Antiwitwaswetgeving en de praktijk van alledag: de weigerende notaris en de opzeggende bank

Steeds meer ondernemers krijgen met antiwitwaswetgeving en integriteitswetgeving te maken, onder meer Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (*)  en de Wet op het financieel toezicht (**).
Op zich is die regelgeving niet verkeerd, maar bij de naleving van die wetgeving kan een spanning ontstaan tussen enerzijds de antiwitwaswetgeving en integriteitswetgeving en anderzijds de zorgplicht van de ondernemer. Dat wordt geïllustreerd door twee recente zaken:

  • Een notaris weigert om mee te werken aan een overdracht van een onroerende zaak, een zgn. “ABC-transactie”. Die weigering is gebaseerd op de regels van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De notaris meent dat er sprake is van een onverklaarbare prijsstijging. Deze notaris wordt door de voorzieningenrechter gedwongen om wel aan de levering van de onroerende zaak mee te werken. De rechter overweegt dat de notaris geen, althans onvoldoende onderzoek heeft gedaan of het prijsverschil tussen de transacties op goede gronden verklaarbaar is, terwijl de eisende partij voor dat prijsverschil een niet per definitie onaannemelijke verklaring heeft gegeven, die bovendien door de notaris niet is bestreden. Ook overigens heeft de notaris niet aannemelijk gemaakt dat er een andere goede grond bestaat voor rechtvaardiging van zijn weigering. Om die reden concludeert de rechter dat er geen gegronde reden voor de notaris voor het weigeren van zijn dienst als notaris. (Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 21 juni 2011.)
  • Bankier Van Lanschot zegt de rekening van een coffeeshophouder op. Reden: de customer due diligence regels op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het hof is van mening dat de bank de rekening niet zomaar mag opzeggen, “De financiële instelling kan dus niet volstaan met haar algemene beleidsopvatting dat het enkele feit dat een cliënt een coffeeshop exploiteert reeds leidt tot een aantasting van haar integriteit, haar reputatie of tot de andere genoemde risico’s“. Naar het voorlopig oordeel van het hof kunnen de door de bank aangedragen gronden de opzegging van de relatie met de coffeeshop niet dragen, terwijl de coffeeshop een zwaarwegend belang heeft bij de instandhouding van de overeenkomst met de bank. (Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 10 mei 2011.)

Uit deze voorbeelden kan worden afgeleid dat ondernemers die zich aan antiwitwas- en integriteitsregelgeving moeten houden, daarbij uitermate zorgvuldig moeten handelen.  Kort-door-de-bocht redeneringen worden door de rechter niet geaccepteerd.

NOTEN:
(*) Geldt onder meer voor notarissen, accountants, advocaten, banken, verzekeringsmaatschappijen, makelaars, domicilieverleners, handelaren.
(**) Geldt onder meer voor banken, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsinstellingen.

Aanvulling 14 oktober 2011: zie over de weigerende notaris ook dit bericht bij De Telegraaf

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuursrecht, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s