Het artikel van D.S. Kolkman “Herkennen van katvangers en stromannen” levert geen ‘guidance’ voor het notariaat op

Op de website van het Bureau Financieel Toezicht is het artikel van mr. D.S. Kolkman, “Herkennen van katvangers en stromannen“, uit het Notariaat Magazine van december 2011 gepubliceerd. Het kennelijke doel van dit artikel is om notarissen meer ‘guidance’ te geven bij hun activiteiten op grond van de notarisregels en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De auteur is daar naar mijn mening niet in geslaagd.

Na een lange inleiding over de witwasbestrijding wordt op pagina 3 en verder de stroman gedefinieerd als een persoon die optreedt onder eigen naam, maar als werktuig van een ander handelt. Een katvanger is een persoon die in de akte net als stroman optreedt onder eigen naam. Een stroman is vaak een tussenschakel terwijl een katvanger vaak eindschakel is en geen verhaalsmogelijkheid biedt. Kolkman geeft wel definities van stroman en katvanger (waar wel iets op valt af te dingen), maar over het herkennen van deze lieden worden we niet veel wijzer.

Onderstaand een voorbeeld van hoe voorbeelden door Kolkman worden uitgewerkt:

Deze persoon [de katvanger] beschikt wel over de eigendom van het pand, maar heeft er niet de feitelijke beschikkingsbevoegdheid over. Een katvanger werkt soms vrijwillig mee vanwege de vergoeding die daar tegenover staat, maar wordt soms ook onder druk gezet om mee te werken. In bepaalde gevallen wordt de verschuldigde hypotheek in het geheel niet betaald (hypotheekfraude), in andere gevallen wordt deze jarenlang netjes voldaan maar wordt het pand illegaal onderverhuurd, of wordt er een hennepkwekerij in gehuisvest.
Een stroman is een persoon die optreedt onder eigen naam, maar handelt als werktuig van een ander. Een katvanger is een persoon die in de akte net als een stroman optreedt onder eigen naam. Deze persoon beschikt wel over de eigendom van het pand, maar heeft er niet de feitelijke beschikkingsbevoegdheid over. Een katvanger werkt soms vrijwillig mee vanwege de (korte termijn) vergoeding die daar tegenover staat, maar wordt soms ook onder druk gezet om mee te werken. In bepaalde gevallen wordt de verschuldigde hypotheek in het geheel niet betaald (hypotheekfraude), in andere gevallen wordt het pand illegaal onderverhuurd, of wordt er bijvoorbeeld een hennepkwekerij in gehuisvest.

Deze informatie roept bij mij veel vragen op. Wat bedoelt Kolkman in de eerste volzin met het “niet de feitelijke beschikkingsbevoegdheid” hebben, hoe zie je dat? Hij schrijft dat de hypotheek niet wordt betaald, maar dat wil nog niet zeggen dat er hypotheekfraude is. Waar blijkt dat dan uit? Wat bedoelt de auteur met illegaal onderverhuren, is dat onderverhuren in strijd met het huurcontract? Dat is misschien in strijd met de hoofdhuurovereenkomst maar niet strafbaar. Kortom, dit is informatie waar een dienstverlener voor de praktijk niets aan heeft.

Vervolgens komt Kolkman indicaties voor het herkennen van een stroman. Ik meen dat de praktijk niets aan deze indicaties heeft. Zo vraag ik me me af waarom de door Kolkman genoemde indicaties op een stroman wijzen, zijn voorbeelden kunnen net zo goed betrekking hebben op de opdrachtgever zelf. Verder noemt hij een aantal feiten die zeer goed in gewone ondernemingssituaties kunnen voorkomen, zoals een familierelatie, ontbreken financieringsvoorbehoud of waarborgsom, niet naleven waarborgsom en dat verkoper lening aan koper verstrekt. Tot slot noemt hij een aantal feiten die voor een dienstverlener onzichtbaar zijn, zoals dat de winst van een transactie bij een particulier terecht komt of dat de winst wordt afgeroomd met commissies.

In het relaas over de katvanger noemt Kolkman de volgende kenmerken:

  • de katvanger heeft financiële problemen (hoe komt de notaris daar achter?);
  • de katvanger gaat de woning niet echt zelf bewonen (ook hier is de vraag hoe de notaris daar achter komt);
  • de katvanger heeft een ander woonadres dan postadres;
  • de katvanger heeft meerdere panden op zijn naam staan (dat is geen kenmerk voor een katvanger, hoe kom je er achter dat er iets ‘bijzonders’ is?);
  • de katvanger is eigenaar van meerdere met NHG verkregen panden (is dat kenbaar voor de notaris?);
  • alles wordt geregeld door een op het oog willekeurige derde (wat is ‘willekeurig’? Er zijn wel meer mensen die hulp krijgen);
  • de katvanger heeft fictief dienstverband (hoe zie je dat?).

Het probleem van de informatie die Kolkman hier geeft, is dat het volledig is geschreven vanuit de optiek van de kennis die de opsporingsinstanties hebben. Hij probeert zich niet te verplaatsen in de positie waarin de notaris verkeert en de manier waarop de notaris gegevens krijgt aangeleverd.

Het lastige van witwastransacties is dat zij er zo (en waarschijnlijk juist) gewoon uitzien. Ik denk dat als BFT meer guidance aan de dienstverleners wil geven, de fraudezaken op een geheel andere manier geanalyseerd moeten worden, om voor de praktijk van notarissen bruikbare indicaties op te leveren. Daarbij zal het veelal gaan om een combinatie van feiten die leiden tot een vermoeden van witwassen.

Aanvulling 6 april 2012
In Notariaat Magazine is mijn artikel geplaatst naar aanleiding van het artikel van Kolkman (een verkorte versie van dit artikel) met een reactie van Kolkman.

Advertisements

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het artikel van D.S. Kolkman “Herkennen van katvangers en stromannen” levert geen ‘guidance’ voor het notariaat op

  1. Kees Huizenga zegt:

    Scherp artikel. Het wordt tijd dat de relevante instanties die over informatie met betrekking tot verdachte personen of transacties beschikken, die informatie (of de conclusies) op een of andere manier gaan delen met de personen en instellingen die als poortwachter zijn aangesteld. Uiteraard niet door een open of halfopen database beschikbaar te stellen, maar wel bijvoorbeeld door de poortwachter de mogelijkheid te bieden om, na daartoe verkregen machtiging van een cliënt of prospective client, een check te doen in de registers van de instanties. Vergelijk het met het BKR.
    Keep up the good work!

  2. Dank voor de reactie! Het voorstel dat bepaalde overheidsregisters worden geraadpleegd, lijkt me wel heel ingrijpend.
    Het BKR is ten slotte een particulier initiatief; de database van het BKR wordt gevuld via de banken.
    Jouw voorstel lijkt meer op een soort van “Bibob” voor het bedrijfsleven, waarbij de overheid de Bibob-functie zou moeten vervullen. Ik hoor daar ook klachten over, dus het is vast niet simpel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s