Jaarbericht FIU-Nederland over 2011 uitgebracht

In de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) speelt FIU-Nederland een belangrijke rol, omdat ongebruikelijke transacties daar moeten worden gemeld.

Deze week meldt FIU-Nederland op de website dat het jaarbericht 2011 is uitgebracht. Onderstaand citaten uit het artikel van FIU en mijn aantekeningen naar aanleiding van het jaarbericht.

Bericht FIU-Nederland inzake het jaarbericht 2011

In het artikel op de website schrijft de FIU dat er goed werk is verricht:

De FIU-Nederland heeft mooie resultaten behaald in 2011. Aan de hand de verdachte transactieinformatie die door de FIU-Nederland is geleverd, zijn er door diverse opsporingsdiensten succesvolle onderzoeken uitgevoerd. De FIU-Nederland levert, als het even kan, niet “alleen” de transactiegegevens aan, maar biedt ook de uitgevoerde analyses en opgedane inzichten aan. Daarnaast zijnde accountmanagers beschikbaar om de opsporing met raad en daad terzijde te staan, terwijl derelatiebeheerders de opgedane ervaringen weer zo goed mogelijk delen met de meldende instellingen.

Ik verwijs met plezier naar de cases die achteraan in het jaaroverzicht opgenomen zijn. Ze geven een goede indruk van het type onderzoeken waarvoor FIU-informatie van belang is. Ik wil bij deze ook maar aangeven dat de FIU-Nederland van plan is om frequent dit soort casuïstiek op haar website te plaatsen. We hebben geleerd dat de casuïstiek vaak het beste antwoord biedt op vragen naar de activiteiten van de FIU-Nederland.

De FIU-Nederland heeft verder geïnvesteerd in haar relatie met de meldende instellingen. Onder andere naar aanleiding van de FATF evaluatie, heeft ze samen met de meldende instellingen gezocht naar een werkbare vorm van feedback die recht doet aan de behoefte van de melders op het ontvangen van bruikbare feedback, die tegelijkertijd realiseerbaar is voor de FIU-Nederland. De samenwerking in het typologieën project is hiervan een voorbeeld. Deze ontwikkeling gaat verder in 2012.

De FIU-Nederland heeft ook geworsteld met de ICT-ontwikkelingen binnen haar organisatie in 2011. Vanaf mei 2011 is het systeem GoAML als basissysteem door de FIU-Nederland in gebruik genomen. Echter, door het ontbreken van de analyse- en rapportage tool is FIU-Nederland in het afgelopen jaar beperkt in haar mogelijkheden analyses uit te voeren. Hierdoor zijn niet alle doelstellingen voor 2011 behaald en is ook het jaaroverzicht later beschikbaar en niet zo volledig als gewenst. In 2012 wordt verwacht dat dit probleem is opgelost.

De FIU-Nederland heeft goede resultaten geboekt, maar het kan en moet beter. De FIU-Nederland wil een factor van betekenis zijn in de strijd tegen witwassen en financieren van terrorisme. Zij is immers de enige plek in (Caribisch) Nederland waar meldplichtige instellingen hun ongebruikelijke transacties kunnen en moeten melden. De ICT is hierin een cruciale factor, maar voldoende en goede bezetting van de functies binnen de FIU-Nederland is niet minder cruciaal. In navolging van enkele andere Europese FIU’s is het voor de FIU-Nederland van belang dat ze haar formatie kan uitbreiden. Sinds haar oprichting is dat niet meer gebeurd. Op basis van de inmiddels opgedane ervaring kan ik concluderen dat deze uitbreiding noodzakelijk is, om bijvoorbeeld tegemoet te kunnen komen aan de kritiekpunten van de FATF evaluatie. FIU-Nederland heeft dan ook de ambitie de komende jaren verder te professionaliseren en uit te bouwen naar een efficiënt werkend en herkenbaar meldpunt met zowel nationaal als internationaal een goed imago.

Mijn aantekeningen naar aanleiding van het jaarbericht 2011

Vrije beroepsbeoefenaars melden minder, aldus in het jaarbericht 2011 paragraaf 8.4.5 Vrije Beroepsbeoefenaars:

In tabel 14 is het aantal ongebruikelijke en verdachte transacties voor de vrije beroepsbeoefenaars weergegeven. Ten opzichte van 2010 is sprake van een daling van respectievelijk 41% en 42%. Met name accountants en belastingadviseurs hebben in 2011 fors minder gemeld; deze afname hangt samen met het aflopen van de inkeerregeling die in 2009 en 2010 voor relatief veel meldingen heeft gezorgd. Ook de bedrijfseconomisch adviseurs hebben in 2011 minder gemeld. Deze daling kan worden verklaard doordat 3 bedrijfseconomisch adviseurs in 2010 een groot aantal meldingen heeft gedaan steeds met betrekking tot dezelfde partij.

Op pagina 62:

Het totale bedrag dat is gemoeid met de verdachte transacties is fors gedaald in 2011, zo valt te zien in tabel 16. Zo is de afname bij de verdachte transacties vanuit de accountantsector fors. Dit heeft te maken met forse bedragen die zijn gemoeid met een een aantal individuele transacties. Zo omvatte een verdachte accountanttransactie in 2010 een bedrag van meer dan 100 miljoen euro. Ook bij de advocaten en notarissen is de daling fors; de hoge bedragen in 2010 werden veroorzaakt door een klein aantal individuele meldingen waar zeer grote bedragen mee waren gemoeid. Bij de trustmaatschappijen was juist sprake van een zeer groot bedrag bij een verdachte transactie in 2011.

In de overzichten in het jaarbericht 2011 valt op dat van de gemelde ongebruikelijke transacties in veel gevallen maar een beperkt deel “verdacht” is (hoewel er ook sprake is van gebrek aan capaciteit bij FIU-Nederland, zo wordt gezegd). Dat geeft te denken over het fenomeen “ongebruikelijke transactie”. De vraag is of het niet tijd wordt dat Nederland overgaat tot een systeem waarbij alleen verdachte transacties worden gemeld.

De in het jaarbericht genoemde voorbeelden betreffen in de meeste gevallen situaties waarin contanten een rol spelen. De gevallen hebben veelal een exotisch karakter, wat het voor een aantal meldplichtigen lastig maakt om er iets nuttigs uit te herleiden. Verder zijn de voorbeelden voor meldplichtige ondernemers weinig educatief, omdat er meestal niet wordt gezegd welke meldplichtigen ongebruikelijke transacties hebben geconstateerd (of hadden moeten constateren) en gemeld. De voorbeelden zijn puur vanuit de opsporingsoptiek beschreven. Dit is een bezwaar dat ik ook tegen de diverse ‘guidance’ documenten heb die door toezichthouders zoals DNB en BFT zijn opgesteld.

Ik blijf me afvragen wat de organisatiekundige onderbouwing van de Wwft is en of er niet veel slimmere methoden zijn te bedenken om witwassen/terrorismefinanciering op te sporen, dan via de huidige CDD- en meldplicht. Die slimmere methoden zouden ook rekening moeten houden met de verschillen in de informatiepositie van de verschillende meldplichtigen.

Anders gezegd: val ondernemers die een beperkte informatiepositie en beperkte mogelijkheden hebben niet lastig met onnodige bureaucratie en richt de maatregelen en activiteiten op die ondernemers/ondernemersgroepen die over mogelijkheden beschikken, eventueel in samenwerking met de overheid, om geschikte systemen te ontwikkelen waarmee de doelen van de Wwft kunnen worden bereikt. Pak de ‘facilitators’ op een andere manier aan dan door middel van dossiervormingsbureaucratie.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s