De definitie van personenvennootschap onder huidig recht en in het wetsvoorstel en de positie van de stille maatschap

Let op: dit artikel wordt nog veel gelezen, houdt er wel rekening mee dat de besproken wetsvoorstellen inzake de personenvennootschap niet zijn doorgegaan. (Aanvulling 26-6-2013)

————————————–

Op dit moment zijn de wettelijke regels voor de verschillende personenvennootschapsvormen (maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap) verspreid over verschillende wetten en summier van aard. Al vele jaren is men bezig met wetsvoorstellen inzake het samenbrengen van de regelingen inzake de personenvennootschap in boek 7 Burgerlijk Wetboek.

Voor de liefhebbers van wetteksten inventariseer ik in dit bericht de definities onder huidig recht en in de wetsvoorstellen inzake het nieuwe personenvennootschapsrecht. Voorts citeer ik wat er recent in de vaste commissie van justitie van de Eerste Kamer over de stille vennootschap is gezegd.

Huidig recht

De definitie van maatschap staat in boek 7A Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1655 boek 7A Burgerlijk Wetboek
Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.

De vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap worden in het Wetboek van Koophandel gedefinieerd:

Artikel 16 Wetboek van Koophandel
De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen gemeenschappelijken naam aangegaan.

Artikel 19 Wetboek van Koophandel
[1.] De vennootschap bij wijze van geldschieting, anders en commandite genaamd, wordt aangegaan tusschen eenen persoon, of tusschen meerdere hoofdelijk verbonden vennoten, en eenen of meer andere personen als geldschieters.
[2.] Eene vennootschap kan alzoo te gelijker tijd zijn eene vennootschap onder eene firma, ten aanzien van de vennooten onder de firma, en eene vennootschap bij wijze van geldschieting, ten aanzien van den geldschieter.
[3.] De vennootschap bij wijze van geldschieting heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal.

Definitie personenvennootschap in de wetsvoorstellen personenvennootschap, februari 2011

De definitie volgens de wetsvoorstellen, tekst februari 2011, is in artikel 800 nieuw opgenomen.

Artikel 800 boek 7 Burgerlijk Wetboek (voorstel)
1. Vennootschap is de overeenkomst tot samenwerking voor gemeenschappelijke rekening van twee of meer personen, de vennoten, welke samenwerking is gericht op het behalen van vermogensrechtelijk voordeel ten behoeve van alle vennoten door middel van inbreng door ieder van de vennoten.
2. De vennoten moeten zich tegenover elkaar gedragen zoals een goed vennoot betaamt.
3. Tussen de vennootschap en een vennoot kan geen arbeidsovereenkomst bestaan.

Artikel 801 boek 7 Burgerlijk Wetboek (voorstel)
1. De openbare vennootschap is de vennootschap tot het uitoefenen van een beroep of bedrijf dan wel tot het verrichten van beroeps- of bedrijfshandelingen, die op een voor derden duidelijk kenbare wijze naar buiten optreedt onder een door haar als zodanig gevoerde naam.
2. De stille vennootschap is de vennootschap die niet een openbare vennootschap is.  (…)

In de wetsvoorstellen verdwijnt het onderscheid tussen maatschap en vennootschap onder firma; beiden worden personenvennootschap. Wel komt er een commanditaire personenvennootschap. Voorts bestaat er de mogelijkheid voor rechtspersoonlijkheid te opteren.

De tekst van artikel 800 lid 1 heeft wel iets weg van de maatschapsdefinitie. Taalkundig lijkt het wel anders, omdat er sprake is van samenwerking voor gemeenschappelijke rekening, dit suggereert iets dat verder gaat dan (maatschap) een overeenkomst om iets in gemeenschap te brengen om voordeel te behalen. Te zijner tijd wil ik dat nog eens in de parlementaire geschiedenis nakijken.

In de wetsvoorstellen worden belangrijke delen van het personenvennootschapsrecht ook op de stille vennootschap van toepassing verklaard.

Tijdens de behandeling van de invoeringswet personenvennootschappen is kritiek geleverd door de vaste commissie van justitie op de positie van de stille vennootschap in de voorstellen (Voorlopig verslag van de vaste commissie voor justitie, vastgesteld 22 april 2011). Onder meer wordt in het verslag het volgende opgetekend:

Artikel 800

Nederland is, voor zover bekend, het enige land dat stille en openbare vennootschappen in dezelfde wettelijke regeling opneemt, in plaats van de stille vennootschap afzonderlijk als bijzondere vorm van gemeenschap te behandelen en alle openbare vennootschappen bijeen te regelen. Het onderscheid tussen «stil» en «openbaar» blijft – ook na de gedachtewisseling in de Tweede Kamer – reeds voor de praktijk op zich lastig en bezwaarlijk, zo menen de leden van de CDA-fractie. Welke vormen van samenwerking, financiering en belegging als stille vennootschap zullen, kunnen of moeten worden aangemerkt blijft onzeker. Voorts betekent dit dat voor de stille vennootschap onnodig de dwingende bepalingen van titel 7.13 gaan gelden, terwijl de OV in goederenrechtelijke zin als een bijzondere vorm van gemeenschap wordt behandeld. Dat roept twijfel op over de vraag of bestaande VOF’s, CV’s en openbare maatschappen na omzetting in een OV, in goederenrechtelijke zin nog kunnen opereren als zelfstandige dragers van rechten en plichten. (1) De OV en CV worden in de voorstellen immers juist behandeld als een stille maatschap waarin nu juist de maten zelf dragers zijn van de rechten en verplichtingen. Dit betekent een bezwarende achteruitgang voor de huidige VOF’s, CV’s en openbare maatschappen nu die ook worden geconfronteerd met goederenrechtelijke problemen. Een eerste probleem is dat bezittingen en schulden niet toebehoren aan de OV, maar aan de gezamenlijke vennoten. Ten tweede is het «aandeel» van een vennoot in een OV een vorm van deelgerechtigheid in alle activa en passiva van die OV, en die kan niet op eenvoudige wijze als één geheel bij akte worden overgedragen. In plaats daarvan moet – net zoals bij een stille vennootschap – de deelgerechtigdheid worden geleverd volgens de voor de diverse te leveren goederen geldende vereisten (cessie van debiteuren, separate overdracht van een octrooi, et cetera). (2) Dat alles is onnodig gecompliceerd, conflictgevoelig en naar het zich laat aanzien innerlijk tegenstrijdig. OV’s zouden daardoor veel minder aantrekkelijk worden dan OVR’s (voor OVR’s gelden die goederenrechtelijke problemen niet). Nu dat ook geldt voor bestaande VOF’s en CV’s die van rechtswege worden omgezet in OV’s, drijft dit, zoals al eerder opgemerkt, ondernemers zonder goede reden in de richting van een keuze voor de OVR. Onnodige lastenverzwaring en juridisering van de praktijk zou zijn voorkomen, en de waardebepaling van een aandeel bij overdracht zou aanzienlijk zijn vereenvoudigd – zie daarover ook de opmerkingen hieronder bij artikel 808 – als was voorzien in de mogelijkheid om ook een aandeel in een OV bij eenvoudige akte te leveren. De gecompliceerde levering van afzonderlijke goederen zou dan achterwege kunnen blijven, en ook afzonderlijke cessie en contractsoverneming jegens crediteuren en contractspartijen zou dan niet meer nodig zijn. Voor crediteuren maakt dit alles geen verschil, omdat die beschermd blijven doordat zij onverkort hun aanspraken jegens en verhaal op de vennoten behouden, die aansprakelijk zijn en blijven voor de schulden van de OV of CV. Kan de regering toelichten waarom zij het goederenrechtelijke regime van de OV en CV niet laat aansluiten bij dat van de OVR om die hier gesignaleerde problemen weg te nemen, de overdracht van een aandeel in een OV of CV net als dat in OVR of CVR te doen geschieden bij eenvoudige akte, en ook de regeling van de «inbreng» in artikel 832 (verkrijging rechtspersoonlijkheid) te vereenvoudigen? Waarom heeft zij niet de verwarrende regeling van de stille vennootschap uit titel 7.13 BW geschrapt en die, net als thans, onderworpen aan de regels van titel 3.7 BW en het algemene contractenrecht?

Noten
(1) In andere landen worden zij dan ook uitdrukkelijk als rechtspersoon dan wel als rechtsbevoegde entiteit of zelfstandig drager van rechten en plichten aangemerkt, terwijl stille vennootschappen onder een andere noemer worden geregeld.
(2) Artikel 7:821 lid 1, artikel 7:823 lid 3 en artikel 3:186 BW. (…)

Artikel 806 juncto 812

De regering heeft gesteld dat gezamenlijke aanschaf van een landbouwmachine voor particulier gebruik met als doel kosten te besparen, als stille vennootschap moet worden aangemerkt.1 Nadat hierop kritiek en zorgen zijn geuit onder meer door VNO/NCW en MKB Nederland en in deze commissie, wekt de regering in antwoord op amendement 221 – dat gericht was op het wegnemen van onduidelijkheid op dit punt – de indruk dat onder meer deze gemeenschappelijke gebruiksvormen – de regering noemt overigens alleen carpooling en beleggingsclubjes – ook als gemeenschappelijke eigendom kunnen worden ingericht. (2) Deze omslag vergt een nadere toelichting. Het is immers een wezenskenmerk van de bijzondere overeenkomsten – waaronder de overeenkomst van vennootschap – dat als een overeenkomst de eigenschappen heeft die gelden voor een bepaalde bijzondere overeenkomst, de overeenkomst onder de desbetreffende wettelijke regeling valt. Partijen hebben op dit punt geen keuzemogelijkheid. Met andere woorden, het gezamenlijk aanschaffen van een gebruiksobject met het oog op het besparen van kosten is een stille vennootschap of is dat niet. Naar het oordeel van de leden van de CDA-fractie zal een dergelijke gemeenschappelijke gebruiksvorm als regel moeten worden geduid als eenvoudige gemeenschap met een gebruiksregeling in de zin van titel 3.7, maar het standpunt van de regering is op dit punt niet eenduidig. Kan de regering zich hierover nogmaals uitlaten en daarbij onder meer aangeven of, en zo ja, onder aanduiding van welke precieze criteria het verwerven van een bepaald goed voor gemeenschappelijk gebruik teneinde kosten te besparen, als stille vennootschap dan wel als eenvoudige gemeenschap in de zin van titel 3.7 moet worden aangemerkt? De regering heeft in haar brief opgemerkt dat bij faillissement van de vennoten de stille vennootschap niet separaat failliet behoeft te worden verklaard. (3) Desondanks voorziet de voorgestelde regeling er in dat ook de stille vennootschap separaat failliet kan worden verklaard. De gememoreerde opmerking van de regering roept daarom enkele vragen op. Kan de regering aangeven of in geval van faillissement van de vennoten in een stille vennootschap, het vermogen dat behoort tot de stille vennootschap alleen door middel van faillietverklaring van de stille vennootschap als zodanig kan worden uitgewonnen? Zo nee, kan de regering dan aangeven onder welke omstandigheden de stille vennootschap wel zelfstandig failliet dient te worden verklaard om haar vermogen te kunnen uitwinnen?

Noten
(2) Zie Kamerstukken II 2009/10, 31 058, nr. 28, p. 3.
(3) Kamerstukken II 2009/10, 31 058, nr. 28, p. 4.

Met die kritiek kan ik het helemaal eens zijn.

In het verslag is nog meer kritiek te vinden op de voorstellen. Ik ben benieuwd of de kritiek op de wetsvoorstellen er toe zal leiden dat de Eerste Kamer de twee wetsvoorstellen verwerpt.

Advertenties

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Capelle aan den IJssel (Rotterdam), telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.wordpress.com/ ||| modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Modernisering ondernemingsrecht, Personenvennootschap en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s