Jeugdige geldezel terecht opgenomen in het incidentenregister van een bank (uitspraak Rechtbank Amsterdam 15 december 2011)

Met de antiwitwaswetgeving zijn financiële instellingen begonnen met het registreren van allerlei gegevens inzake hun cliënten en daar aan gelieerde personen. Dergelijke registers worden “incidentenregisters” genoemd. Rondom deze registers rijzen allerlei juridische vragen, zoals de vraag of iemand kan worden opgenomen zonder strafrechtelijke veroordeling en of er recht op hoor en wederhoor is.

Deze problematiek kwam aan de orde in een uitspraak van Rechtbank Amsterdam van 15 december 2011. Een moeder van een minderjarige jongen die had meegewerkt als katvanger aan phishing door zijn bankrekening ter beschikking te stellen, werd door de bank geregistreerd in het incidentenregister.

De Rechtbank oordeelde dat dit terecht was gebeurd, al was de jongen niet veroordeeld. Onderstaand tekst uit de uitspraak met de beoordeling door de rechtbank, waarbij wordt aangetekend dat [B] de jongen is:

4.7.  De rechtbank stelt voorop dat het opnemen van de persoonsgegevens van [B] in het incidentenregister en het daaraan gekoppelde EVR is aan te merken als een verwerking van persoonsgegevens, waarop de Wbp van toepassing is. Deze verwerking vindt zijn grondslag in het gerechtvaardigde belang als bedoeld in artikel 8 sub f Wbp van ING en de overige bij het EVR aangesloten financiële instellingen. Dit artikel schrijft voor dat bij het verwerken van persoonsgegevens een afweging wordt gemaakt tussen het gerechtvaardigd belang van – in casu – ING om de gegevens te verwerken in het incidentenregister en het EVR en het belang van [B] op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. ING voert aan dat zij bij haar besluit de voorwaarden van het protocol in acht heeft genomen. Blijkens de preambule van het protocol is het protocol een toelichting op de aanmelding van het incidentenregister bij het College Bescherming Persoonsgegevens. De doelstelling van het incidentenregister is het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector. De rechtbank is van oordeel dat het protocol kan worden beschouwd als een regeling die voldoende waarborgen biedt voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens zoals de Wbp die voorschrijft, zodat het protocol als uitgangspunt zal gelden bij de beoordeling van het onderhavige geschil.

(…)

4.9.  Gelet op de gang van zaken (…) is de rechtbank van oordeel dat is vast komen te staan dat [B] betrokken is geweest bij de frauduleuze handelingen. Onweersproken is dat de overschrijving van EUR 2.523,00 van de rekening van benadeelde naar de betaalrekening van [B] een frauduleuze transactie betreft. Vast staat eveneens dat [B] zijn betaalpas en pincode aan een derde heeft afgestaan om dit geld van zijn rekening op te nemen. Het verweer dat [B] onder psychische druk en (dreiging met) fysiek geweld zou hebben gehandeld kan niet slagen. Immers [B] heeft jegens de politie verklaard dat hij door een vriend werd benaderd met de vraag of hij vijfenzeventig euro wilde verdienen door middel van het afgeven van zijn pinpas en dat dit hem wel leuk leek omdat zijn vrienden vaak gingen zwemmen en bowlen en dit hem ook leuk leek om te doen (zie hiervoor onder 2.8). In het licht van deze verklaring is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast komen te staan dat sprake was van psychische druk en/of (dreiging met) fysiek geweld.

4.10.  Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van opzettelijke benadeling van ING en oneigenlijk gebruik van de producten en diensten van ING door [B]. Dat ING geen aangifte heeft gedaan tegen [B] staat hier niet aan in de weg, nu het feit gelet op de verklaring van [B] jegens de politie reeds voldoende vast is komen te staan, er momenteel een strafrechtelijk onderzoek loopt naar het voorval en de benadeelde zelf aangifte heeft gedaan van de fraude bij de politie. De uiteengezette omstandigheden vormen een bedreiging van de continuïteit en de integriteit van financiële instellingen in het algemeen en voor de onderneming van ING in het bijzonder. ING had derhalve een gerechtvaardigd belang om de persoonsgegevens van [B] te verwerken in het incidentenregister en het daaraan gekoppelde EVR.

Proportionaliteitstoets
4.11.  Op grond van artikel 6.2 van het protocol dient in overeenstemming met de Wbp een proportionaliteitsafweging plaats te vinden. Verzoekster stelt in dit verband dat de belangen van [B] disproportioneel worden geschaad. [B] wordt volgens verzoekster ten onrechte gebrandmerkt als misdadiger en fraudeur. Alle aan het incidentenregister deelnemende banken en financiële instellingen kunnen door inzage in het EVR vaststellen dat [B] daarin is opgenomen en vervolgens nadere informatie omtrent de reden van opname opvragen. Dit kan ertoe leiden dat niet alleen ING, maar ook andere deelnemers hun (financiële) diensten aan [B] zullen weigeren. Tot slot wijst verzoekster erop dat bij de belangenafweging ernstig rekening moet worden gehouden met het belang van het kind.

4.12.  De rechtbank is van oordeel dat bij de afweging van de belangen van partijen, het onder 4.10 weergegeven belang van ING thans dient te prevaleren boven de door verzoekster gestelde belangen van haar zoon [B]. Vast staat immers dat ING is benadeeld door handelingen die zijn verricht met gebruikmaking van de betaalrekening, betaalpas en pincode van [B] en dat [B] hieraan bewust en vrijwillig heeft meegewerkt. Blijkens het tijdens de mondelinge behandeling overgelegde rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (zie hiervoor onder 2.9) is de thans nog minderjarige [B] kwetsbaar en beïnvloedbaar, hetgeen het risico op herhaling vergroot. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve onvoldoende gebleken dat [B] disproportioneel wordt geraakt in zijn belangen door opname van zijn persoonsgegevens in het incidentenregister en het EVR.

4.13.  Daarbij neemt de rechtbank bovendien nog het volgende in aanmerking. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ING aangegeven dat de maximale termijn voor registratie in het incidentenregister en het EVR acht jaar is. Het verweer van [B] dat dit niet proportioneel is, kan niet slagen, nu het een maximale termijn betreft en een tussentijdse herbeoordeling op basis van onder meer leeftijd en actuele situatie om de termijn te bekorten mogelijk is volgens ING. Ook de Wbp voorziet in die mogelijkheid. In de toekomst kan [B] dus opnieuw een verzoek indienen om de registratietermijn te bekorten. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat ING tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat, zodra er meer bekend is over de uitkomst van het lopende strafrechtelijke onderzoek, zij wil overwegen om [B] een rekening aan te bieden die vergelijkbaar is met een convenantenrekening, zodat hij daarop het salaris van zijn bijbaantjes kan ontvangen. Bovendien kan [B], wanneer hij achttien jaar oud wordt, in ieder geval een convenantenrekening openen bij ING. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de belangenafweging uitvalt in het voordeel van ING en dat aan de proportionaliteitstoets is voldaan.

4.14.  Ten aanzien van de stelling van verzoekster dat op ING de plicht rust om het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor toe te passen, hetgeen concreet inhoudt dat zij een individuele betrokkene confronteert met haar bezwaren en deze in staat stelt daarop te reageren voordat tot registratie wordt overgegaan, overweegt de rechtbank als volgt.
ING voert terecht aan dat er op grond van de hiervoor reeds geschetste omstandigheden in het onderhavige geval geen twijfel mogelijk was omtrent de betrokkenheid van [B] bij de fraude. De rechtbank is derhalve met ING van oordeel dat het niet noodzakelijk was om [B] (dan wel zijn moeder) vooraf te horen. Dit geldt te meer nu er, zoals aangevoerd door ING, op grond van het protocol voldoende mogelijkheden bestaan om achteraf bezwaar te maken tegen opname in het incidentenregister en het EVR. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat ING aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij de totstandkoming van een registratie in het incidentenregister en/of het EVR heeft voldaan en dat zij dus niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [B].

4.15.  Gelet op het vorenstaande zal het verzoek van verzoekster worden afgewezen.

Er zijn veel meer uitspraken over opneming in het incidentenregister.

Incidentenregisters van de banken en verzekeringsmaatschappijen

Meer informatie over de incidentenregisters:

Aanvulling 31 juli 2012

Inmiddels zijn er weer nieuwe uitspraken over de incidentenregisters van financiële instellingen. Inhoudsindicatie van een uitspraak van Rechtbank Den Haag van 31 mei 2012:

Wet bescherming persoonsgegevens. Betaalrekening van verzoekster gebruikt voor frauduleuze transacties als gevolg van phishing-fraude. Hetgeen verzoekster ter zake van de vermissing van haar betaalpas en de momenten waarop is ingelogd op haar betaalrekening, heeft aangevoerd is onvoldoende om haar betrokkenheid bij de fraude te ontkrachten. Een en ander valt met name af te leiden uit de door de bank overgelegde lijst met IP-Loggings.

Anke Verhoeven, SOLV, schreef hierover een artikel “Veroordeling door strafrechter niet vereist voor opname in incidentenregister”.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s