Verenigingen per 1 december 2011 verplicht informatie over opzegging lidmaatschap op website en in ledenblad bekend te maken

Op grond van een onlangs aangenomen wet met nieuwe regels over verlengen en opzeggen van lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten, verandert er ook iets voor verenigingen. Er treedt op 1 december 2011 een nieuwe bepaling voor verenigingen in werking (artikel 2:35 lid 6 BW) die als volgt luidt:

De vereniging draagt er zorg voor dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen. De informatie wordt in ieder geval opvallend vermeld op de hoofdpagina van de website en op bladzijde 1, 2 of 3 van het ledenblad, indien een vereniging gebruik maakt van deze communicatiemiddelen.

Aanvankelijk hadden de indieners van het wetsvoorstel het onzalige plan dat de vereniging leden zou moeten waarschuwen voor het aflopen van de lidmaatschapstermijn. Gelukkig is dat niet doorgegaan.

De vragen die de leden van de ChristenUnie-fractie aanvankelijk hadden ten aanzien van de voorgestelde aanpassingen in het verenigingsrecht zijn met het gewijzigde voorstel van wet niet meer aan de orde. Deze leden zijn blij, dat hiermee recht is gedaan aan de afzonderlijke status van de lidmaatschapsverhouding en aan de zware druk die een waarschuwingsplicht op elke willekeurige vereniging zou leggen.

(…)

3.2. De oplossing voor het lidmaatschap van de vereniging

Onoverkomelijk grote moeite echter hebben de leden van de CDA-fractie met het feit dat het initiatiefvoorstel ook ziet op lidmaatschappen van verenigingen en de consequenties die dat heeft voor vrijwilligersorganisaties. Het wetsvoorstel heeft namelijk ook betrekking op verenigingen die alleen door amateurs in stand worden gehouden. Voor hen gaat een waarschuwingsplicht gelden, waarbij de leden van de vereniging bijtijds moeten worden gewaarschuwd voor een verlenging van hun lidmaatschap als zij geen actie ondernemen. Hiermee worden extra administratieve lasten voor deze verenigingen in het leven geroepen. Hoe verhoudt dit zich in de ogen van de initiatiefnemers, tot het beleid van dit kabinet om de administratieve lasten voor vrijwilligers juist te reduceren. Overigens merkt ook de Raad van State op, dat de indieners van het voorstel eraan voorbij lijken te gaan, dat een zware druk wordt gelegd op verenigingen die afhankelijk zijn van vrijwilligers.

De indiener merkt op dat vermoedelijk sprake is van een misverstand. De waarschuwingsplicht voor verenigingen, geïnspireerd door een ingediend Belgisch initiatief-wetsvoorstel en een inmiddels in werking getreden Frans wetsvoorstel, stond in de eerste ingediende versie van het voorliggende wetsvoorstel uit 2006, maar is inmiddels geschrapt. De indiener heeft de argumenten van (sport)verenigingen en de Raad van State gehoord en zich daardoor laten overtuigen dat een dergelijke waarschuwingsplicht inderdaad een te grote belasting zou inhouden voor de verenigingen. Daarmee is dus ook het bezwaar dat de leden van de CDA-fractie formuleren weggenomen.

De leden van de D66-fractie begrijpen de indieners zo, dat verenigingen aan een ander «regime» worden onderworpen, (onder andere) omdat door belanghebbenden is gewezen op het «belang van goed functionerende sportverenigingen». Is dit correct? De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van goed functionerende verenigingen, maar stellen naar aanleiding van de consequenties die de indieners hieraan verbinden graag nog enige vragen. Is het waar, dat ook lidmaatschappen van andersoortige verenigingen, zoals bijvoorbeeld zonnestudio’s, onder deze «verenigingsregeling» zullen vallen? Deze leden vragen de keuze om voor alle verenigingen een gelijke regeling te treffen nader te onderbouwen. Specifiek vragen zij ook naar de positie van omroepverenigingen en omroepgidsen binnen het onderhavige voorstel. Graag vernemen deze leden welke consequenties dit voorstel voor hen, en een eerlijke concurrentie op de markt voor programmagegevens en magazines, zal hebben. Deze leden vragen de indieners ook aan te geven hoe zij het belang van telefoon-/internetaansluitingen en media-abonnementen wegen. Zij vragen de indieners ook de mogelijk bij sommigen bestaande angst voor de effecten van onderhavig voorstel op de pluriformiteit van ons mediabestel hierbij te betrekken, en met name een verschraling van het aanbod.

De leden van de D66-fractie zien dit inderdaad correct. Overigens hebben niet alleen belanghebbenden gewezen op een belang van een goed functionerend (sport)verenigingsleven, maar ook de Raad van State en een aantal fracties heeft hierover opmerkingen gemaakt. Vandaar dat de indieners (toen nog Crone en Van Dam) op dit punt het wetsvoorstel aangepast hebben. Het is daarbij ondoenlijk om onderscheid te maken tussen typen verenigingen. De indiener zou ook graag zien dat onderscheid kon worden gemaakt in professioneel opererende verenigingen als de ANWB of een omroepvereniging en amateurverenigingen, aangezien de ergernis van de consument ook geldt voor professioneel opererende verenigingen. De indiener acht dit onderscheid echter juridisch onmogelijk te maken aangezien er een veelheid aan verenigingen bestaat in Nederland waarbij de mate van professionaliteit per vereniging verschilt. Voor omroepverenigingen geldt derhalve hetzelfde regime als voor andere verenigingen, te weten de plicht om de opzegvoorwaarden opvallend te melden op de website of in het ledenblad. De indiener gaat er niet vanuit dat hiervan enig effect uit zal gaan op de pluriformiteit van ons mediabestel, noch dat dit zal leiden tot een verschraling van het aanbod.

De indieners hebben ervoor gekozen verenigingen te verplichten om op de hoofdpagina van de website de informatie over opzegging van het lidmaatschap op de hoofdpagina te vermelden. In de reactie van de indieners op het advies van de Raad van State wordt aan de vereiste vermelding bovendien de kwalificatie «opvallend» meegegeven. De leden van de fractie van D66 vragen de indieners nader in te gaan op de consequenties van dit voorstel. Deze leden hebben hierbij de volgende vragen: om hoeveel websites gaat het ongeveer, welke administratieve lasten brengt dit voor verenigingen met zich mee en hoe ingrijpend zijn de praktische effecten voor de vormgeving van deze websites. Om tot een goed oordeel te komen, vragen zij de indieners tevens een concreet voorbeeld te geven van wat in hun ogen een «opvallende vermelding» zou inhouden.

Wanneer een vereniging een website of een ledenblad heeft, dan dient de informatie voor opzegging van het lidmaatschap in ieder geval opvallend op de hoofdpagina van de website of op de één van de eerste drie pagina’s van het ledenblad te worden vermeld. Op deze manier kan de nodige duidelijkheid worden verschaft aan de leden van een vereniging en kan zo een beter evenwicht worden gevonden tussen de rechten en plichten van de vereniging en haar leden.

Het begrip «opvallend» wordt overigens niet alleen in de reactie op het advies van de Raad van State genoemd, maar ook in de wettekst zelf. De verplichting voor de vermelding op de website van de vereniging geldt alleen als de vereniging een dergelijke website heeft. Indien dit het geval is, dient op de hoofdpagina (homepage) een vermelding te staan van de manier waarop opgezegd kan worden, het (e-mail)adres waar de opzegging naar toe moet, de opzegtermijn en informatie waar de individuele opzegdatum opgevraagd kan worden. Er kan ook volstaan worden met een link naar de voornoemde informatie, waarbij wel duidelijk moet zijn dat daar de opzeginformatie te vinden is. De titel van een dergelijke link zou «opzeginformatie» of «opzeggen» of bewoordingen van vergelijkbare strekking moeten zijn. De vermelding dient opvallend te zijn, in de zin van goed leesbaar en niet over het hoofd te zien. Aangezien deze vermelding eenmalig wordt aangebracht op de website, zijn de nalevingskosten zeer beperkt. Er zijn geen administratieve lasten in de zin van informatieverplichtingen aan de overheid.

Bron: nota naar aanleiding van het verslag, 21 november 2008.

Zie over verenigingen die ook met anderen dan leden zaken doen:

De leden van de CDA-fractie vragen verder naar verrichtingen, die een voorwaarde zijn voor het lidmaatschap van een (coöperatieve) vereniging. Het is goed om nogmaals duidelijk te maken hoe deze bepalingen betrekking hebben op verenigingen. In het geval dat verrichtingen direct gerelateerd zijn aan het lidmaatschap van de vereniging, is het verenigingsrecht van toepassing. Het nieuwe artikel 6:236 sub j BW heeft hier dus geen betrekking op. Indien een vereniging echter aan haar leden of aan derden buiten het lidmaatschap om andere diensten aanbiedt, dan gelden voor die diensten gewoon de bepaling van dit artikel. Om het concreet te maken: indien een lid van een vereniging als onderdeel van dat lidmaatschap het verenigingsblad ontvangt, dan is het verenigingsrecht van toepassing. Indien een vereniging aan de leden of derden een abonnement op een blad aanbiedt dat afzonderlijk wordt afgerekend, dan geldt het contractrecht en dus gelden in dat geval de bepalingen van de artikel 6:236 en 6:237. Voor de consument is het eenvoudig. Indien hij of zij ergens lid van wordt, geldt het verenigingsrecht, indien een abonnement of contract wordt afgesloten, geldt het contractrecht.

Bron: memorie van antwoord eerste kamer, 1 juli 2010.

Aanvulling 26 mei 2014
Naar aanleiding van een reactie ontdekte ik dat de artikelverwijzing aan het begin niet klopte. Ik heb de verwijzing vandaag aangepast.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging. Bookmark de permalink .

10 reacties op Verenigingen per 1 december 2011 verplicht informatie over opzegging lidmaatschap op website en in ledenblad bekend te maken

  1. Lisanne Nieboer zegt:

    Is dit nu nog steeds zo? Ik kan het niet vinden in het wetboek: artikel 2:36 lid 6 BW. http://mijnwetten.nl/burgerlijk-wetboek-boek-2/artikel36

    Hoe kan dat?

  2. Tim zegt:

    Recent is bevestigd dat de wet geen sanctie verbindt aan het niet naleven van deze “verplichting”, zie ECLI:NL:RBNHO:2014:1029 (althans in de sfeer van het kunnen opzeggen, er was geen beroep op onrechtmatige daad gedaan).

  3. Lezer zegt:

    Geachte Mevr. Timmer,

    geldt deze verplichte informatie ook voor een Vereniging met verenigingsrecht

      • Lezer zegt:

        een groot aantal leden van een V.V.E van eigenaren met verenigingsrecht ( geen appartementsrecht) willen hun lidmaatschap opzeggen vandaar de vraag over verplichte informatie over opzegging lidmaatschap op de website

      • Als ik goed begrijp is de bedoelde vereniging geen vereniging van appartementseigenaren maar een gewone vereniging. Uit wat u schrijft wordt mij niet duidelijk wat voor soort vereniging van eigenaren de vereniging is. In ieder geval zijn de nieuwe regels voor alle verenigingen van toepassing, dus ook op de door u bedoelde vereniging.

      • Lezer zegt:

        hartelijk dank voor de informatie, het is vereniging van eigenaren ( eigen kavels ) met verenigingsrecht, opgericht met notariële akte en statuten op een chaletpark.
        Bestuur van V.V.E wil registergoed aankopen ( restaurant + bijbehorende woning), echter vele leden willen dat niet. Het registergoed was in eigendom van een persoon die ook beheerder was, echter beheersovereenkomst is door voorzieningenrechter in 2010 reeds ontbonden op verzoek van een vorig bestuur.
        VVE leden kennen hun rechtspositie niet , willen opzeggen of de voorgestelde aankoopconstructie middels oprichten van BV ( aandelen zonder stemrecht), stichting prioriteitsaandeel e.t.c. laten toetsen door onafhankelijke deskundige(n)

      • Gezien de beschrijving, denk ik dat de nieuwe regels niet zo belangrijk zijn. Wel belangrijk is wat er in de statuten van de vereniging staat over het in eigendom verwerven van registergoederen. Verder zijn er bij belangenverstrengeling altijd juridische mogelijkheden. Er zal dan echter wel beroep op een advocaat moeten worden gedaan, om de juridische positie te beoordelen en na te gaan welke kosten zijn verbonden aan eventuele procedures.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s