Het is tijd de Wwft te beperken tot banken en betaaldienstverleners

Onlangs is het jaarverslag van FIU-Nederland uitgekomen. In dat jaarverslag staan de kengetallen inzake de aantallen meldingen door de verschillende groepen ondernemingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen. Wwft-plichtigen hebben de verplichting om een melding bij FIU-Nederland te doen als zij vermoeden dat bij een transactie van of ten behoeve van een cliënt sprake is van witwassen of terrorismefinanciering.

95% meldingen door financiële instellingen

Uit de kengetallen van FIU-Nederland blijkt dat bijna 95% van de meldingen van ongebruikelijke transacties wordt gedaan door financiële instellingen, zie onderstaande bewerking van de gegevens uit het jaarverslag:

Het aantal meldingen van overige Wwft-plichtigen is maar circa 5% van het totaal en illustreert dat het weinig zin heeft om een brede groep  ondernemingen onder de meldplicht van de Wwft te brengen.

Eigenlijk zijn alleen betaaldienstverleners en banken goed in staat om het financiële verkeer van hun cliënten te monitoren en aan de hand daarvan meldingen van ongebruikelijke transacties te doen.

One-size-fits-all

Het zou goed zijn als de Nederlandse en Europese wetgevers inzien dat de antiwitwasbureacratie grotendeels ineffectief is en dat de one-size-fits-all aanpak van de antiwitwasregelgeving zinloos is.

Het zou beter zijn als er branchespecifieke maatregelen zouden worden genomen, die ook rekening houden met de aard van de activiteiten van betrokken ondernemingen, met hun informatiepositie en met hun kennisniveau en vaardigheden. Tot nu toe lijkt er alleen belangstelling voor symboolwetgeving te bestaan, zoals Tsingou in 2010 ook al constateerde.

Ik vrees dat ik pleit voor dovemansoren.

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Maurits Barendrecht, Folkert Jensma, Fred Hammerstein en de Nederlandse rechtsstaat

Onlangs kwam een rapport van HiiL in het nieuws, onder de titel “Is de rechtsstaat er voor de burger?“. Een van de auteurs is Maurits Barendrecht, van 1982 tot 1997 advocaat bij het grootste advocatenkantoor van Nederland, dus met lange ervaring in het luxe-segment van de juridische dienstverlening.

Het rapport van HiiL is niet onomstreden.

Fred Hammerstein is van mening dat de stelling van HiiL dat de rechtsstaat slecht zou zijn voor de burgers regelrechte demagogie en kletskoek is. Hammerstein vindt dat het rapport onder een verkeerde kop is uitgebracht, aangezien het over de juridische dienstverlening gaat (en dat is iets anders dan de rechtsstaat). Zijn slotconclusie is vernietigend:

Het [rapport] biedt geen basis om de problemen van nu en van de toekomst goed te doordenken. En wat het ergste is: het rapport bevat geen enkele bruikbare oplossing. Over de rechtsstaat gaat het trouwens helemaal niet.

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overheids-IT in het Verantwoordingsonderzoek 2016

De belangrijkste informatiebron over wat er werkelijk bij de rijksoverheid aan de hand is, is de Algemene Rekenkamer. Het Verantwoordingsonderzoek 2016, zoals deze maand is bekend gemaakt, biedt een inkijk in hoe het bij de ministeries werkelijk gaat. Onderstaand enige bevindingen over IT-onderwerpen die ik lezenswaard vindt.

De IT van de overheid komt uitgebreid aan bod in “Staat van de rijksverantwoording”. Er moet hard gewerkt worden aan onder meer beveiliging en modernisering:

We plaatsen kanttekeningen bij de beperkte budgetten voor de modernisering van ICT en zien op diverse plaatsen onvoldoende aandacht voor beveiliging ervan. (…)

Op de stand van zaken rondom DigiD en eID is nog steeds kritiek (rapport Staat van de rijksverantwoording):

Digitale identificatie en authenticatie: elektronische identificatie (eID)

Tegelijkertijd zoekt de rijksoverheid zelf ook naar mogelijkheden om buiten GDI om diensten aan te kunnen bieden, bijvoorbeeld om bij de rijksoverheid in te kunnen loggen. DigiD voldoet al enige jaren niet meer aan de beveiligingsnormen van het Nationaal Cyber Security Centrum, die tweewegauthenticatie adviseert. Bovendien zal de voortschrijdende digitalisering hogere eisen stellen aan de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van authenticatie. DigiD kan daar niet meer aan voldoen. Daarom treft het kabinet voorbereidingen voor een nieuw stelsel voor digitale identificatie en authenticatie, eID. Via het eID-stelsel kunnen private partijen straks ook identificatiediensten aanbieden. In 2016 voerde de Belastingdienst een pilot uit om via de bank bij de Belastingdienst te kunnen inloggen, voor het doen van aangifte bijvoorbeeld. Zo’n 300.000 burgers deden hieraan mee.

Vorig jaar keken we naar de ontwikkeling van het eID-stelsel (Algemene Rekenkamer 2016). De verantwoordelijkheden voor het eID-stelsel waren half 2016 nog niet eenduidig belegd: de governancestructuur was ingewikkeld. Op wezenlijke onderdelen van het stelsel moesten nog besluiten worden genomen of uitgewerkt. Een actuele integrale business case en alternatievenafweging ontbraken. De minister van BZK stelde dat het stelsel kwalitatieve baten heeft, die niet in financiële termen uit te drukken zijn. Maar het ging ons niet alleen om inzicht in de baten, maar ook in de kosten. We hadden een systematische afweging verwacht van verschillende varianten voor het eID-stelsel. Aspecten als kosten, functionaliteit, betrouwbaarheid, beveiliging en privacybescherming zouden hierin mee- gewogen moeten worden. In het najaar van 2016 heeft de minister alsnog een business case laten opstellen, uitgaande van de toenmalige situatie.

En over de rol van het ministerie van binnenlandse zaken in de digitale samenleving schrijft de Rekenkamer in de samenvatting:

Digitale eenheidsstaat vraagt om regie door de minister van BZK
Digitalisering biedt zowel de overheid als burgers en bedrijven veel kansen; betere zorg, beter onderbouwd beleid en een meer op het individu toegesneden dienstverlening. Daarnaast maakt de burger zich onder meer zorgen over de beveiliging van data, cybercrime en wordt informatiebeveiliging een steeds belangrijker thema. Het realiseren van de kansen en het afslaan van de bedreigingen vragen om een sterke regie van de overheid, op het gebied van afspraken over standaarden, toezicht, marktwerking, databeveiliging en -deling en de digitale infrastructuur.
De minister van BZK heeft de verantwoordelijkheid voor de digitale overheid, maar opereert in samenspraak met de ministers van Economisch Zaken (EZ) en Veiligheid en Justitie (VenJ), die verantwoordelijkheid dragen voor de digitale economie en digitale veiligheid. Zij moeten samen de digitale eenheidsstaat vorm geven. De studiegroep Informatiesamenleving constateert dat het ontbreekt aan een gezamenlijke, de gehele overheid omvattende strategische langetermijnvisie op de inzet van ICT voor beleidsontwikkeling, dienstverlening aan burgers en handhaving van wetten. Wij achten het logisch dat de minister van BZK hier het voortouw in neemt en samen met de ministers van EZ en VenJ gedragen visies en plannen ontwikkelt voor de komende kabinetsperiode.

Ook het ministerie van veiligheid, dat belangrijke gegevens van burgers onder zich heeft (onder meer via Dienst Justis) heeft cybersecurity niet op orde, aldus het rapport over het ministerie:

Wij constateren dat het ministerie op centraal niveau niet beschikt over voldoende informatie over de maatregelen van informatiebeveiliging om goed te kunnen (bij)sturen. Ook heeft het ministerie onvoldoende controleerbare informatiebeveiligingsmaatregelen getroffen met betrekking tot de kritieke systemen. Wij adviseren de minister de sturing op de informatiebeveiliging te intensiveren en de noodzakelijke informatiebeveiligingsmaatregelen voor de kritieke systemen toe te passen.

De IT problemen bij de belastingdienst zijn al uitgebreid in de publiciteit gekomen. Meer informatie is te vinden in de samenvatting van en het rapport over financiën en nationale schuld.

Maar de Rekenkamer is optimistisch over de mogelijkheden die IT de overheid kan bieden (Staat van de rijksverantwoording):

Het ontwikkelen van één taal en het slim gebruik maken van technologie uit dit digitale tijdperk maakt het mogelijk om de resultaten van overheidshandelen inzichtelijk te maken voor iedereen. Wanneer de samenwerkende onderdelen van de overheid daarin slagen, ontstaat als het ware een digitale eenheidsstaat. De klokken moeten letterlijk en figuurlijk gelijk gezet worden om dit mogelijk te maken. Dat vergt informatie organiseren, informatie delen, informatie uitwisselen en daarmee gezamenlijk kennis en inzicht vergaren.

Een digitale eenheidsstaat ontstaat door relaties aan te brengen tussen prestaties van vergelijkbare organisaties, scholen, ziekenhuizen of gemeenten. Door resultaten vergelijkbaar te maken kunnen alle overheidsorganisaties op vergelijkbare manier spreken over maatschappelijke doelstellingen. Bestuurders kunnen dan beter uitleggen wat ze beoogden en wat ze bereikten. In een digitale eenheidsstaat hebben en houden burgers daardoor het vertrouwen dat hun belastinggeld op de goede plek terecht komt. De burger wil waar voor zijn geld. Dit vraagt om organisaties die van elkaar leren om hun presteren te verbeteren.

Het gaat om een open houding naar elkaar toe, niet om het aanbrengen van nieuwe regels en structuren. Zoals gezegd: strak, slim en slank. De digitale eenheidsstaat belemmert de lokale, regionale of landelijke democratie niet en vermindert evenmin de autonomie van het bestuur van een ziekenhuis of school. Dat hebben de gram, de meter en het besluit de klokken gelijk te zetten evenmin gedaan.

De digitale eenheidsstaat is in de toekomst mogelijk. Kamer en kabinet werken op dit moment aan de ambities voor Nederland. Daar kan het fundament van de digitale eenheidsstaat worden gelegd. Dat begint met het ontwikkelen van een gezamenlijke taal. Informatie moet vervolgens open beschikbaar worden gesteld en met moderne technologie toegankelijk worden gemaakt. Dit alles is een voorwaarde om in de toekomst beter duidelijk te kunnen maken welke resultaten met belastinggeld zijn bereikt. Altijd, overal en voor iedereen.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Geen legaltech maar… RegTech

Dankzij IT juridificeert de wereld in hoog tempo. Er komt steeds meer regelgeving, de regels veranderen steeds sneller en die regelgeving is steeds vaker grensoverschrijdend. Landen concurreren met elkaar op het gebied van oplegging van boetes en straffen. Onder meer witwas- en corruptiebestrijding ontwikkelt zich als interessante inkomstenbron voor overheden.

De toekomst is daarom niet aan de legaltech, want het is veel te duur om voor kleine rechtsgebieden met arme klanten goede software te ontwikkelen en bij te houden. Adequate software ontwikkelen is duur, dus dat gebeurt alleen door en voor degenen die daar genoeg geld voor hebben.

Het is ‘RegTech’ dat de toekomst heeft, tech om kapitaalkrachtige ondernemingen en organisaties te beschermen tegen gretige overheden. Net als alle andere digitale producten wordt RegTech door grote partijen aangeboden en wordt het ontwikkeld voor grote afnemers, zoals banken.

Er is een digitale wapenwedloop aan de gang. Nu maar hopen dat de gewone burger en de gewone ondernemer daar niet het slachtoffer van worden.

Meer informatie:

RegTech:

Beroep van de toekomst:
certified financial crime specialist, lees meer bij de Association of Certified Financial Crime Specialists.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Kantoororganisatie | Een reactie plaatsen

Systematische integriteitrisicoanalyse voor iedereen

Degenen die interesse hebben voor de toekomst van het toezicht, doen er goed aan de nieuwste nieuwsbrief van De Nederlandsche Bank (DNB) voor trustkantoren te lezen. Daarin staat het nodige over de naleving van de sanctieregelgeving, melding van ongebruikelijke transacties (die je bij trustkantoren vanwege de zware integriteitseisen weinig zou verwachten) en bestrijding van belastingontwijking (die volledig legaal is).

De nieuwsbrief illustreert een ontwikkeling die plaats vindt rondom bestrijding van financieel-economische fraude, nl. de one-size-fits-all gedachte die er toe leidt dat ook kleine ondernemingen een “systematische integriteitrisicoanalyse” (“SIRA”) moeten maken en zich moeten verdiepen in de internationale sanctieregelgeving. Of betrokken ondernemingen iets begrijpen van de ingewikkelde regelgeving die we in Nederland en Europa kennen, vraagt niemand.

Nu hebben trustkantoren specifieke activiteiten die wellicht wat meer aandacht vergen.

Maar de wind van de corruptie-, witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding waait overal. En rekening houden met de kennis en vaardigheden van de betrokken ondernemers is er niet bij.
Dat blijkt onder meer uit het voorstel voor de nieuwe Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), waarin van alle ondernemers die onder de Wwft vallen (en dat zijn er vele) hetzelfde wordt verwacht.
Een voorbeeld is dat volgens het Wwft-consultatievoorstel alle Wwft-plichtigen moeten beschikken over een algemene risicobeoordeling (artikel 2b voorstel) en over algemene gedragslijnen (artikel 2c voorstel). Voor kleine en middelgrote ondernemingen lijkt dit weinig zinvol. Ik heb in de consultatie hier vragen over gesteld; helaas is er nog geen antwoord op (bijvoorbeeld via de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel).

Een ander voorbeeld is de advocatuur, waar bureaucratie ook in de mode is. De Nederlandse Orde van Advocaten eist van alle advocatenkantoren, groot en klein, dat zij over een ‘kantoorhandboek‘ beschikken, waarin de organisatie wordt beschreven. Voor grote kantoren is het natuurlijk zinvol dat er een procedurebeschrijving is. Maar wat voor zin heeft dat voor een eenmanskantoor of een kantoor waarbij maar weinig advocaten werkzaam zijn? Ik heb nergens iets kunnen lezen over het nut van het kantoorhandboek voor kleine organisaties. Toch wordt dit fenomeen ingevoerd en wordt er zelfs op gecontroleerd.

De vorm lijkt boven de inhoud te gaan.

In ieder geval weten we als burgers – als robots straks een groot deel van het gestandaardiseerde werk van ons hebben overgenomen – waar wij druk mee zijn: het schrijven van systematische integriteitrisicoanalyses. En voor juristen is er vast en zeker genoeg werk!

Meer informatie:

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wet normering topinkomens staat nooit stil – en is onuitvoerbaar | accountants slaan alarm

Op 22 mei jl. verscheen op accountant.nl het artikel Accountantscontrole op WNT niet meer te doen, waarin de auteurs Rob Leensen en Mike Tagage signaleren dat de wet voor accountants onuitvoerbaar is en voor WNT-instellingen hoge kosten opleveren. De auteurs besluiten met:

Maar het punt waarbij de WNT-controle, als onderdeel van de jaarrekeningcontrole, op basis van de huidige wet niet meer rationeel en bedrijfseconomisch uitvoerbaar en controleerbaar is, komt snel dichterbij.

Wanneer worden de ambtenaren van Binnenlandse Zaken eindelijk wakker?

Lees de eerdere artikelen over de WNT op dit weblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , | Een reactie plaatsen

AML-measures: are they effective and legitimate? Paper by Eleni Tsingou

Anti-money laundering (AML) legislation is not only affecting large organisations and the state. Increasingly small and medium sized entities have to comply with national and international AML-rules. For a long time I am wondering why Dutch sources (including governmental sources) do not pay any attention to general questions regarding effectiveness and legitimacy of AML rules.

Recently I came across a paper by Eleni Tsingou, dating from 2010 but still very interesting and relevant.

She stresses that the achievements with respect to the AML rules’ goals remain modest at best in relation to its ambitions, while important side-effects raise concerns about its role, efficiency and legitimacy.

Privatisation of compliance

Tsingou comments on the growing trend towards passing compliance responsibility to the private sector and the trend that governments want to show their success through quantifiable confiscated sums and convictions (while the financial sector assesses success in terms of lack of problematic instances).

Financing of terrorism was added to the AML-legislation without a good foundation:

An additional problem is one of methodology: the funding of terrorism is often based on resources that are clean and legitimate, requiring banks to essentially make value judgments about future use of money, as well the potential of a customer who has not to this day acted unlawfully to do so in the future. This is a subjective and time-consuming strategy that, in the absence of consistent, forthcoming, updated and adequate intelligence information, can lead to discrimination on the basis of ethnic background and create biases linked to personal characteristics.

Market entry barriers for smaller institutions

Another consequence of the growing demands, is that big institutions are in a better position to take the requested measures. In practice AML-rules are creating market entry barriers for smaller institutions:

While the initial cost of such programmes is high, financial institutions admit that the programmes have several valuable uses, including getting to know more about clients’ needs and customize products accordingly, offer global consistency for corporate and individual clients in global financial relationships across business lines, and create sophisticated ‘valuable customer’ profiles. Big institutions are also in a better position to have confidentiality arrangements in place which facilitate business-wide programmes, thus overcoming restrictions imposed by banking secrecy and data protection provisions. These methods have been further endorsed by the Wolfsberg Group which promotes a risk-based approach focusing on country, customer and services variables. Dealing with AML/CFT requirements in terms of risk management also leads financial institution compliance departments to conceptualize reputational risk, including due diligence, brand protection and marketing. Finally, large financial institutions are trained to better understand the demands of law enforcement; they are in a position to recruit compliance officers from law enforcement bodies and to build informal channels of communication with judicial authorities. In this sense, while banking practices have changed in terms of the collection and storing of data, they have been adapted to traditional marketing principles.
Smaller, local institutions, where ‘know your customer’ and reporting requirements are less automated are likely to feel the burden of compliance more strongly. While risk-based approaches are also in operation (for the private institutions and their expected assessment by regulators alike), it is unclear whether in cases of irregularity such considerations carry much weight with respect to fines or criminal investigations. The reactive role of the private sector in the AML/CFT regime thus has a greater effect on small institutions, highlighting a justified concern in this part of the industry for policies that reflect their relative role in the financial system and are more appropriately proportionate to the effectiveness of the regime. Often, many of the smaller institutions do little more than document due diligence; they are also in a less privileged position when it comes to interpreting intelligence and establishing productive working relationships with examiners and law enforcement agents.

She concludes that the AML-regime does not rely on provable effectiveness, is mostly symbolic and reflects OECD and in particular US interests.

Side-effects

She mentions the side-effects of AML-rules regarding developing countries (non-OECD-countries) in the paragraph “Counting the Costs and Addressing the Side-Effects“. Other side-effects are a consequence of ill-considered KYC systems: the marginalization and financial exclusion of certain groups and individuals. Increasingly cashtransactions are criminalized.

The side-effects of AML-legislation affect the weakest and poorest members of society in developing and developed world alike, she writes.

Lack of evidence

Tsingou in her conclusion challenges any claims regarding the effectiveness of the AML-regime:

The absence of data, both on money laundering and terrorist financing activities and on the usefulness of the regime in terms of prevention or convictions severely limits any assessment of the efficiency of a ‘proceeds of crime’ and ‘proceeds for crime’ approach. The lack of evidence, especially in determining the benefits of the regime, also affects the validity of an evaluation based on a cost-benefit analysis, whether at the national or at the global level. Yet despite the difficulty of providing concrete justification for the regime, its development and purpose are seldom questioned.
Corresponding and unofficial concerns that are served by AML and CFT measures are a contributing factor. There is a clear need to address complex public issues such as drug trafficking, corruption and terrorism; the resulting policies, however, have amounted to little more than rhetoric and have offered regulatory and administrative solutions to ill-defined problems. Similarly, despite the emphasis on financial integrity, the regime has addressed competitive pressures from specialized and offshore financial centres; the globalization of AML/CFT standards appeases only some of those worries. Finally, the private sector (or at least, segments of it), at the centre of the theoretical cost-benefit analysis of the AML/CFT regime is, in some cases, not quite a loser; large financial institutions have used compliance as an opportunity to develop sophisticated marketing techniques and to consolidate their expertise and market positions.
While the effectiveness of the regime is at best fuzzy, the imposition of detrimental effects on the weaker or least influential actors of the system is more easily detectable. This suggests that the eradication of money laundering as such is not, nor could it be, its ultimate aim; there is an inherent contradiction between an ‘effective’ AML regime and global financial integration as witnessed over the past 30 years. A zero tolerance regime of AML/CFT controls would be incompatible with the free flow of money and the AML regime is thus most likely destined to remain symbolic.

Research necessary

This kind of information stresses the necessity of independent scientific research regarding measures taken in the areas of AML, anti-corruption and international sanctions. It is not enough that political institutions like FATF, OECD or IMF think certain measures useful and their ‘impact assessments‘ cannot be relied upon.

Indignation regarding financial crime should not lead to inappropriate measures that cost a lot of money, are ineffective and harm people.

More information:

  • Eleni Tsingou, Global financial governance and the developing anti-money laundering regime: What lessons for International Political Economy? (2010).
  • Researchgate profile of Eleni Tsingou
  • Related: The governance of global wealth chains by Leonard Seabrooke and Duncan Wigan, (February 2017). They mention that recent work on AML policies has discussed power asymmetries in the determination of anti-money laundering policies and how AML policies are often poorly targeted and administratively expensive.
  • A book by J. C. Sharman, The Money Laundry: Regulating Criminal Finance in the Global Economy (2011) also looks interesting but is not freely available. From the introduction by the publisher: “In The Money Laundry, J. C. Sharman investigates whether AML policy works, and why it has spread so rapidly to so many states with so little in common. Sharman asserts that there are few benefits to such policies but high costs, which fall especially heavily on poor countries. (…) Despite its ineffectiveness, AML policy has spread via three paths. The Financial Action Task Force, the key standard-setter and enforcer in this area, has successfully implemented a strategy of blacklisting to promote compliance. Publicly identified as noncompliant, targeted states suffered damage to their reputation. Subsequently, officials from poor countries became socialized within transnational policy networks. Finally, international banks began using the presence of AML policy as a proxy for general country risk.

Related posts on this blog:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Wetgevingsconsultatie over VOG op basis van politiegegevens

Op 17 mei jl. is een wetgevingsconsultatie gestart over wijziging van de regels rondom de afgifte van een verklaring omtrent gedrag (VOG), zoals al in februari jl. aangekondigd. Doel is om het mogelijk te maken dat de afgifte van de VOG uitsluitend op politiegegevens kan worden gebaseerd. Over het feit dat in die politiegegevens fouten kunnen staan, wordt niet gerept.

Het voorgestelde criterium in het voorgestelde artikel 35a is dat de VOG mag worden geweigerd indien op grond van justitiële gegevens of politiegegevens met betrekking tot de aanvrager wordt vastgesteld dat deze niet van “onbesproken gedrag” is, een wat achterhaald klinkende terminologie in deze digitale tijd.
Het zou beter zijn als het criterium iets zou zijn in de geest van dat van (integriteits)bezwaren niet is gebleken, zoals bij personentoetsing in het financiële recht ook gebeurt.

De consultatie loopt tot 12 juli 2017.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: , | Een reactie plaatsen

De gebruiksvoorwaarden van LinkedIn

Onlangs heeft LinkedIn bericht aan de gebruikers gestuurd over wijziging van hun gebruiksvoorwaarden. Opvallend is dat LinkedIn meent dat niet alleen geregistreerde gebruikers aan hun voorwaarden gebonden zijn; het bedrijf denkt dat ook bezoekers een contract met LinkedIn zouden hebben.

Nog steeds probeert het bedrijf de Ierse rechter bevoegd en het Ierse recht van toepassing te laten zijn op relaties met Europese klanten.

Ook mooi is dat LinkedIn van de gebruiker het volgende verwacht:

U stemt ermee in dat u het volgende zult doen: (…) Alle toepasselijke wetten naleven, inclusief, maar niet beperkt tot, privacywetten, intellectuele eigendomswetten, anti-spamwetten, exportcontrolewetten, fiscale wetten en regelgevende vereisten;

ongeacht of het iets met de LinkedIn diensten te maken heeft. Dus LinkedIn is eigenlijk een soort van wereldwijde overheid die toeziet op alle burgers.
Het aardige is dat LinkedIn niet verklaart zelf al die wetten te zullen naleven en dat ook niet doet. LinkedIn staat boven de wet, zo lijkt het.

Adresboekjatten gaat door

Daarbij valt op dat LinkedIn nog steeds doorgaat met de illegale praktijk om adresboeken van LinkedIn gebruikers te downloaden naar hun servers, zonder toestemming van degenen die in die adresboeken staan, het zgn. adresboekjatten (zie mijn woordenboek). Dit is in strijd met de Europese en Nederlandse privacywetgeving. Het past een onderneming als LinkedIn (en haar moederbedrijf Microsoft) niet zich aan dergelijke illegale praktijken schuldig te maken.

“Uw licentie”

Het is humoristisch dat LinkedIn onder een kopje “Uw licentie voor LinkedIn” tekst plaatst over het recht dat LinkedIn bedingt om door gebruikers geplaatste gegevens te mogen gebruiken:

3.1. Uw licentie voor LinkedIn
U bent de eigenaar van alle content, feedback en persoonlijke gegevens die u aan ons verstrekt, maar u verleent ons een niet-exclusieve licentie hiervoor.
We respecteren uw keuzes over wie uw gegevens en content kan zien.
U verklaart dat u ons alleen gegevens en content verstrekt waartoe u gerechtigd bent en dat uw LinkedIn-profiel waarheidsgetrouw is.
Tussen u en LinkedIn bent u eigenaar van de content en informatie die u indient of publiceert via de Services. U verleent alleen LinkedIn en onze gelieerde ondernemingen de volgende niet-exclusieve licentie: een wereldwijd, overdraagbaar en in sublicentie verstrekbaar recht om door u via onze Services verstrekte informatie en content te gebruiken, te kopiëren, te wijzigen, te distribueren, te publiceren en te verwerken, zonder verdere toestemming, kennisgeving en/of compensatie aan u of anderen.

Dit kopje is misleidend. Bovendien kan er geen licentie aan LinkedIn worden gegeven inzake persoonsgegevens.

Verder doen gebruikers er goed aan zich te realiseren dat LinkedIn alle content en informatie mag wijzigen! Dat LinkedIn zegt dit zorgvuldig te zullen doen, maakt dat nog niet rechtmatig:

Hoewel we uw content kunnen bewerken en de opmaak ervan kunnen wijzigen (door deze bijvoorbeeld te vertalen, de grootte, de lay-out of het bestandstype te wijzigen of metagegevens te verwijderen), zullen we niet de betekenis van uw bewoordingen aanpassen.

In eerdere voorwaarden was het nog erger, zie mijn artikel uit 2013.

Tot slot

Het zal benieuwen wanneer LinkedIn eindelijk een professionele organisatie wordt die zich netjes aan wet- en regelgeving houdt.

Meer informatie:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Grootbanken ontwikkelen zich tot de nieuwe wetgever en toezichthouder bij trustkantoren

Een ontwikkeling die al enige tijd gaande is, is dat banken in het kader van hun nationale en internationale naleefverplichtingen bepaalde groepen personen en organisaties van hun dienstverlening uitsluiten.

Daartoe behoren onder meer trustkantoren, ondernemingen met een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB) op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt), die de zgn. ‘doelvennootschappen’ beheren. Er zijn in Nederland nog maar weinig banken waar trustkantoren voor zichzelf en hun doelvennootschappen rekeningen kunnen afsluiten. De banken die trustkantoren wel accepteren stellen hoge eisen en sturen hoge rekeningen voor hun dienstverlening.

Beïnvloeding bedrijfsvoering

Uit een bericht in het FD van vandaag kan worden opgemaakt dat banken nog verder gaan, aangezien bepaalde banken de bedrijfsvoering van trustkantoren willen sturen via extra regels die zij opleggen.

Blijkens het artikel heeft ING met een groep trustkantoren een raamovereenkomst gesloten, waarin deze bank aan die trustkantoren voorschrijft hoe zij invulling moeten geven aan hun naleefverplichtingen op grond van onder meer Wtt en de fiscale regelgeving.

Een andere grootbank, ABN Amro, eist volgens het artikel dat trustkantoren zich niet meer met belastingontwijking (wat iets anders is dan belastingfraude!) mogen bezig houden. Deze bank wil het fiscale beleid van trustkantoren toetsen. En overigens: het begrip ‘belastingontwijking’ is een niet gedefinieerd begrip; wat het inhoudt weet niemand (de beste stuurlui staan op wal).

Ook de Rabobank wil trustkantoren op een andere manier gaan beoordelen.

Toekomst

Deze ontwikkeling biedt perspectief voor de toekomst. Daarbij denk ik aan het volgende.

Als de banken een intensieve controle gaan uitvoeren op de door hen bediende trustkantoren en hun doelvennootschappen, bespaart dit werk voor DNB en kan DNB de jaarlijkse rekening aan trustkantoren aanzienlijk verlagen. Wellicht kunnen de banken ook taken van de belastingdienst overnemen en kan de door trustkantoren en hun doelvennootschappen betaalde belasting omlaag.

Het lijkt er op dat zo een belangrijke nieuwe stap wordt gezet bij privatisering van overheidstaken.

NB Overigens ontbreekt een forum voor discussie over de juistheid van de naleefkundige voorschriften die banken aan trustkantoren opleggen.

Meer informatie:

  • Banken scherpen beleid trustkantoren aan, Gaby de Groot en Siem Eikelenboom, FD 22 mei 2017
  • In dezelfde editie van het FD staat een artikel ING te scheutig met klantgegevens, waarin wordt gemeld dat deze bank in België is veroordeeld wegens ten onrechte verstrekken van klantgegevens aan de Belgische pendant van FIU-Nederland. Het naleven kan dus ook te ver gaan.

Dit artikel is ook geplaatst op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , | Een reactie plaatsen