COE guidelines on safeguarding privacy in the media

Two European organisations:

  • the Council of Europe Steering Committee on Media and Information Society and
  • the Consultative Committee of Convention 108

discussed and jointly approved Guidelines on safeguarding privacy in the media, based on the ECHR caselaw, aiming to be an instrument of practical advice to journalists. Their announcement:

Guidelines on safeguarding privacy in the media

During a joint session held on 20 June, the Committee on Media and Information Society and the Consultative Committee of Convention 108 discussed and jointly approved ‘Guidelines on safeguarding privacy in the media’. Prepared in 2017 in the framework of the CoE/EU joint programme Partnership for Good Governance, these Guidelines are largely based on the case-law of the European Court of Human Rights and aim to be an instrument of practical advice to journalists; they do not introduce new standards and will be open for feedback, updates and additions.

As to the structure, the Guidelines are divided into two parts. The first one deals with privacy issues in the exercise of core journalistic activities, while the second concerns the application of data protection principles in the context of journalism. The first part breaks down the basic notions involved in the balancing of freedom of expression and privacy, providing insight into what constitutes private life, what entails media freedom, and how consent is incorporated in the media work. It also illustrates the scope of public interest, especially in matters of personal concern, and presents the criteria involved in the Court’s balancing test. The second part sets out the rules to be complied with by journalists in the processing of personal data, be it in the context of editorial content or non-editorial content.

More information:

Convention 108+:

 

Advertenties
Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

FATF: Public Consultation on the Draft Risk-Based Approach Guidance for the Securities Sector

On 6 July FATF announced a public consultation on the draft risk-based approach guidance for the securities sector:

Public Consultation on the Draft Risk-Based Approach Guidance for the Securities Sector
6 July 2018

The FATF is currently developing guidance to assist countries, competent authorities and the securities sector in the application of a risk-based approach (RBA) to AML/CFT. The guidance is intended to provide support both to the private sector and to supervisors, by focusing on ML/TF risks and associated mitigation measures.

The FATF is consulting private sector stakeholders before the guidance is finalised, and wishes to receive your views on, and specific proposals to the text of the Draft RBA Guiance Securities Sector.

The draft guidance contains a section on specific guidance for securities providers and intermediaries (Section II). Your specific comments on whether this section provides sufficient clarity for the design and implementation of risk-based AML/CFT measures by the securities sector, and any additional suggestions, are welcome. The draft guidance also includes an Annex, setting out suspicious activity indicators in relation to the securities sector (Annex B). Your contribution to further expand these indicators would also be welcome.

While submitting your response, please indicate the name of your organisation, the nature of your business (broker-dealer, funds management, others), and your contact details. Further, please insert any specific drafting proposals directly in the attached text of the draft guidance in redlines. Please note that the current draft of the guidance has not been approved by the FATF at this stage. It will be subject to further revisions and amendments.

Your comments should reach us at FATF.Publicconsultation@fatf-gafi.org with subject-line “Comments of XX on the draft RBA Guidance for the Securities Sector”, no later than Friday, 17 August 2018. All the comments received will be shared with the FATF delegations.

FATF intends to adopt the final Guidance at its October 2018 Plenary meeting.


More on:
o FATF Guidance – Private Sector Information Sharing (November 2017)
o FATF Guidance on Correspondent Banking Services (October 2016)
o Consolidated FATF Standards on Information-sharing (June 2016)
o BCBS Guidelines on Sound management of risks related to money laundering and financing of terrorism (February 2016) [will open in a new window]
o FATF Guidance for a risk-based approach for the banking sector (October 2014)

Another consultation by FATF has AML/CFT the life insurance sector as the subject. Both consultations were announced in Dutch by the Dutch Authority for the Financial Markets (AFM) on 17 July 2018.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ongevraagd “delen” met BigTech bedrijven | hoe mediabedrijven datahandelaar worden | FD en BNR

Bedrijven en instellingen ‘delen’ ongevraagd en zonder toestemming persoonsgegevens van hun klanten met Twitter, Facebook en LinkedIn, ook al is de AVG in werking getreden. Vóór de inwerkingtreding van de AVG werd door de Consumentenbond bekend gemaakt dat consumentenbedrijven als ANWB, Post.NL en KPN zich hier aan schuldig maakten.

Het Financieele Dagblad deelt gegevens
Ook nu gaan dit delen gewoon door. Zo blijkt uit een bericht van Simon Hania, die vandaag schreef over de praktijken van Het Financieele Dagblad:

 

overgenomen door Joost Schellevis:

 

BNR deelt gegevens zonder toestemming
Het aan het FD gelieerde BNR gaat eveneens de fout in, want zij sturen zonder toestemming nieuwsbrieven en veranderen dat pas als zij door Joost Schellevis er op worden geattendeerd:

 

 

Apart is dat de FD Mediagroep, waar FD en BNR deel van uitmaken, in de jaarrekening 2017 schrijft dat zij de AVG stipt naleeft en ISO 27001 gecertificeerd is. In die jaarrekening wordt verder verklaard dat de groep te allen tijde “moreel gedrag” hanteert en dat zij dat ook eisen van hun samenwerkingspartners. Verder zeggen zij respect te hebben voor rechtsregels. Daar is dan in de praktijk weinig van te merken…

FD Mediagroep: handelaar in persoonsgegevens
FD Mediagroep is in Nederland een relevante partij op het gebied van handel in persoonsgegevens en andere data. Die persoonsgegevens worden onder meer verzameld via Het Financieele Dagblad en BNR (Business Nieuws Radio).

Verder is FD Mediagroep eigenaar van Company.Info, een Nederlands handelsinformatiebureau, dat gegevens rechtstreeks uit het handelsregister betrekt en actief persoonsgegevens verkoopt. Company Info heeft zich op de witwasbestrijdings- en terrorismefinancieringsbestrijdingsinformatiehandel gestort, met de UBO en compliance check.

Uit de jaarrekening 2017 van FD Mediagroep (een non-readable pdf wat het zoeken lastig maakt) blijkt dat de onderneming streeft naar verdere uitbouw van het databedrijf. Het databedrijf vertegenwoordigt op dit moment een kwart van de geconsolideerde omzet.

HAL Investments B.V. houdt volgens de eerder genoemde jaarrekening 99,2% van de geplaatste gewone aandelen en alle cumulatief preferente aandelen in de FD Mediagroep. HAL Investments B.V. is een 100% dochter van private investeringsmaatschappij HAL Investments Holding N.V.

Tot slot
Het zou voor mediabedrijven vanzelfsprekend moeten zijn dat niet wordt geprofileerd en geen persoonsgegevens aan derden worden verschaft.

Meer informatie:

  • Consumentenbond bericht van 3 november 2017 over onrechtmatig delen van persoonsgegevens met Facebook door bekende Nederlandse bedrijven: ANWB, Bankgiroloterij, De Bijenkorf, Essent, Heerlijk.nl, HelloFresh, Hotels.nl, FBTO, KLM, KPN/Telfort, Nuon, Persgroep, Postcodeloterij, Transavia, Oxfam Novib, Vakantieveilingen en de Vriendenloterij. Een aantal er van zeggen met de praktijken te zijn gestopt.
  • PostNL deelde langdurig zonder toestemming persoonsgegevens, bericht februari 2018 van de Consumentenbond.
  • De Persgroep, uitgever van onder meer het AD, de Volkskrant, Trouw, Het Parool, Brabants Dagblad, ED, Tubantia, BN DeStem, PZC, de Stentor, de Gelderlander en diverse regionale weekkranten, is net als de FD Mediagroep een datahandelaar, zie mijn blog van maart 2017.
Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

E-evidence opinion by the Meijers Committee

On 18 July the Meijers Committee has published comments on the proposal for a regulation on European Production and Preservation Orders for electronic evidence in criminal matters, the so-called “e-Evidence Regulation”.

The comments are critical:

  • The Committee questions the legal basis (article 82 TFEU).
  • It is recommended to reconsider the choice for a regulation.
  • The scope of the European Production Order includes a very large number of offences, including offences that are not considered to constitute a serious crime. The Committee recommends to reconsider the scope.
  • Clarification is needed in regard of the competent issuing authorities.
  • Stricter terms for the preservation of data are needed. If the issuing authority has confirmed that a subsequent European Production Order has been ‘launched’, though not yet ‘served’ there is no time limit for preservation of data.
  • The proposal lacks clarity on the involvement of private companies. These companies have to assess the refusal grounds; their legal position is unclear. The Meijers Committee takes the viewpoint that court involvement is necessary, because some grounds of refusal aim to protect interests of persons whose data are involved. An independent court is placed in a better position to decide on such grounds than the involved company can ever be, especially where it concerns very small companies such as startups.
  • Access to justice is inadequate.

In regard of the last point the Committee writes:

Access to justice
A final point of concern the Meijers Committee wishes to share has already been put forward several times, for instance in the context of the negotiations on the European Public Prosecutor’s Office. It concerns the problem that in the context of cross-border investigations, individuals may lack clear indications of where exactly (in which country, before which court) they have to bring their claims that rights or procedural rules are violated.
It has been argued that such indications are even less clear in cross-border investigations under the European Public Prosecutor’s Office, but the situation becomes even more pressing where – as proposed – judicial authorities can address European Production Orders and European Preservation Orders to service providers’ legal representatives or establishments. Under the proposed mechanism, it is very likely that a situation will arise in which the individual involved – either being a suspect or not – resides in another Member State than both the issuing Member State and the state on which territory the service provider’s legal representative or establishment is placed. Would that not lead to uncertainty under the fundamental rights acquis or otherwise, in which country the individual can lodge a complaint?

It is strongly recommended to clarify this in the proposal. The Meijers Committee underlines the importance of an effective and practical safeguarding of the right of access to justice. In view of that, it must be considered less obvious to only allow individuals to lodge their complaint in either the issuing Member State or in the state from whose territory a company preserved or transmitted the requested data. The Meijers Committee therefore suggests to seriously consider the possibility of explicitly allowing individuals to bring their complaints before a court in their state of residence.

More information: in a previous post (in Dutch but referring to English sources also).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Strafrecht | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geen referendabiliteitsbesluiten meer! | Wet raadgevend referendum ingetrokken

In januari 2016 ontdekte ik het bizarre fenomeen ‘referendabiliteitsbesluit’. Daar zijn we gelukkig van af, want ik las op 10 juli het bericht dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel tot intrekking van de Wet raadgevend referendum.

Vernieuwing van de democratie werkt niet via dit type referendum, met ongezonde bureaucratie en veel ruimte voor trollen en ander onguur volk.

Geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , | Een reactie plaatsen

AMLD4 | European Commission starts infringement procedures against Greece, Ireland and Romania

Today the European Commission announced that it is taking action against EU member states that have not transposed AMLD4 into national legislation:

Infringements: Commission refers Greece, Ireland and Romania to the Court of Justice for not implementing anti-money laundering rules

Today, the Commission referred Greece and Romania to the Court of Justice of the EU for failing to implement the 4th Anti-Money Laundering Directive into their national law.

Ireland implemented only a very limited part of the rules and is therefore also referred to the Court of Justice. The Commission proposed that the Court charges a lump sum and daily penalties until the three countries take the necessary action.

Věra Jourová, Commissioner for Justice, Consumers and Gender Equality said: “Money laundering and terrorist financing affect the EU as a whole. We cannot afford to let any EU country be the weakest link. Money laundered in one country can and often will support crime in another country. This is why we require that all Member States take the necessary steps to fight money laundering, and thereby also dry up criminal and terrorist funds. We will continue to follow implementation of these EU rules by Member States very closely and as a matter of priority.”

The Member States had until 26 June 2017 to transpose the 4th Anti-Money Laundering Directive into their national legislation. These rules reinforce the previously existing rules by:

  • strengthening the risk assessment obligation for banks, lawyers, and accountants;
  • setting clear transparency requirements about beneficial ownership for companies;
  • facilitating cooperation and exchange of information between Financial Intelligence Units from different Member States to identify and follow suspicious transfers of money to prevent and detect money laundering or terrorist financing;
  • establishing a coherent policy towards non-EU countries that have deficient anti-money laundering and counter-terrorist financing rules;
  • reinforcing the sanctioning powers of competent authorities.

Meanwhile, in the wake of the Panama Papers revelations and the terrorist attacks in Europe, the Commission proposed a 5th Anti-Money Laundering Directive to further step up the fight against money laundering and terrorist financing. These new rules aim at ensuring a high level of safeguards for financial flows from high-risk third countries, enhancing the access of Financial Intelligence Units to information, creating centralised bank account registers, and tackling terrorist financing risks linked to virtual currencies and pre-paid cards. These new rules entered into force on 9 July 2018 following its publication in the EU’s Official Journal and Member States will have to transpose the 5thAnti-Money Laundering Directive into national legislation by 10 January 2020.

Next steps
Regarding the 4th Anti-Money Laundering Directive the Commission has opened so far infringement procedures for non-communication of transposition measures against 20 Member States: 3 are currently at the stage of court referrals, 9 at the stage of reasoned opinions, and 8 at the stage of Letters of Formal Notice (see 8 previous reasoned opinions sent in December 2017, an additional 2 in March 2018).

In the meantime, a majority of Member States have adopted the relevant laws. The Commission is now carefully analysing whether these laws completely transpose the provisions of the 4th Anti-Money Laundering Directive before deciding on whether closing or proceeding with further infringements against Member States.

Background
In July 2017 the Commission opened infringement proceedings for non-communication of the transposition measures and sent a letter of formal notice to sixteen Member States, who had either not notified any measures (Bulgaria, Cyprus, Estonia, Greece, Finland, Hungary, Luxembourg, Latvia, Malta, the Netherlands, Poland, Portugal, Romania) or whose measure were not satisfactory (Ireland, Lithuania, Slovakia).

In November 2017 (Belgium and Spain) and January 2018 (Austria and France), the Commission opened infringement proceedings for non-communication of the transposition measures as the measures notified by these Member States represented only a partial transposition.

Last December 2017- 8 Member States (Bulgaria, Cyprus, Greece, Luxembourg, Malta, the Netherlands, Poland and Romania) had not yet notified any transposition measure. The Commission therefore sent them a reasoned opinion.

In March 2018 the Commission also sent a reasoned opinion to Slovakia and Ireland who – despite having notified to the Commission a partial transposition – had not yet transposed the main obligations of the 4th Anti-money laundering Directive into their national law.

Following these infringement steps, a majority of Member States have adopted the relevant laws. The Commission is now carefully analysing whether these laws completely implement the provisions of the 4th Anti-Money Laundering Directive before deciding on whether closing these infringements or further proceeding with infringements against Member States.

Today, the Commission has also sent reasoned opinions to Latvia and Spain and an additional reasoned opinion to Malta for failing to transpose the 4th Anti-Money Laundering Directive into national law as the assessment of the transposition laws notified by these countries has showed that the transposition is not complete.

For More Information
– 4th Anti-Money Laundering Directive and Funds Transfer Regulation
– The Supranational Risk Assessment Report
– The Staff Working Document on Financial Intelligence Units
– 5th Anti-Money Laundering Directive and factsheet
– On the key decisions in the July 2018 infringements package, see full MEMO/18/4486
– On the general infringements procedure, see MEMO/12/12
– On the EU infringements procedure

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Een reactie plaatsen

FIU Nederland: inwerkingtreding gewijzigde Wwft op korte termijn te verwachten

Uit onderstaand bericht van FIU Nederland kan worden afgeleid dat inwerkingtreding van de gewijzigde Wwft op korte termijn is te verwachten.

FIU Nederland:

Nieuwsflits Wijziging Wwft

Op 10 juli heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel tot wijziging van de Wwft in verband met de implementatie van de vierde Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4). Deze wetswijziging moet de voorkoming en bestrijding van witwassen en het financieren van terrorisme versterken. Wanneer de wetswijziging exact  in werking treedt is momenteel nog niet bekend. Het zal echter een kwestie van enkele weken, gerekend vanaf 10 juli 2018, zijn.

Met deze nieuwsflits informeren wij u over de gevolgen van deze wetswijziging voor de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties bij de FIU-Nederland. De wetswijziging betreft ook de andere ‘pijler’ van de Wwft, namelijk die van het cliëntenonderzoek. Voor vragen die daarop betrekking hebben, verwijzen wij u naar de Wwft-toezichthouders.

Wat betekent de wetswijziging voor meldingsplichtige instellingen?
De plicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de FIU-Nederland kent een aantal wijzigingen. Hieronder worden deze toegelicht.

[1] Beroeps- of bedrijfsmatig handelende kopers en verkopers van goederen
Beroeps- of bedrijfsmatig handelaren in goederen moeten opletten: de Wwft krijgt een ruimere toepassing op hun werkzaamheden. De definitie van wat wij aanduiden als ‘handelaren’ wordt aangepast zodat de Wwft van toepassing is  op “natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat.” 

Dit betekent dat deze handelaren al bij lagere contante transacties onder het bereik van de Wwft vallen en dus cliëntenonderzoek moeten verrichten en ongebruikelijke transacties dienen te melden. Bovendien geldt deze verplichting niet langer slechts voor de verkoop van de goederen, maar ook  voor de in- en aankoop ervan.

Volgens een gewijzigde objectieve indicator dienen zij alle transacties te melden “waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling een of meerdere voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag €20.000,- of meer bedraagt.”

[2] Aanpassing indicator risicolanden
De objectieve meldindicator die wij aanduiden (zie onze website) als Objectief02 wordt zo gewijzigd dat nu wordt verwezen naar een in EU-verband opgestelde lijst met landen:
Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.
De lijst met aangewezen landen is hier te raadplegen. Deze indicator, die voor alle meldergroepen geldt, houdt in dat alle transacties die voldoen aan deze indicator dienen te worden gemeld bij de FIU-Nederland.

[3] Verlaging meldgrenzen
Van een aantal objectieve indicatoren wordt de meldgrens verlaagd.

– De grens vanaf welke een transactie, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt, moet worden gemeld, wordt verlaagd van €15.000 naar €10.000.
Deze indicator (door ons aangeduid als Objectief04) geldt voor banken, bankachtigen, betaaldienstverleners en wisselinstellingen.

– De grens vanaf welke een contante storting ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) dient te worden gemeld, wordt eveneens verlaagd van €15.000 naar €10.000. Deze indicator (door ons aangeduid als Objectief05) is van toepassing op banken, bankachtigen, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen en betaaldienstagenten.

– Eveneens een verlaging van de meldgrens (van €15.000 naar €10.000) geldt voor de indicator die wij aanduiden als Objectief07: Een transactie voor een bedrag van €10.000 of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. Deze geldt voor belastingadviseurs, externe registeraccountants en accountant-administratieconsulenten, advocaten/notarissen/soortgelijke juridische beroepen, trustkantoren, makelaars / bemiddelaars in onroerende zaken.

– Voor speelcasino’s wordt de meldgrens voor 2 indicatoren verlaagd van €15.000 naar €10.000:
Objectief09: Een transactie voor een bedrag van €10.000 of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of buitenlandse valuta.
Objectief10: Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden voor een bedrag van €10.000 of meer.
Indicator Objectief10 geldt ook voor taxateurs.

– Bemiddelaars bij de koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen dienen transacties te melden waarbij deze goederen verkocht worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, indien het contant te betalen bedrag €20.000 of meer bedraagt. Dat was €25.000.

– Pandhuizen dienen transacties te melden waarbij een goed of goederen in de macht van het pandhuis gebracht worden en waarbij het door het pandhuis daarvoor ter beschikking gestelde bedrag €20.000 of meer bedraagt. Ook dit was €25.000.

Een belangrijke indicator blijft ongewijzigd: een transactie waarbij u aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme dient u te melden bij de FIU-Nederland.

[4] Het bewaren van bewijs van gedane meldingen

De verplichting tot het bewaren van bewijsstukken die aantonen dat een instelling een bepaalde transactie heeft gemeld bij de FIU-Nederland bestaat nu reeds. Maar deze verplichting is  in artikel 34 van de nieuwe Wwft veel specifieker omschreven. Neem hier goed nota van. Ook de ontvangstbevestiging die u van de FIU-Nederland na het doen van een melding krijgt, dient u te bewaren. Tenslotte is het belangrijk dat de in artikel 34 en elders in de Wwft genoemde bewaartermijnen niet worden ingeperkt door enige verplichting uit de AVG. De Wwft is leidend.

Antwoorden op veel vragen over de meldplicht en meldgrenzen kunt u na het in werking treden van de wet terugvinden op onze website.

Op deze pagina is een overzicht van Wwft-vindplaatsen te vinden. Dit bericht staat ook op mijn ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Afpakken en de mensenrechten | mag buiten de rechter om worden afgepakt

De afgelopen tijd is het zogenaamde ‘afpakken‘ bestuurlijk in de mode gekomen, zowel in Nederland als in de Europese Unie. Het heet ook wel “bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven “. In het Engels wordt het als ‘confiscation of assets‘ aangeduid. De ‘bevriezing‘ van tegoeden die de Europese sanctieregels voorschrijven, is een voorbode van ‘afpakken‘.

De neiging van de regelgevers is om dat ‘afpakken’ op een makkelijke manier te realiseren, dus het liefst zonder dat er een onafhankelijke rechter aan te pas komt. Het zal duidelijk zijn dat hier het risico aan verbonden is dat de overheid onzorgvuldig handelt zonder tijdig op de vingers te worden getikt.

In Bulgarije heeft een rechter onlangs besloten prejudiciële vragen aan het Europese Hof voorgelegd in een zaak die met „AGRO IN 2001“ wordt aangeduid. Die vragen komen op het volgende neer:

1. Is het de lidstaten toegestaan om bepalingen vast te stellen met betrekking tot een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Richtlijn 2014/42/ЕU)

2. Volstaat de loutere inleiding van een strafprocedure tegen de persoon wiens vermogen het voorwerp van de confiscatie is, voor het inleiden en uitvoeren van een civielrechtelijke confiscatieprocedure? (Artikel 1, lid 1 jo artikel 4, lid 1, richtlijn 2014/42/ЕU)

3. Is een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd, toegestaan? (Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2014/42/ЕU)

4. Kan alleen op grond van een discrepantie tussen de waarde van de voorwerpen en het legale inkomen van de persoon een eigendomsrecht worden ontnomen als rechtstreeks of indirect uit een strafbaar feit verkregen, wanneer geen definitief strafvonnis gewezen is waarbij is vastgesteld dat de persoon het strafbare feit heeft gepleegd? (Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

5. Voorziet de richtlijn in confiscatie bij een derde als aanvullende of alternatieve maatregel voor directe confiscatie of als aanvullende maatregel op ruimere confiscatie? (Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

6. Waarborgt de richtlijn de toepassing van het vermoeden van onschuld en verbiedt de richtlijn een confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Artikel 8, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

Informatie is bij ECER te vinden en lees ook het artikel van Martufi.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Strafrecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Anonimiseringsstructuren 2

Al eerder schreef ik over het fenomeen ‘anonimiseringsstructuren’ naar aanleiding van berichten over de commanditaire vennootschap (CV). Inmiddels heeft de staatssecretaris van financiën vragen over de commanditaire vennootschap en de vermeende fiscale ontwijkingsmogelijkheden beantwoord. Het parlement kreeg van de staatssecretaris een lesje civiel recht en fiscaal recht.

Strekking:

  • De commanditaire vennootschap is een reguliere rechtsvorm waarbij geen vermogen aan het zicht van de fiscus wordt onttrokken.
  • Door middel van het ubo-register zullen de uiteindelijk belanghebbenden bij de CV in het register worden opgenomen.
  • Er is geen reden om de civielrechtelijke regels rondom de CV te veranderen.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Personenvennootschap | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Consultatie DNB over garanties in koopovereenkomsten

Al eerder besteedde ik aandacht op dit blog aan de manier waarop verzekeraars voor zichzelf zorgen, met hulp van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Het begrip ‘verzekeren’ wordt zeer ruim geïnterpreteerd waardoor reguliere ondernemersafspraken plotseling vergunningplichtig worden.

Ik beveel daarom civilisten aan om deel te nemen aan de publieke consultatie die DNB houdt over garanties in koopovereenkomsten. De consultatie loopt tot en met 24 augustus 2018.

 

 

Onderstaand de aankondiging van de consultatie:

Consultatie over garanties in koopovereenkomsten
DNB heeft in de afgelopen periode onderzoek gedaan naar de vraag of een garantie in een koopovereenkomst kwalificeert als verzekering. Aanleiding hiervoor was een aanpassing in het bestaande factsheet over dit onderwerp op de DNB-website (juli 2017). Deze aanpassing leidde tot onduidelijkheid over de kwalificatie van dergelijke garanties en tot een publieke discussie over de vraag of de BOVAG-garantie al dan niet een verzekering is.

Maatstaf voor beoordeling
Uitgangspunt van de nu gepubliceerde concept-Q&A “Garantie in koopovereenkomsten, wel of geen verzekering?” is dat als aan de essentialia van een schadeverzekering uit het Burgerlijk Wetboek is voldaan, sprake kan zijn van een schadeverzekering, maar dat dit niet in alle gevallen zo is. Het uitgangspunt dat DNB bij de beoordeling van garanties in koopovereenkomsten hanteert, is of de garantie naar algemeen gangbare maatstaven als schadeverzekering kan worden aangemerkt. Ook de rechtsverhouding tussen betrokken partijen en de omstandigheden van het geval worden daarbij in aanmerking genomen.

Geen schadeverzekering
DNB geeft in de concept-Q&A aan dat zij in het licht van de algemeen gangbare maatstaven garanties in beginsel niet als schadeverzekering aanmerkt indien aan elk van onderstaande criteria is voldaan:

• de garantie een ondergeschikt onderdeel is van een koopovereenkomst (en daardoor als het ware wordt geabsorbeerd);
• de garantie uitsluitend betrekking heeft op de aard of een gebrek van het gekochte product; en
• de garantieperiode niet evident langer is dan de levensduur die redelijkerwijs van het gekochte product verwacht mag worden.

Reacties op de concept-Q&A zijn welkom en kunnen tot en met 24 augustus 2018 via het reactieformulier worden ingediend.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , | Een reactie plaatsen