Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme wordt gewijzigd, cliëntenonderzoek bij personenvennootschappen

Op 23 april 2012 is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) ingediend bij de Tweede Kamer. Het kabinet wil de Europese ontwikkelingen kennelijk niet afwachten, zo constateerde ik in mijn artikel op dit weblog.
Inmiddels is men verder gegaan met het voorstel en zijn er een verslag, een nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging bij de Tweede Kamer ingediend.

Personenvennootschappen

In de nota van wijziging wordt een bepaling over personenvennootschappen geïntroduceerd die als volgt luidt:

4. In afwijking van het tweede lid stelt het cliëntenonderzoek, indien cliënten optreden als vennoten van een personenvennootschap, de instelling in staat om:
a. de vennoten en de personen bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om, voor zover toepasselijk, hun hoedanigheid van vennoot te verifiëren;
b. de natuurlijke persoon te identificeren die:
1°. bij ontbinding van de personenvennootschap recht heeft op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent;
2°. recht heeft op een aandeel in de winsten van de personenvennootschap van meer dan 25 procent;
3°. bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, meer dan 25 procent van de stemmen kan uitoefenen voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is bedongen; of
4°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de personenvennootschap;
c. op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om de identiteit van de natuurlijke persoon bedoeld in onderdeel b te verifiëren;
d. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen;
e. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de personenvennootschap en haar risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden;
f. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de vennoten in de personenvennootschap vertegenwoordigt daartoe bevoegd is;
g. in voorkomend geval de natuurlijke persoon.

Voorts wordt een definitie van de personenvennootschap toegevoegd:

11. In dit artikel wordt verstaan onder personenvennootschap: een maatschap als bedoeld in artikel 1 655 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar is.

De toelichting zegt hierover:

Een nieuwe bepaling wordt geïntroduceerd voor het cliëntenonderzoek ten aanzien van de personenvennootschap. Het begrip personenvennootschap wordt gedefinieerd in een nieuw elfde lid van artikel 3 van de wet. Overeenkomstig de gangbare terminologie in de literatuur wordt daaronder verstaan een maatschap, een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap. Onder de definitie worden tevens vergelijkbare rechtsvormen naar buitenlands recht begrepen. Daarmee is gedoeld op soortgelijke gemeenschappen van personen, zonder rechtspersoonlijkheid, die door een overeenkomst tot stand zijn gebracht.
Evenals bij de trust is het cliëntenonderzoek ten aanzien van personenvennootschappen afgestemd op de omstandigheid dat de te onderzoeken entiteit geen rechtspersoonlijkheid heeft; de personenvennootschap is te beschrijven als een gemeenschap van personen die door een overeenkomst tot stand is gebracht. Tegelijk is zoveel mogelijk aangesloten bij de verplichtingen van het cliëntenonderzoek in het tweede lid en de definitie van uiteindelijk belanghebbende. De doelstelling is dezelfde als bij het cliëntenonderzoek in geval van rechtspersonen: de zeggenschapsstructuur doorgronden, monitoren van de zakelijke relatie en uitgevoerde transacties, en achterhalen welke natuurlijke personen in belangrijke mate invloed kunnen uitoefenen of belangen hebben.
Enkele aspecten van het cliëntenonderzoek bij personenvennootschappen worden hier nader toegelicht. Het begrip uiteindelijk belanghebbende zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet is niet goed te hanteren in de context van personenvennootschappen. Zo kent een personenvennootschap geen aandelen of algemene vergadering. In de onderhavige bepaling is niettemin zoveel mogelijk aangesloten bij de elementen van het begrip uiteindelijk belanghebbende. Zo is in plaats van «stemrechten in de algemene vergadering» uitgegaan van «stemrechten bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap of de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer». Waar het onderhavige aspect van het cliëntenonderzoek op ziet, is de mate van invloed op meer ingrijpende besluiten van de personenvennootschap, inzake bijzondere transacties (buiten het domein van de normale bedrijfsvoering) of tot aanpassing van de overeenkomst die aan de personenvennootschap ten grondslag ligt (bijvoorbeeld inzake de verdeling van de winst). De natuurlijke persoon die – direct of indirect – de personenvennootschap wezenlijk naar zijn hand kan zetten geldt als equivalent van uiteindelijk belanghebbende.
Onder daden van beheer vallen alle handelingen voor de normale verwezenlijking van het concrete doel van de maatschap, inclusief handelingen die naar gebruik en billijkheid uit het doel voortvloeien en hiermee samenhangen. Dit beheer is binnen de personenvennootschap vaak opgedragen aan een of meer vennoten.
Ten behoeve van het doorgronden van de zeggenschapsstructuur vallen personen die bevoegd zijn inzake beheer eveneens onder het cliëntenonderzoek: ingevolge onderdeel a dient de instelling hen te identificeren, maar er is geen verplichting hun identiteit te verifiëren.
Verificatie van de identiteit is beperkt tot de natuurlijke personen die ingevolge onderdeel b kwalificeren als equivalent van uiteindelijk belanghebbenden. Er is voor gekozen, in afwijking van hetgeen ter zake in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is gesteld, het onderzoek te concentreren op deze personen. Verificatie van de identiteit van alle vennoten zou in sommige gevallen praktisch onmogelijk zijn, bijvoorbeeld bij een zogenoemde open commanditaire vennootschap1.
De specifieke bepalingen inzake het cliëntenonderzoek ten aanzien van de trust worden herzien teneinde deze beter te laten aansluiten bij de opzet van het cliëntenonderzoek in het tweede lid van artikel 3 van de wet.

Inzake de overige wijzigingen zegt de toelichting dat deze strekken tot herstel van omissies of voorzien in technische verbeteringen.

Meer informatie

Zie het dossier op overheid.nl.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s