De letter van het contract in het Nederlandse recht; de in redelijkheid niet mis te verstane aanhef van de contractsbepaling

Uit de Angelsaksische sfeer zijn de ‘entire agreement clauses’ naar het Nederlandse recht overgewaaid. In dergelijke bepalingen is opgenomen dat de contractuele relatie tussen partijen uitsluitend worden beheerst door de overeenkomst. Toepasselijkheid van andere regelingen (bijvoorbeeld het algemene Nederlandse contractenrecht) wordt uitgesloten. De vraag rijst dan of een partij toch – bijvoorbeeld met beroep op de redelijkheid en billijkheid – mag afwijken van de contractuele afspraken.

Uit de rechtspraak over de geldigheid van dergelijke clausules blijkt dat in beginsel van de geldigheid van de entire agreement clause moet worden uitgegaan. Dat betekent dat contracten met een dergelijke clausule zeer zorgvuldig moeten worden bekeken en waar nodig moeten worden uitgebreid met extra bepalingen, die voor een ‘gewoon’ Nederlands contract niet nodig zijn.

Hof Leeuwarden 29 mei 2012

Onlangs heeft Hof Leeuwarden zich in een uitspraak van 29 mei 2012 over een dergelijke clausule uitgelaten. Partijen in deze procedure waren Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Nano-C, Inc., een Amerikaanse rechtspersoon. In deze zaak luidde de entire agreement clause:

Article 25. Entire agreement
1.   Except as may be expressly provided otherwise herein, this Agreement constitutes the entire Agreement between the parties concerning the subject matter thereof. No prior or contemporaneous representations, inducements, promises or agreements, oral or otherwise between the Parties with reference thereto will be of any force or effect. This Agreement may only be modified by written agreement of the parties”.

Partijen waren verdeeld over de uitleg van de in de licentieovereenkomst opgenomen regeling inzake de beëindiging van de overeenkomst. In geschil was of de in de licentieovereenkomst opgenomen beëindigingsgronden uitputtend waren bedoeld in die zin dat de overeenkomst alleen op die gronden kon worden beëindigd, zodat er geen ruimte meer zou zijn voor beëindiging op grond van de algemene regeling in boek 6 Burgerlijk Wetboek (het algemene Nederlandse contractenrecht). Het Hof zegt hier het volgende over (onderstreping door mij):

10.  De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, LJN: AG4158, NJ 1981, 635). Daarbij zijn telkens van beslissende betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Uit het arrest van de Hoge Raad van
20 februari 2004, NJ 2005, 493, volgt dat in praktisch opzicht de taalkundige betekenis van de bewoordingen, gelezen in de context van het contract als geheel, bij de uitleg vaak wel van groot belang zijn. Dit geldt in het bijzonder indien het gaat om een zuiver commerciële transactie tussen twee gelijkwaardige professionele partijen, terwijl bovendien vaststaat dat die partijen bij het aangaan van de overeenkomst zijn bijgestaan door deskundige juristen en in de overeenkomst een “entire agreement” clausule zijn overeengekomen
(vgl. HR 19 januari 2007, LJN: AZ3178, JOR 2007, 166). De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding van partijen beheersen, brengen mee dat contractspartijen hun gedrag mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij (vgl. HR 19 oktober 2007, LJN: BA7024).

11.  De rechter legt het contract zelfstandig uit op basis van de door partijen aangedragen gegevens. Anders dan RUG betoogt, hoeft een partij de uitleg als zodanig dan ook niet te bewijzen (dat is het domein van de rechter), maar alleen (indien voldoende is gesteld en bij voldoende betwisting daarvan door de wederpartij) feiten en omstandigheden die haar uitleg kunnen ondersteunen.

12.  Ter ondersteuning van haar stelling dat partijen in artikel 19 onmiskenbaar en in ondubbelzinnige bewoordingen zijn overeengekomen dat beëindiging van de licentieovereenkomst op andere dan de in dit artikel genoemde gronden niet mogelijk is, wijst Nano-C allereerst op de eenduidige tekst van het artikel. Aan de bewoordingen van de overeenkomst dient volgens Nano-C groot gewicht te worden toegekend nu het gaat om professionele partijen, die zich hebben laten bijstaan door professionele adviseurs. Dat de tekst van de overeenkomst doorslaggevend is, wordt volgens Nano-C bevestigd door de in artikel 25 opgenomen “entire agreement” bepaling. Nano-C betoogt voorts dat bij de uitleg van de overeenkomst rekening moet worden gehouden met de eisen van het internationale rechtsverkeer en het vertrouwen dat partijen mogen hebben dat hun uitdrukkelijke schriftelijke afspraken worden gerespecteerd. Volgens haar is er geen enkele reden waarom professionele partijen, bijgestaan door adviseurs en handelend in een internationale context, niet gebonden zouden zijn aan hun limitatief bedoelde en ook als zodanig verwoorde beëindigingsregeling. Het feit dat artikel 19 van de licentieovereenkomst geen bepaling bevat die expliciet de situatie beschrijft wanneer één der partijen tijdelijk of blijvend in de onmogelijkheid verkeert om na te komen, hetgeen door Nano-C overigens wordt weersproken, moet naar de stelling van Nano-C worden verklaard in het licht van de wens van partijen om een en ander limitatief te regelen. Uit dit alles volgt, naar de stellingen van Nano-C, dat de licentieovereenkomst door RUG alleen kan worden beëindigd ingeval van een “material breach”, met inachtneming van de verplichting om de tekortschietende partij een ingebrekestelling te sturen en deze de gelegenheid te bieden om een eventuele tekortkoming binnen zestig dagen te herstellen.

13.  RUG voert het verweer dat partijen nimmer hebben voorzien dat Nano-C zich in de onmogelijkheid zou (kunnen) plaatsen om aan haar contractuele verplichtingen te voldoen. Zij betwist dat partijen met de tekst van artikel 19 lid 3 sub b van de licentieovereenkomst uitdrukkelijk bedoeld en beoogd zouden hebben dat de “cure period” ook zou gelden ingeval van een tijdelijke of blijvende onmogelijkheid om na te komen. Volgens RUG is er een leemte in het contract die met het bepaalde in artikel 6:82 lid 2 en 6:83 sub c BW moet worden aangevuld. RUG voert daarnaast het verweer dat een redelijke uitleg van de licentieovereenkomst met zich brengt dat alle gevallen waarin nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is op gelijke wijze als omschreven in artikel 19 lid 3 sub c behandeld dienen te worden nu Nano-C had besloten haar PCBM-activiteiten te staken en dat plan ook ten uitvoer had gelegd door haar PCBM-staf te ontslaan en haar klanten niet langer te bedienen.

14.  Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden (het betreft hier een internationaal commercieel contract met een entire agreement clausule tussen commerciële partijen die werden bijgestaan door deskundige adviseurs) als uitgangspunt beslissend gewicht dient te worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van die woorden, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van de licentieovereenkomst. Uit de in redelijkheid niet mis te verstane aanhef van artikel 19 lid 1 eerste zin (“except as is expressly provided herein with respect to the earlier termination”) volgt dat de licentieovereenkomst alleen kan worden beëindigd op in dat artikel genoemde gronden. Naar het oordeel van het hof bestaat er slechts aanleiding af te wijken van de in redelijkheid niet mis te verstane aanhef van artikel 19 lid 1 voor zover RUG stelt en bewijst dat gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval aan die bewoordingen een afwijkende betekenis toekomt. RUG heeft haar stelling op dit punt evenwel onvoldoende onderbouwd zodat het hof ervan uitgaat dat de overeenkomst alleen beëindigd kan worden op grond van in artikel 19 opgesomde gronden.

15.  Het debat van partijen spitst zich voorts toe op de uitleg van de in artikel 19 lid 3 sub b en sub c opgenomen beëindigingsgronden. In het licht van de hiervoor onder 10 en 14 genoemde omstandigheden, wordt in beginsel beslissend gewicht toegekend aan een taalkundige uitleg van beide beëindigingsgronden. Uit de tekst artikel 19 lid 3 sub c volgt dat RUG het recht heeft de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen indien Nano-C zich beroept op force majeure en de situatie van force majeure drie maanden voortduurt dan wel zodra is vastgesteld dat deze de periode van drie maanden zal overschrijden. De stelling van RUG dat een redelijke uitleg van de licentieovereenkomst met zich brengt dat alle gevallen waarin nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is op gelijke wijze als omschreven in artikel 19 lid 3 sub c behandeld dienen te worden, heeft RUG, mede gelet op het feit dat het contract met behulp van deskundigen is geredigeerd en van partijen aldus verwacht mocht worden dat wat zij op papier hebben gezet de bedoelingen van partijen juist weergeeft, onvoldoende onderbouwd, nog daargelaten dat op het moment van opzegging niet vaststond dat nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk was.

16.  Het hof deelt het standpunt van Nano-C dat RUG in de gegeven situatie de licentieovereenkomst slechts had kunnen opzeggen met inachtneming van de in artikel 19 lid 3 sub b overeengekomen termijn van kennisgeving en aangeboden mogelijkheid van herstel. Dat de tekortkoming, zoals RUG stelt en Nano-C betwist, blijvend of tijdelijk onmogelijk was, is voor de toepasselijkheid van artikel 19 lid 3 sub b niet relevant nu deze bepaling op iedere tekortkoming van toepassing is. Ook de redelijkheid en billijkheid brengen met zich, zoals door
Nano-C in de toelichting op grief VI terecht is aangevoerd, dat RUG naar aanleiding van de e-mailberichten van 2 en 3 april 2005 eerst contact met Nano-C had moeten opnemen alvorens de overeenkomst rauwelijks op te zeggen.
De grieven I en VI zijn in zoverre gegrond. Of dat Nano-C kan baten, zal hierna blijken.

Deze uitspraak bevestigt wat ik in het begin van dit artikel constateerde: een overeenkomst met een entire agreement clause dient zeer zorgvuldig te worden bekeken.

Artikelen over deze uitspraak van Hof Leeuwarden:

Andere artikelen

Op internet het het nodige over de uitleg van contracten en over de entire agreement clauses te vinden. Over de entire agreement clause onder meer:

Over het uitleggen van contracten onder meer:

Aanvulling 22 november 2012
Over het onderwerp van dit artikel zijn diverse andere artikelen verschenen, onder meer dat van Rob Elgers in M&A Legal.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De letter van het contract in het Nederlandse recht; de in redelijkheid niet mis te verstane aanhef van de contractsbepaling

  1. Jan Dwornig zegt:

    Bedankt voor uw artikel. Ik heb voor enkele jaren een contract van een Duitse industriebedrijf gehad, welke een groot project in Nederland wilde bouwen. Uit ervaring konde ik zeggen, dat dit bedrijf heel erg aan iedere letter van een contract hing. Het schreef hoge contractuele boeten in de contracten, om deze te casseren, als iemand alleen maar een kleen stukje van het contract is afgeweken. Op deze moment heeft mij de Nederlandse collega uitgelegd, dat dit in Nederland volgens redelijkheid en billijkheid niet zou mogelijk zijn. Dat zou een groot verschil tussen Nederlands en Duits recht zijn. Teruggrijpend op dit clausule zou dit misschien in Nederland tenminste tussen koopmannen nu toch rechtswerking hebben.

  2. Overigens zou ik ook in een Nederlands contract niet graag akkoord gaan met onredelijke of onevenwichtige bepalingen, in de hoop door de “redelijkheid en billijkheid” gered te worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s