Wetgevingsplannen van de minister van financiën, onder meer over de sanctiemogelijkheden van de AFM

De minister van financiën heeft zijn wetgevingsplannen bekend gemaakt en ook de berichten van DNB en AFM aan de kamer gezonden (html). In de Beleids- en wetgevingsbrief financiële markten zet de minister zijn plannen uiteen.
Onder meer schrijft hij over de aanscherping van de ken-uw-cliënt procedures in het kader van de Wwft, de verwachting is dat het wetsvoorstel in het voorjaar van 2012 naar de kamer wordt gestuurd (pagina 30/31).

Naar aanleiding van de opmerkingen van de AFM over de beperkte bevoegdheden in de onderzoeksfase schrijft de minister (pagina 38):

Zoals hierboven ook weergegeven, acht ik de huidige procedure, waarbij de AFM in geval van twijfel naar de Ondernemingskamer kan stappen en waarbij de Ondernemingskamer dan als onafhankelijk rechter beslist of de regels geschonden zijn of niet, de optimale en meest evenwichtige regeling. Wanneer een onderneming onvoldoende gevolg geeft aan een verzoek om nadere toelichting van de AFM heeft de AFM de mogelijkheid om de Ondernemingskamer te verzoeken de onderneming te bevelen om gehoor te geven aan een dergelijk verzoek. De Ondernemingskamer toetst in voorkomend geval of het verzoek van de AFM gegrond is of niet. Verder is het aan de Ondernemingskamer om te bepalen op welke wijze het verschaffen van de nadere toelichting dient te gebeuren, waarbij hetgeen door partijen naar voren is gebracht een rol zal spelen. De AFM heeft kortom (reeds) de mogelijkheid om het verschaffen van de nodige nadere toelichting af te dwingen middels een verzoek bij de Ondernemingskamer. Hierbij geldt voor de AFM als enige beperking dat de Ondernemingskamer in voorkomend geval een eigen afweging maakt. Meer specifiek wordt wat betreft het niet alleen bij twijfel kunnen opvragen van informatie in het hierboven genoemde evaluatie onderzoek geoordeeld dat er altijd een reden moet zijn voor het opvragen van informatie bij een individuele onderneming en dat moet worden gewaakt voor het gevaar van fishing expeditions. Wat betreft het kunnen opvragen van specifieke documenten wordt gewezen op het risico van onnodige lastenverzwaring bij ondernemingen in verband met de voorbereiding, aanlevering en controle van informatie. Daarnaast wijzen de onderzoekers erop dat de AFM nog geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om, indien een onderneming onvoldoende gevolg geeft aan een verzoek om informatie die de twijfel van de AFM kan wegnemen, op grond van artikel 2:452 van het Burgerlijk Wetboek een verzoekschrift hiertoe in te dienen bij de Ondernemingskamer. De onderzoekers adviseren de AFM om, wanneer een onderneming niet of onvoldoende meewerkt, frequenter deze “stok achter de deur” toe te passen. Ik onderschrijf dit advies en de conclusies van het evaluatie onderzoek.

Verder geeft hij aan dat er plannen bestaan tot aanpassing van artikelen 2:403 en 2:408 BW:

In de op 13 september 2011 aan de Tweede Kamer gezonden Gecombineerde reactie op het evaluatieonderzoek Wtfv, de visie op accountancy en de reactie op de initiatiefnota van de heer Plasterk is een aantal wetswijzigingen aangekondigd waarmee het toezicht financiële verslaggeving door de AFM effectiever kan worden gemaakt. De aanpassing van de artikelen 2:403 en 2:408 van het Burgerlijk Wetboek wordt in overleg met de minister van Veiligheid en Justitie in dit kader nader bezien.

Over de verhaalsmogelijkheden bij gelieerde derden merkt de minister op:

De AFM signaleert dat door verschillende constructies verhaalsmogelijkheden bij financiële ondernemingen worden verminderd doordat winsten kunstmatig worden afgeroomd en rondgepompt. Ik zal samen met de AFM de mogelijkheden verkennen om de verhaalsmogelijkheden voor de AFM bij financiële ondernemingen en aan die ondernemingen gelieerde derden te verbeteren.

En over de sanctiemogelijkheden van de AFM zegt de minister (pagina 39):

22. Publicatieregime boetes
De AFM stelt aanpassing van het publicatieregime voor boetes voor. Zoals de AFM in haar brief ook opmerkt is thans een beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven aanhangig. Ik wacht de uitkomsten van deze procedure af en zal daarna samen met de AFM bezien in hoeverre wijziging van het publicatieregime voor boetes wenselijk is.

23. Schikkingbevoegdheid
De schikkingbevoegdheid is thans voorbehouden aan het Openbaar Ministerie. In doorgaans eenvoudige zaken kan van een verder strafproces worden afgezien indien de verdachte akkoord gaat met het schikkingsvoorstel van het Openbaar Ministerie. In het bestuursrecht bestaat een dergelijke bevoegdheid voor zover mij bekend niet. Ik zal een dergelijke bevoegdheid in overleg met de AFM bestuderen. Op voorhand zie ik echter geen aanleiding om op dit punt te tornen aan de Algemene wet bestuursrecht maar zie ik meer in alternatieven, zoals de pilot versnelde boeteprocedure.

24. Clementieregeling
Ik heb de totstandkoming van een clementieregeling altijd gesteund. In de praktijk blijkt het evenwel lastig de clementieregeling te gebruiken in gevallen van overtredingen die zowel beboetbaar zijn ingevolge de Wet op het financieel toezicht als strafrechtelijk kunnen worden afgedaan middels strafbaarstelling in de Wet op de Economische Delicten.
Ik zie een oplossing in nauwere samenwerking tussen de AFM en het Openbaar Ministerie op dit gebied. Ik ben bereid om verder mee te denken en steun te verlenen waar nodig om het succes van de clementieregeling te bewerkstelligen.

Enkele opmerkingen van DNB (pdf):

  • DNB laat weten het wenselijk te achten dat een financiële onderneming ten minste twee natuurlijke personen als bestuurders heeft, om ondoorzichtige structuren te voorkomen (pagina 8).
  • Verder wenst DNB aanpassingen van het Besluit Reikweidtebepalingen Wft inzake ontheffing van het verbod om opvorderbare gelden aan te trekken (pagina 9). dit betreft de zgn. “moedergarantie”, alsmede aanpassing van de mogelijkheid dat aan de aanvrager met een door DNB of AFM verleende vergunning een ontheffing kan worden verleend zonder specifieke garantie voor de nakoming van de verplichtingen. Aanleiding voor het laatste is dat tussenpersonen in toenemende mate opvorderbare gelden van het publiek aantrekken ter financiering van de eigen bedrijfsvoering.
  • DNB verzoekt om meer faciliteiten om in de FEC informatie uit te wisselen (pagina 11).
Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuurlijke boete, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s