Tuchtuitspraken van de Accountantskamer over het optreden van de accountant bij bijzondere onderzoeken

Regelmatig worden accountants ingeschakeld om onderzoek te doen naar mogelijke onregelmatigheden binnen ondernemingen en organisaties. Personen die onderwerp zijn van het onderzoek, zijn niet altijd blij met de aanpak van de bewuste accountants. In accountancytermen wordt dit “persoonsgericht onderzoek” genoemd. De aanpak van (forensisch) accountants bij dergelijke onderzoeken is met enige regelmaat voorwerp van tuchtzaken.

Standpunten Accountantskamer

Onderstaand een aantal standpunten van de Accountantskamer die uit deze uitspraken naar voren komen:

  • Het rapport dient een heldere, omlijnde omschrijving van de opdracht te bevatten. Het ontbreken daarvan komt in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.
  • De accountant dient degene op wie het onderzoek betrekking heeft de gelegenheid tot wederhoor te bieden.
  • Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan wederhoor achterwege gelaten worden.
  • In het kader van de wederhoor hoeft de accountant niet het gehele conceptrapport voor te leggen, maar dient de accountant wel de feitelijke bevindingen moeten voorleggen waarop het negatieve oordeel over het handelen van degene die werd onderzocht werd gebaseerd. Niet volstaan mag worden met het ten titel van wederhoor voorleggen van een aantal nadere vragen.
  • De accountant dient bij het verzamelen en selecteren van door hem in het rapport opgenomen informatie zorgvuldig en professioneel te handelen en gemaakte keuzes deugdelijk te verantwoorden; de accountant dient te voorkomen dat de rapportage eenzijdig is.
  • De accountant dient conclusies te trekken die uit feitelijke bevindingen kunnen volgen.
  • De accountant rapporteert uiteindelijk aan zijn opdrachtgever; hij is in beginsel niet gehouden het rapport ook aan de te onderzoeken persoon te verstrekken.
  • De accountant dient er zorg voor te dragen  dat zijn opdrachtgever niet zonder zijn voorafgaande schriftelijke toestemming het rapport aan derden verstrekt. Bij het geven van toestemming dienen o.m. het doel van het onderzoek en de belangen van alle betrokken personen en instanties te worden afgewogen.
  • Geen rechts- of beroepsregel aan te wijzen die de accountant zou verplichten om met zijn opdrachtgever een zeer beperkte verspreiding van het rapport af te spreken.

Recente tuchtzaken over persoonsgerichte onderzoeken

Onderstaand een aantal voorbeelden, met de inhoudsindicatie uit http://tuchtrecht.overheid.nl/:

  • Accountantskamer 25 mei 2012, zaak YH0265: Persoonsgericht onderzoek betreft een aan de accountant verleende opdracht waarvan het object bestaat uit het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon, voor de uitvoering waarvan werkzaamheden met een verifiërend karakter worden verricht, onder andere uit het verzamelen en analyseren van al dan niet financiële gegevens en het rapporteren van de uitkomsten. Indien dergelijke rapportage, zoals meestal, zich niet beperkt tot feitelijke bevindingen, maar tevens oordelen over en conclusies ter zake gedragingen van de te onderzoeken (rechts)persoon bevat, dan is toepassing van NVCOS 4400 voor een dergelijke rapportage niet geschikt. Samenhang Verordening gedragscode (VGC) en Praktijkhandreiking 1112: Praktijkhandreiking is geen bindende regelgeving maar geeft wel richting aan beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Afwijken van de Praktijkhandreiking vergt uitleg van de accountant hoe deze dan wel aan wet- en regelgeving ter zake heeft voldaan.Uit de fundamentele beginselen van de VGC  voortvloeiende eisen v.w.b. rekening houden met de belangen van de te onderzoeken persoon, het schriftelijk informeren van de te onderzoeken (rechts)persoon en het toepassen van van hoor en/of wederhoor niet alleen voor het verkrijgen van een deugdelijke grondslag maar ook in het kader van het handhaven van de juiste omgangsvormen.In casu ten onrechte zelfstandig de  onderzoeksopdracht uitgebreid, de te onderzoeken persoon van te voren niet schriftelijk over het aanvullend onderzoek ingelicht, ten onrechte geen hoor toegepast en op betekenisloze wijze wederhoor toegepast. Resultane van wederhoor niet in de rapportage verwerkt. Voor toezending voor wederhoor aan klager de conceptrapportage eerst besproken met opdrachtgever.Geen deugdelijke grondslag. I.v.m. ernstige gevolgen voor klager (ontslag) is tijdelijke doorhaling in het register een passende maatregel.
  • Accountantskamer 25 mei 2012, zaak YH0264: Persoonsgericht onderzoek betreft een aan de accountant verleende opdracht waarvan het object bestaat uit het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon, voor de uitvoering waarvan werkzaamheden met een verifiërend karakter worden verricht, onder andere uit het verzamelen en analyseren van al dan niet financiële gegevens en het rapporteren van de uitkomsten. Indien dergelijke rapportage, zoals meestal, zich niet beperkt tot feitelijke bevindingen, maar tevens oordelen over en conclusies ter zake gedragingen van de te onderzoeken (rechts)persoon bevat, dan is toepassing van NVCOS 4400 voor een dergelijke rapportage niet geschikt. Samenhang Verordening gedragscode (VGC) en Praktijkhandreiking 1112: Praktijkhandreiking is geen bindende regelgeving maar geeft wel richting aan beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Afwijken van de Praktijkhandreiking vergt uitleg van de accountant hoe deze dan wel aan wet- en regelgeving ter zake heeft voldaan.Uit de fundamentele beginselen van de VGC  voortvloeiende eisen v.w.b. rekening houden met de belangen van de te onderzoeken persoon, het schriftelijk informeren van de te onderzoeken (rechts)persoon en het toepassen van s van hoor en/of wederhoor niet alleen voor het verkrijgen van een deugdelijke grondslag maar ook in het kader van het handhaven van de juiste omgangsvormen.In casu ten onrechte de te onderzoeken persoon van te voren niet schriftelijk over het onderzoek ingelicht en ten onrechte geen hoor en wederhoor toegepast.
  • Accountantskamer 25 mei 2012, zaak YH0263: Persoonsgericht onderzoek betreft een aan de accountant verleende opdracht waarvan het object bestaat uit het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon, voor de uitvoering waarvan werkzaamheden met een verifiërend karakter worden verricht, onder andere uit het verzamelen en analyseren van al dan niet financiële gegevens en het rapporteren van de uitkomsten. Samenhang Verordening gedragscode (VGC) en Praktijkhandreiking 1112: Praktijkhandreiking is geen bindende regelgeving maar geeft wel richting aan beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Afwijken van de Praktijkhandreiking vergt uitleg van de accountant hoe deze dan wel aan wet- en regelgeving ter zake heeft voldaan.Uit de fundamentele beginselen van de VGC voortvloeiende eisen v.w.b. rekening houden met de belangen van de te onderzoeken persoon, het schriftelijk informeren van de te onderzoeken (rechts)persoon en het toepassen van van hoor en/of wederhoor, niet alleen voor het verkrijgen van een deugdelijke grondslag maar ook in het kader van het handhaven van de juiste omgangsvormen.In dit geval ten onrechte nagelaten een voor opdracht essentieel persoon te horen, ten onrechte nagelaten de te onderzoeken persoon een verslag voor te leggen van het besprokene, ten onrechte nagelaten in of bij zijn rapportage de feitelijke bevindingen kenbaar te maken waarop zijn rapport is gebaseerd zodat het rapport in zoverre deugdelijke grondslag ontbeert. Zeer eenzijdige benadering van feiten en het negeren van feiten die in een andere richting wijzen. Ten onrechte geven van strafrechtelijke en civielrechtelijke kwalificaties. Onvoldoende rekening houden met de belangen van de te onderzoeken persoon. Mede i.v.m. de voor betrokkene voorzienbare ernstige gevolgen voor klager (ontslag), is tijdelijke doorhaling in het register voor de duur van zes maanden een passende maatregel.
  • Accountantskamer 14 mei 2012, zaak YH0261: Onderzoek naar o.m. de integriteit van de ambtelijke organisatie van gemeente kwalificeert als een onderzoek met persoonsgerichte aspecten. In onvoldoende mate is aannemelijk geworden dat klager bij aanvang van het onderzoek of kort nadien op de hoogte is gesteld dat het onderzoek mede betrekking op zijn professioneel handelen zou (kunnen) hebben en daaraan een kwalificatie zou (kunnen) worden gegeven, hetgeen in strijd met komt met de voor betrokkene geldende beginselen van integriteit, objectiviteit en deskundigheid en zorgvuldigheid. Het ontbreken in het rapport van een heldere, omlijnde omschrijving van de opdracht komt in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Het verwijt dat klager niet is gehoord, treft geen doel. Gegrond verwijt dat in het geval van klager geen recht is gedaan aan het beginsel van wederhoor. Betrokkene behoefde niet het gehele conceptrapport aan klager voor te leggen, maar had wel de feitelijke bevindingen moeten voorleggen waarop het negatieve oordeel over het handelen van klager werd gebaseerd. Niet volstaan had mogen worden met het ten titel van wederhoor voorleggen van een aantal nadere vragen. Onterecht verwijt dat betrokkene niet zelf een oordeel over het handelen mocht geven, terwijl het voor de hand lag dat betrokkene geruchten juist wel in zijn onderzoek betrok. Onterecht verwijt over suggestief woordgebruik. De feitelijke bevindingen waarop het negatieve oordeel over het handelen van klager is gebaseerd, ontbreken bij de stukken van de tuchtprocedure. Aan de hand van overgelegde stukken en wat ter zitting is gebleken, blijkt voor twee van de vier onderwerpen wel een deugdelijke grondslag voor dat negatieve oordeel doch voor de twee andere onderwerpen kan zo’n grondslag niet worden vastgesteld. Dit is niet in overeenstemming met het voor betrokkene geldende fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Concluderend is betrokkene op vier onderdelen vaktechnisch tekort geschoten zodat vastgesteld moet worden dat betrokkene de uitvoering van een belangwekkend onderzoek met persoonsgerichte aspecten niet op orde had. Volgt maatregel van waarschuwing.
  • Accountantskamer 14 mei 2012, zaak YH0262: Falende klachten over de uitvoering van een onderzoek met persoonsgerichte aspecten. Aangenomen moet worden dat klaagster weet had van aard en bereik van het onderzoek en van de uitbreiding daarvan, terwijl zij tweemaal is gehoord en zij op feitelijke bevindingen heeft kunnen reageren alvorens betrokkene zou rapporteren. Onterecht verwijt over het (willen) gebruiken van digitale gegevens, afkomstig van de computer van klaagster. Voldoende inzicht in het onderzoek en de gemaakte onderzoekskeuzes. Geen suggestief woordgebruik. Onvoldoende grond voor conclusie dat betrokkene onvoldoende onafhankelijk van opdrachtgever zou zijn. Onzorgvuldige passage in het rapport over het niet reageren door klaagster is in de context van de tekst die daaraan voorafgaat en daarop volgt van onvoldoende gewicht om tot gegrondverklaring van het daarop betrekking hebbende klachtonderdeel te komen. Betrokkene heeft geen politiek oordeel geveld doch conclusies getrokken die uit feitelijke bevindingen konden volgen. Geen rechts- of beroepsregel aan te wijzen die betrokkene zou verplichten om met zijn opdrachtgever een zeer beperkte verspreiding van het rapport af te spreken. Publieke uitspraken van betrokkene, zulks in reactie op de uitlatingen van klaagster in de media, leveren in dit geval evenmin strijd op met enig voor betrokkene geldende rechts- of beroepsregel. Volgt algehele ongegrondverklaring van de klacht.
  • Accountantskamer 5 maart 2012, zaak YH0242. Persoonsgericht onderzoek; deskundig en zorgvuldig en objectief; onderzoekmethodes. De klachten worden ongegrond verklaard.
  • Accountantskamer 9 mei 2011, zaak YH0163: Status Gedragsrichtlijn persoonsgerichte onderzoeken. Hoor en/of wederhoor. Indien de accountant met inachtneming van de voor hem geldende fundamentele beginselen ook zonder de waarborg van het horen van de te rapporteren persoon een deugdelijke grondslag voor zijn rapportage kan verkrijgen, kan het horen achterwege blijven. Echter, meestal zal een bijdrage van de te onderzoeken persoon in de vorm van hoor en wederhoor wel van belang zijn. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan wederhoor achterwege gelaten worden. De vorm waarop invulling dient te worden gegeven aan het wederhoor is afhankelijk van de omstandigheden. Een forensisch accountantsonderzoek, gericht op gedragingen van personen, hoeft niet altijd uit te monden in een eigen oordeel van de accountant over de integriteit van de desbetreffende personen. De accountant dient bij het verzamelen en selecteren van door hem in het rapport opgenomen informatie zorgvuldig en professioneel te handelen en gemaakte keuzes deugdelijk te verantwoorden; de accountant dient te voorkomen dat de rapportage eenzijdig is. De accountant rapporteert uiteindelijk aan zijn opdrachtgever; hij is in beginsel niet gehouden het rapport ook aan de te onderzoeken persoon te verstrekken. Hij dient er zorg voor te dragen  dat zijn opdrachtgever niet zonder zijn voorafgaande schriftelijke toestemming het rapport aan derden verstrekt. Bij het geven van toestemming dienen o.m. het doel van het onderzoek en de belangen van alle betrokken personen en instanties te worden afgewogen.

Aanvulling 16 augustus 2012
Op http://www.accountant.nl/ wordt regelmatig over dit onderwerp geschreven. Zie het bericht van 9 augustus 2012 over de accountant-controller die ten onrechte naliet wederhoor toe te passen. Op deze pagina is een overzicht van tuchtuitspraken uit 2012 te vinden (ook over andere onderwerpen dan bijzondere onderzoeken) en er wordt ook een mogelijkheid geboden te zoeken in samenvattingen.

Aanvulling 4 september 2015
Hoor en wederhoor blijft moeilijk voor accountants, lees dit bericht op accountant.nl:
Geen hoor en wederhoor bij onderzoek facturen

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s