Nationale Ombudsman: ‘De overheid is er voor de burger. En niet andersom.’

Op 12 april jl. maakte de Nationale Ombudsman het jaarverslag 2016 bekend. In de aankondiging benadrukt hij: ‘De overheid is er voor de burger. En niet andersom.

Ook het nationale taboe dat alle burgers zelfredzaam zijn, wordt door de Ombudsman aan de orde gesteld, als hij schrijft “Er zijn 2,3 miljoen mensen die moeite hebben met lezen en schrijven“.
De overheid zal bij het maken van regels en alle andere maatregelen er rekening mee moeten houden dat niet iedere burger hoogleraar is. Dat is ook belangrijk voor ondernemers en organisaties.

Daarom is één van de onderwerpen op de onderzoeksagenda de overheidsdigitalisering:

De overheid digitaliseert in hoog tempo. De Nationale ombudsman ontvangt klachten over identiteitsfraude, over niet kloppende gegevens en over gegevens die niet goed zijn gekoppeld. Daarnaast ontvangt de ombudsman klachten van mensen die niet met de overheid kunnen communiceren en dreigen te worden uitgesloten van overheidsvoorzieningen. Deze ontwikkeling vraagt van de overheid de alertheid dat mensen niet systematisch worden uitgesloten.

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ten policy recommendations for the G20 states in order to strengthen and protect consumers in digital markets

Recently a G20 summit took place, resulting a.o. in recommendations for the G20 states in order to strengthen and protect consumers in digital markets:

• Equal rights online and offline
• Digital providers must be held to account
• Access to affordable and good quality internet for all
• Information about digital products and services must be easy to access and understand
• Clear and fair terms of use
• Digital education and awareness must be stepped up
• Protection against fraud and abuse
• Control over personal data and privacy
• Effective redress and claims for damages
• Promotion of competitive markets

In German it sounds even nicer, see this pdf. It speaks about liability of providers, “Haftung von digitalen Dienstleistern” and about “Effektive Rechtsdurchsetzung und Schadenersatz“.

Probably it will take a long time before this is realized.

More information: this article

Geplaatst in English - posts in English on this blog, ICT, privacy, e-commerce | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord ubo-register | de privacy van de ubo – deel 2

Dit is deel 8 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.

Dit is voorlopig de laatste van deze serie. Mogelijk kom ik nog met aanvullende vragen en antwoorden.

Reminder: als u mee wil doen aan de consultatie over het ubo-register, 28 april 2017 is de laatste dag. Meer informatie via de internetconsultatiewebsite.


Vraag 27 – Is de toegankelijkheid van het ubo-register wel in overeenstemming met de Grondwet en de Europese regelgeving inzake privacy?

In Nederland kunnen wetten niet aan de Grondwet getoetst worden, wat vreemd is. Het is denkbaar dat de ubo-register regels in strijd met Europese regelgeving is, maar heb je wel een dikke portemonnee nodig, want dergelijke procedures zijn kostbaar; er moeten specialisten op het gebied van grondrechten en privacy worden ingeschakeld.

Lees over de kritiek van de Europese privacy toezichthouder op de Europese plannen inzake ubo-register dit bericht.


Vraag 28 – Word ik als ubo geïnformeerd als er gegevens over mij uit het register worden opgevraagd?

Het is geheim als bepaalde overheidsinstellingen gegevens opvragen. Ik heb nog geen gelegenheid gehad te zien of er een verplichting voor de Kamer van Koophandel bestaat om de ubo’s te informeren over gegevensverstrekking; het is goed mogelijk dat de privacywetgeving de Kamer van Koophandel daartoe niet verplicht.


Vraag 29 – Hoe blijf ik buiten het ubo-register?

Dit gaat heel lastig worden. Mogelijk wordt het financieel participeren door de ubo-maatregelen zo onaantrekkelijk dat mensen zich terug gaan trekken.
Wellicht grijpen UK en US hier kansen, nu zij een lange traditie hebben op het gebied van anonimiseringsconstructies. Of het verstandig is daar gebruik van te maken, is de vraag.

Het zou beter zijn als de toegang tot de ubo-gegevens via de regelgeving werd beperkt.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , | Een reactie plaatsen

VNO-NCW: Doorberekenen toezichtkosten moet stoppen

In een door VNO-NCW op 13 april jl. verspreid nieuwsbericht bepleit de organisatie dat de Nederlandse overheid moet stoppen met het doorberekenen van toezichtkosten aan ondernemers. Het is ongewenst dat de diensten van ondernemingen duurder worden als gevolg van de toezichtkosten, terwijl het om kosten gaat die betrekking hebben op de reguliere overheidstaak.

Ook de gereguleerde juridische beroepsbeoefenaren krijgen met dergelijke kosten te maken, waardoor hun concurrentiepositie verslechtert.

Het bericht van VNO-NCW:

‘Doorberekenen toezichtkosten moet stoppen’
VNO-NCW en MKB-Nederland betreuren het dat minister Blok van Veiligheid en Justitie de kritiek van de Raad van State op het doorberekenen van toezichtkosten naast zich neerlegt. De ondernemingsorganisaties vinden net als de raad dat toezicht zoveel mogelijk uit de algemene middelen moet worden betaald, en niet door de bedrijven die onder het toezicht vallen.

Steeds meer doorberekening
Voedselveiligheid, veilig transport en een stabiele en betrouwbare financiële sector zijn publieke belangen, stellen VNO-NCW en MKB-Nederland. ‘Toch worden de kosten van het toezicht daarop afgewenteld op het bedrijfsleven.’ De doorberekende kosten zijn sinds 2009 bij de Autoriteit Financiële Markten gestegen met 94 procent, en bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en De Nederlandsche Bank elk met 70 procent.

Uitzonderingsgronden
De Raad van State stelt dat er uitzonderingsgronden zijn voor het doorberekenen van toezichtkosten, zoals het profijtbeginsel en het principe van ‘de veroorzaker betaalt’. Maar volgens de raad houdt het kabinet zich onvoldoende aan die regels.

Geplaatst in Bestuursrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord ubo-register | de privacy van de ubo

Dit is deel 7 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 22 – Hebben aandeelhouders en andere betrokkenen bij rechtspersonen dan geen recht meer op privacy?

De wetgever vindt dat niet nodig en geeft ubo’s geen keus meer om de gegevens privé te houden voor het publiek. Er wordt door de wetgever gezegd dat er privacybeschermende maatregelen worden genomen, maar die zijn onvoldoende.


Vraag 23 – Wie hebben toegang tot het register?

Diverse overheidsinstellingen hebben toegang tot alle geregistreerde gegevens.

Alle overigen (onder meer bedrijven en particulieren) hebben toegang tot beperkte gegevens; verder kan bij de Kamer van Koophandel niet op naam van een persoon gezocht worden, maar bij anderen kan dat wel, zie vraag 26. Die beperkte gegevens zijn voldoende om heel interessant te zijn voor onder meer criminelen, commerciële aanbieders van persoonsgegevens zoals Experian en Graydon en vele anderen. Het is in de huidige digitale tijd al heel moeilijk om privégegevens privé te houden, door het ubo-register zal dit nog moeilijker worden.

NB Op grond van de huidige Europese richtlijn kan de toegang tot de ubo-gegevens worden beperkt tot personen met een rechtmatig belang. Van die mogelijkheid maakt Nederland in het consultatievoorstel geen gebruik.


Vraag 24 – Wat zijn commerciële aanbieders van persoonsgegevens?

Legale commerciële aanbieders van persoonsgegevens zijn onder meer de uitgever van de Quote 500, kredietbeoordelaars, marketingbedrijven en partijen die zakelijke persoonsinformatie aanbieden, zoals Company Info, Graydon, Experian en dergelijke. De laatstgenoemde commerciële aanbieders verkopen hun diensten aan alle ondernemingen die zich aan de anti-witwaswetgeving moeten houden.


Vraag 25 – Is er toezicht op commerciële aanbieders van persoonsgegevens?

Er is geen specifiek toezicht op deze ondernemingen. De ondernemingen moeten zich aan de Nederlandse en Europese security- en privacywetgeving houden. Of ze dat doen weet niemand. Dat het niet altijd goed gaat blijkt uit berichtgeving over Experian, die gegevens aan criminelen verkocht en berichten over World-Check, wiens terrorismedatabase uitlekt.


Vraag 26 – Klopt het dat in het ubo-register niet op de namen van de ubo’s kan worden gezocht?

In het consultatievoorstel staat dat alleen overheidsinstellingen in het register van de Kamer van Koophandel op naam kunnen zoeken. Als burger heb je daar niets aan, want zodra de ubo-gegevens in een commerciële personeninformatiedienst zitten, kan daar op naam worden gezocht.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord ubo-register | het doel en de middelen

Dit is deel 6 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 17 – Wat is het doel van het ubo-register?

Doel is de bestrijding van financieel-economische criminaliteit, waarop het etiket ‘witwassen’ wordt geplakt. Het begrip witwassen is zeer ruim gedefinieerd, zodat ieder crimineel voordeel er onder valt.


Vraag 18 – Gaat het ubo-register het doel bereiken?

Deskundigen verwachten dat criminelen er voor zullen zorgen dat zij niet in het register komen. De praktijk zal zijn dat persoonsgegevens van nette burgers de wereld in gestuurd zullen worden; als de gegevens eenmaal verspreid zijn is dat niet meer terug te draaien. Want we leven in een digitale samenleving. Het is hoogst twijfelachtig of het doel wordt bereikt.


Vraag 19 – Panama Papers was in Nederland toch een schandaal en een goede reden voor het Nederlandse ubo-register?

De Panama Papers heeft in Nederland veel publiciteit gegenereerd, maar voor de fiscus heeft het weinig opgeleverd. De reden is dat niet is gebleken dat de Nederlandse fiscus is benadeeld.
En verontwaardiging betekent nog niet dat er onverstandige maatregelen moeten worden genomen die gewone burgers benadelen.


Vraag 20 – Wat is het nadeel van de ubo-maatregelen?

Als gevolg van de maatregelen moeten vertrouwelijke persoonsgegevens van ubo’s worden bewaard door:

  • de Kamer van Koophandel,
  • alle ondernemingen die onder de Wwft vallen,
  • de rechtspersonen en ondernemingen die hun ‘eigen’ ubo’s moeten registreren.

Dat is een hoop dubbel werk en ook nog riskant voor de ubo’s. Wwft-plichtigen zullen uit angst voor straf overdrijven bij het verzamelen van gegevens en zullen ook gegevens van niet-ubo’s gaan registreren. Iedereen moet maatregelen nemen om de persoonsgegevens te beveiligen en datalekken melden.

Via onder meer de commerciële aanbieders van persoonsgegevens zullen de persoonsgegevens over de hele wereld worden verspreid en worden verkocht aan bedrijven, goede doelen en vele anderen.


Vraag 21 – Maar ik heb als ubo toch niets te verbergen?

Nou dan zou ik het boek van Martijn en Tokmetzis maar eens lezen: ebook, papieren boek.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Ubo-register | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord ubo-register | het economisch belang van de ubo

Dit is deel 5 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 15 – Hoe zit het met de registratie van het economisch belang van de ubo?

Volgens het consultatievoorstel wordt in het handelsregister opgenomen: de aard van het door de ubo gehouden economische belang en de omvang van dit belang, aangeduid in bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen klassen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar onderneming of rechtspersoon.

Ook moeten bewijsstukken bij het handelsregister worden gedeponeerd, in het voorstel omschreven als “afschriften van de documenten, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën, waaruit de aard en omvang van het economische belang blijkt“.

Op de registratieplichtigen rust de verplichting gedetailleerde gegevens te registreren over de door hun eigen ubo’s gehouden economische belangen.

Economisch belang: geen transparantie over wat het is
Over wat “economisch belang” inhoudt is geen informatie beschikbaar. Het is onbegrijpelijk dat er over iets wat zo essentieel is geen nadere informatie wordt verschaft.


Vraag 16 – Van ubo’s moet het economisch belang worden geregistreerd. Hoe gaat dat bij managers die als ubo worden aangemerkt?

Een antwoord op deze vraag heb ik nog nergens gelezen. Dit is even raadselachtig als de vraag waarom managers tot ubo worden gebombardeerd (zie daarover vraag 6).


Het bovenstaande bevat informatie per 16 april 2017. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , | Een reactie plaatsen

VAR: toetsing van algemene regels in het bestuursrecht | vergadering 19 mei a.s.

Op 19 mei a.s. houdt de VAR Vereniging voor bestuursrecht haar jaarvergadering, met wederom interessante preadviezen, die gaan over algemene regels in het bestuursrecht.

In de preadviezen wordt bepleit rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften (avv) en beleidsregels mogelijk te maken. Onder meer in het financiële recht zijn zeer veel regels zijn vastgelegd in avv en beleidsregels, zonder dat daarop democratische controle wordt uitgeoefend. Dat maakt het belangrijk dat die avv en beleidsregels bij de rechter ter discussie kunnen worden gesteld.

Op de site wordt het als volgt samengevat:

Op vrijdag 19 mei 2017 zal in Utrecht de VAR Jaarvergadering worden gehouden. Daar zullen drie preadviezen worden besproken onder de titel ‘Algemene regels in het bestuursrecht’. In zijn preadvies ‘Besturen met regels, volgens de regels’ betoogt Wim Voermans dat het openstellen van beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels zal bijdragen aan het hooghouden van democratisch rechtsstatelijke beginselen en de legitimiteit van overheidsoptreden zal versterken. Ook Roel Schutgens pleit in zijn preadvies onder de titel ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’ voor de invoering van bestuursrechtelijk beroep tegen algemene regels en bekijkt hoe zo’n beroep in het bestuursprocesrecht kan worden ingepast. In haar preadvies ‘Grip op normstelling in het datatijdperk’ ten slotte, gaat Anne Meuwese op zoek naar een positief reguleringskader voor normstelling door het bestuur in het datatijdperk.

Uit de uitnodiging:

Het preadvies van prof. mr. W.J.M. (Wim) Voermans is getiteld Besturen met regels volgens de regels. Hij beziet of er reden is om de uitsluiting van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van het recht van beroep bij de bestuursrechter in artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht te schrappen. Voermans geeft voor de beantwoording van die vraag een samenvatting en duiding van de uitgebreide juridische discussie over dit onderwerp. Ook onderzoekt hij of de realiteit van het moderne overheidsbestuur – bestuur 2.0 genoemd – argumenten oplevert om de discussie te verrijken. Hij signaleert in dat verband dat het bestuur steeds minder individuele besluiten neemt en er steeds meer wordt bestuurd met algemene regels die met minder garanties en minder controles zijn omgeven. Dat schuurt met democratisch rechtstatelijke beginselen. Het openstellen van beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels bij de bestuursrechter kan deze spanning verminderen, aldus Voermans.
Wim Voermans is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Ook prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens pleit in zijn preadvies onder de titel ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’ voor de invoering van bestuursrechtelijk beroep tegen algemene regels. Hij bekijkt hoe zo’n beroep in het bestaande bestuursprocesrecht kan worden ingepast en ziet daarbij weinig problemen. Sterker nog, de Awb is er al vrijwel volledig op toegeschreven en als artikel 8:3 Awb wordt geschrapt, is dat een grote stap in de goede richting. Op enkele punten doet Schutgens voorstellen voor de verdere inrichting van rechtstreeks beroep, onder andere op het gebied van de uitleg van het belanghebbendebegrip, bezwaar- en beroepstermijnen, uitspraakbevoegdheden en het aansprakelijkheidsrecht.
Roel Schutgens is hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Het preadvies van prof. dr. A.C.M. (Anne) Meuwese met de titel Grip op normstelling in het datatijdperk heeft een andere insteek. Zij onderzoekt wat de voortschrijdende digitalisering en dataficatie van publieke besluitvorming betekent voor het bestuursrecht en in het bijzonder voor de bestuursrechtelijke normering van de inzet van algemene regels. Meuwese meent dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat met het huidige begrippenkader voor algemene regels geen grip kan worden gehouden op de facto normstellingen. In dat kader presenteert zij drie ‘hervormingscenario’s’: finetuning van het huidige kader, metaregulering en beginselenbestuursrecht.
Anne Meuwese is hoogleraar aan Tilburg University.

Meer informatie: de site van VAR Vereniging voor bestuursrecht

Geplaatst in Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Vraag en antwoord ubo-register | welke persoonsgegevens worden geregistreerd?

Dit is deel 4 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 11 – Wie moeten ubo-gegevens registreren?

Op grond van de ubo-regelgeving zijn er drie verschillende soorten registraties:

  • Het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zie ook vraag 12.
  • De registraties van Wwft-plichtige ondernemingen. Zie voor een overzicht deze pagina van FIU Nederland. Zie ook vraag 13.
  • De registraties van alle ondernemingen en rechtspersonen die hun eigen ubo’s moeten registreren.

Op al bovenstaande registraties zijn de voorschriften van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing.

De Wbp schrijft onder meer voor dat degene die de persoonsgegevens van de ubo registreert passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer moet leggen om die persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen dienen te garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, dat sprake is van een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op naleving van de wet.


Vraag 12 – Over welke rechtspersonen c.a. worden welke ubo-gegevens door de Kamer van Koophandel geregistreerd?

Volgens het consultatievoorstel worden de volgende persoonsgegevens in het handelsregister opgenomen:

a. voor ingezetenen van Nederland: het burgerservicenummer;
b. voor niet-ingezetenen van Nederland: het burgerservicenummer, of een fiscaal identificatienummer van het land waarvan hij ingezetene is, voor zover hij daarover beschikt;
c. de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat;
d. de geboortedag, de geboorteplaats, het geboorteland en het woonadres;
e. de aard van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang en de omvang van dit belang, aangeduid in bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen klassen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar onderneming of rechtspersoon.
f. afschriften van de documenten op grond waarvan de gegevens, als bedoeld in a, b, c en d, zijn geverifieerd;
g. afschriften van de documenten, behorende tot bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën, waaruit de aard en omvang van het economische belang blijken.

De Kamer van Koophandel verzamelt die gegevens niet over alle Nederlandse rechtspersonen.

Uitzonderingen
Er zijn enige uitzonderingen, onder meer komen ubo’s van verenigingen van eigenaars en publiekrechtelijke rechtspersonen niet in het handelsregister.


Vraag 13 – Welke ubo-gegevens moeten rechtspersonen en andere entiteiten over hun eigen ubo registreren?

In het consultatievoorstel is wordt voorgesteld dat alle private rechtspersonen en ondernemingen als bedoeld in artikelen 5 en 6 Handelsregisterwet 2007 (hierna: registratieplichtigen) ubo-gegevens in hun eigen administratie moeten opnemen. De bij vraag 12 genoemde uitzonderingen zijn hier niet van toepassing. Dat betekent dat deze bepalingen ook gelden voor eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen, wat opmerkelijk genoemd kan worden.

Over de soort gegevens die registratieplichtigen moeten verzamelen, zegt het voorstel dat het moet gaan om:

toereikende, accurate en actuele informatie (…) over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn, met inbegrip van gedetailleerde gegevens over de door deze uiteindelijk belanghebbenden gehouden economische belangen

Dat is niet het lijstje dat bij vraag 12 is vermeld. Aangenomen mag worden dat de registratieplichtigen veel meer moeten verzamelen dan wat de Kamer van Koophandel registreert, ook omdat de registratieplichtigen degenen zijn die de ubo-gegevens bij de Kamer moeten aanleveren.


Vraag 14 – Is de ubo verplicht om informatie te verschaffen?

Volgens het consultatievoorstel is de ubo verplicht om de registratieplichtige alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is om te voldoen aan wat in vraag 13 is beschreven.


Het bovenstaande bevat informatie per 15 april 2017. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , | Een reactie plaatsen

Rijksoverheid kondigt modernisering bewijsrecht aan

In een nieuwsberichten van 10 april jl. kondigt de rijksoverheid modernisering van het bewijsrecht aan:

Experts komen met advies voor modernisering van bewijsrecht in civiele zaken
Nieuwsbericht | 10-04-2017 | 18:09

Partijen moeten vóórdat zij een civiele procedure starten alle relevante informatie over hun geschil verzamelen. Daardoor kunnen zij direct bij aanvang van de procedure hun bewijsmateriaal voorleggen aan de rechter, die dan sneller een beslissing kan nemen. Dit blijkt uit een advies van de expertgroep modernisering bewijsrecht dat vandaag aan minister Blok (Veiligheid en Justitie) is aangeboden. Het bewijsrecht in civiele procedures regelt hoe, wanneer en in welke mate partijen informatie mogen of moeten aanleveren om hun stellingen in een procedure te onderbouwen.
De expertgroep, bestaande uit mr. A. Hammerstein, prof. mr. W.D.H. Asser en prof. mr. R.H. de Bock, is in 2014 op verzoek van de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie begonnen aan een onderzoek naar de noodzaak en wenselijkheid van een herziening van het bewijsrecht. In de rechtspraktijk bestaat al enige jaren de wens het bewijsrecht in civiele procedures te moderniseren. Bovendien ontstond er naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel tot verbetering van het inzagerecht behoefte aan nader onderzoek en advies.
In hun advies geven de experts ook aan dat partijen beter in staat zijn hun geschil onderling op te lossen als zij over alle relevante informatie beschikken. Hierdoor is een rechterlijke procedure niet altijd meer nodig. Mocht dat toch gebeuren dan weten ze sneller wat de rechter van hun zaak vindt.
Minister Blok vindt de tijdige en volledige aanlevering van het bewijsmateriaal door partijen een belangrijke verbetering van het bewijsrecht en daarmee van het civiele procesrecht. ‘Op deze manier kunnen procedures sneller verlopen, wat veel tijd en geld bespaart’, aldus de minister. ‘Ook voor bedrijven die als eiser of verweerder in Nederland procederen, is een goede juridische infrastructuur gunstig voor het vestigingsklimaat.’ Hij is blij met het waardevolle advies. Het is een nieuwe stap in de modernisering van het bewijsrecht in civiele procedures. De minister gaat er dan ook van uit dat een volgend kabinet met de aanbevelingen goed uit de voeten kan.

Degenen die geen tijd hebben het hele rapport te lezen, kunnen de samenvatting (pdf, drie pagina’s) bestuderen.

Geen fishing expeditions

Aanbeveling 12 adviseert fishing expeditions af te wijzen:

Het verdient aanbeveling om een vordering tot inzage die zou leiden tot een zogeheten fishing expedition af te wijzen wegens ‘strijd met een goede procesorde’ dan wel ‘misbruik van bevoegdheid’. Zie par. 3.5.6.

Meer informatie:

Geplaatst in Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Een reactie plaatsen