  • Het voorstel introduceert nieuwe zorgvuldigheidsnormen zonder toe te lichten waarom een verschillende tekst wordt gebruikt. Commissie: “Het is niet duidelijk waarom in art. 4:24a Wft de zorgvuldigheidsnorm anders wordt geformuleerd. Er lijken subtiele verschillen te zijn tussen de formuleringen in lid 1 (“neemt op een zorgvuldige wijze de belangen van de consument, cliënt of begunstigde in acht”), in lid 2 (“handelt in het belang van …etc.”) en in art. 4:90 Wft (“zet zich … op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van haar cliënten…”); zijn die verschillen ook door de wetgever bedoeld? Ligt het niet meer voor de hand om één eensluidende terminologie te gebruiken? Dat zal eenduidige invulling van de norm en daarmee rechtszekerheid in de hand werken.
  • De Commissie schrijft dat artikel 4:24a lid 3 Wft in haar huidige redactie betekent dat alle financiële dienstverleners hun bedrijf zullen moeten opdoeken, “Immers, elke financiële transactie kan “kennelijk nadelige gevolgen” voor betrokkenen hebben; dat ligt nu eenmaal besloten in de aard van financiële transacties. De woorden “of kan veroorzaken” moeten worden geschrapt, of vervangen worden door: “of redelijkerwijze verwacht kan worden te veroorzaken”.
  • Het consultatievoorstel bevat definities en begrippen die soms te ruim en soms ook onvoldoende helder zijn, bijvoorbeeld “afwikkelondernemingen” en  “girale betalingstransacties”. Daar waar sprake is van volumes (girale betalingstransacties) wordt onvoldoende toegelicht hoe de volumes bepaald worden (aantallen, bedragen).

Terecht meent de Commissie dat de rechtszekerheid niet gebaat is met ondoorzichtige financiële regelgeving. De ondernemers die vallen onder de financiële toezichtwetten dienen vooraf voldoende te worden geïnformeerd over de verwachtingen van de financiële toezichthouders, om verrassingen achteraf te voorkomen!

Aanvulling 8 november 2013
De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en de Nederlandse Orde van Advocaten heeft advies uitgebracht over het voorstel, te vinden via de site van de KNB. Zie voor de reactie in de consultatie deze pdf.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuurlijke boete, Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s