Opsporing mag niet kritiekloos gebruik maken van conceptrapport bedrijfsrecherchebureau

Bij de opsporing maakt de overheid graag gebruik van particuliere informatie. Echter, niet alles kan worden uitbesteed, zo blijkt uit een recente strafrechtelijke uitspraak over onderzoek door een bedrijfsrecherchebureau naar verduistering van medische dossiers.

De rechtbank overweegt dat de politie kritiekloos is afgegaan op een conceptrapport van een bedrijfsrecherchebureau. Er is daardoor ten onrechte gebruik gemaakt van bijzondere bevoegdheden en alles wat door middel daarvan is verkregen, is onrechtmatig verkregen.

Uit de geschetste gang van zaken blijkt dat de politie het redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte, zonder enige toetsing of nader onderzoek naar de betrouwbaarheid, heeft gebaseerd op voornoemd conceptrapport van Hoffmann. De officier van justitie heeft ter terechtzitting in dit verband desgevraagd nog verklaard dat er tijdens het door Hoffmann uitgevoerde onderzoek door politie en/of justitie geen onderzoekshandelingen zijn gepleegd Hoewel de vraag of opsporingsfunctionarissen een ‘redelijk vermoeden’ mochten koesteren door de rechter slechts marginaal kan worden getoetst, kan naar het oordeel van de rechtbank hetgeen in de onderhavige zaak ten grondslag heeft gelegen aan de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 126n Sv, die toets niet doorstaan. Dit leidt ertoe dat al hetgeen naar aanleiding hiervan is verkregen van het bewijs dient te worden uitgesloten. Hetgeen resteert is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Meer informatie:
Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland 31 januari 2017

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Een reactie plaatsen

AML in Germany | implementation of AMLD4

Jan-Philipp Rose of Belmont Legal was so friendly to allow me to publish his article on anti-money laundering in Germany on this blog. It follows below.

The new Draft Law on Money Laundering and its Consequences for Businesses in Germany

Following lengthy discussions, the German government recently finalised a draft law regarding the fight against money laundering and financing of terrorism. With this draft law, the government implemented the fourth European directive on money laundering (which came into force on 25 June 2015, giving the European member states two years to implement the directive).
With respect to the German legislative process, the draft law will come into force with effect as of summer 2017.

Key Element – the Transparency Register
A key element of the new law is the creation of a so-called “Transparency Register” in which businesses will disclose their legal ownership structure. This applies in particular to a GmbH, the German form of a limited liability company.
However, the Transparency Register will also serve as a central point of contact for publications of the ownership structure, which are already in existence. For example, as the law stands, the shareholder list of a German GmbH is already filed with the Commercial Register. It will then be retrievable in the Transparency Register without any further notification by the respective GmbH.
This procedure will limit the administrative duties of the companies.
However, the obligation to notify about the legal owners of a company alone is not sufficient. Any and all beneficial owners that (i) hold more than 25% of the shares (ii) represent a quarter of the voting rights or (iii) exercise control in a comparable way will be mentioned.
This also applies to several persons acting together in order to reach the 25% threshhold, which consequently means that any control agreements between such parties will also be filed with the Transparency Register and the company has an obligation to enquire about the existence of such agreements.
It is the duty of investment companies to provide information on the beneficial owners.
The details of the beneficial owners comprise inter alia the full name, date of birth, place of residence and the type and extent of the economic interest.

Access to the Transparency Register
Initially, it was foreseen that access to the Transparency Register would be restricted and available only to persons with a justified interest for a fee. However, there a plans on a European level to change the fourth money laundering directive so that access will be free of charge.
The German draft law would then have to be adapted

Notification Obligation and Penalties
The notifications should be made by the companies by 1 October 2017. If this deadline is missed, fees of up to EUR 100,000 can become due. In case of systematic violations, penalties of EUR 1 million or twice the economic advantage can become due.

Further Amendments
The German Federal Ministry of Justice pointed out that – parallel to the changes described above – it is considering implementing changes regarding the shareholder list of a GmbH to be filed with the Commercial Register. In particular, the percentage of the shares of each shareholder should be indicated, thus allowing a direct identification of the shareholders holding more than 25% of the shares and consequently, a beneficial owner within the meaning of the draft law.

Jan-Philipp Rose, Belmont Legal

A pdf version of the article can be downloaded here.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Verschoningsrecht advocatuur in Duitsland

Uit een recent artikel in FAZ leid ik af dat het verschoningsrecht voor advocaten in Duitsland zeer beperkt is.
In het artikel “Wie sicher sind Kanzleien vor dem Staatsanwalt?” wordt beschreven dat de Duitse opsporingsinstanties invallen hebben gedaan bij onder meer advocatenkantoor Jones Day (actief voor Vokswagen) en Freshfields Bruckhaus Deringer. Het artikel meldt dat de Duitse advocatenorganisaties bezwaar maken tegen de invallen, maar intussen gebeurt het wel gewoon. Hoe zich het verhoudt tot de Europese beginselen van vertrouwelijkheid, meldt het artikel niet.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa | Tags: , | Een reactie plaatsen

Joep Beckers: punitief bestuursrecht ongeschikt voor zware sancties

Mooi is dat steeds meer proefschriften direct online beschikbaar zijn (jammer dat dit niet verplicht is). Dankzij het feit dat het proefschrift van Beckers over organisatiecriminaliteit openbaar is, kon ik het doornemen en nagaan of er ook aandacht wordt besteed aan het bestuursstrafrecht, dat op sommige terreinen belangrijker is dan het strafrecht.

Beckers schrijft in het slothoofdstuk op pagina 333 over de vraag over de verdeling van zaken tussen het punitieve bestuursrecht en het strafrecht:

Mijn onderzoeksresultaten onderstrepen nu juist het belang van deze vraag. Volgens mij zou het veel logischer en effectiever zijn om te proberen ieders kwaliteiten zo goed mogelijk te benutten. Vanwege de betrekkelijke doelmatigheid ervan, zou het punitief bestuursrecht zich vooral moeten richten op een efficiënte afdoening van veelvoorkomende, technische en relatief lichte overtredingen. Het strafrecht – met zijn morele geladenheid, maatschappelijke herkenbaarheid, en diepgravende opsporingsbevoegdheden en vergaande dwangmiddelen – daarentegen, zou zich in mijn optiek dienen te focussen op het grootste onrecht en de delicten waarmee maximale uitstralingseffecten kunnen worden gerealiseerd.

Dat betekent dat in het financiële recht sanctiebevoegdheden moeten worden weggehaald bij DNB en AFM, iets waar ik het helemaal mee eens ben (zie bijvoorbeeld dit artikel).

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuurlijke boete, Bestuurlijke sancties, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: | Een reactie plaatsen

WODC rapport over juridische dienstverlening zit er naast

Medio februari jl. is een rapport van het WODC over de juridische dienstverlening aan het parlement toegezonden. Het is te hopen dat op dit rapport geen acht wordt geslagen.

Enkele aantekeningen bij dit rapport:

  • Aandacht voor de toenemende compliance last als gevolg van beroepsregels en wetgeving, bijvoorbeeld op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), ontbreekt volledig. Ik hoor nu al dat notarissen meer tijd kwijt zijn met het vaststellen van de uiteindelijke belanghebbende van een bv dan met de overige notariële activiteiten. De hoge kosten die hiermee gemoeid zijn zullen er toe leiden dat de concurrentiepositie van advocaten en notarissen verslechtert ten opzichte van ‘goedkopere’ alternatieven die zich van dergelijke beroepsregels en wetgeving niets (hoeven) aan te trekken. Gevolg: de advocaat en notaris worden alleen ingeschakeld voor datgene waarvoor inschakeling verplicht is. De rest wordt gedaan door anderen.
  • De technologische ontwikkelingen zullen tot gevolg hebben dat de burger in de knel raakt (hoe de WODC-auteurs er bij komen dat de burgers juridisch mondiger worden is een raadsel, lees de Nationale Ombudsman er maar eens op na). Ook internationalisering en de toegenomen juridische rol van Europa zullen er toe leiden dat juristen nodig zijn om problemen op te lossen. De rol van Nederlandse juridische beroepsbeoefenaren zal daarom onverminderd groot blijven, met dien verstande dat meer gebruik gemaakt zal moeten worden van technische hulpmiddelen.
  • Een interessante vraag, niet door de WODC-auteurs gesignaleerd, is of grotere advocaten- en notariskantoren actief zullen worden op het gebied van het ontwikkelen van juridische software en als juridische uitgever zullen gaan acteren. Gelet op het vereiste van onafhankelijkheid is nl. onwaarschijnlijk dat IT-bedrijven advocaten- of notariskantoren in eigendom zullen krijgen.
  • Er worden allerlei verhalen overgeschreven van bekende roeptoeters als Richard Susskind, zonder te kijken naar de specifiek Nederlandse situatie. Voorbeeld: de auteurs stralen optimisme uit over het beschikbaar komen van juridische kennissystemen, terwijl daar in de praktijk niets van te merken is. Het omgekeerde is juist zichtbaar: IT-bedrijven hebben weinig zin om dergelijke systemen te ontwikkelen aangezien het ontwerpen ervan en het bijhouden veel te duur is voor een kleine juridische markt als Nederland. Het prangendste voorbeeld betreft een grote markt, nl. die van fiscale aangiftesoftware voor al diegenen die zich met belastingaangifte bezighouden (belastingadviseurs, administratiekantoren en accountants). Uit de hoek van de professionele gebruikers van fiscale aangiftesoftware hoor ik dat het aanbod onvoldoende is en dat de kwaliteit achterblijft.
  • Op dit moment beperkt het digitale aanbod voor juristen zich tot vakliteratuur in digitale vorm via de uitgevers, eventueel ter beschikking gesteld via content-integratie (Legal Intelligence, Rechtsorde); dat zijn geen kennissystemen. Voor zover ik weet is er een minimaal aanbod van juridische kennissystemen, het enige dat in me opkomt is BerkeleyBridge, dat ik lang geleden een keer getest heb en dat ik toen voor een klein kantoor nog niet bruikbaar vond.
  • Het valt op dat de auteurs van het WODC-rapport lijden aan de big data en blockchain-naïviteit die alom zichtbaar is. Dat ‘slimme algoritmen’ discrimineren lijkt bij hen niet bekend. Het zou goed zijn als de auteurs eerst eens een boekenkastje over deze onderwerpen hadden gelezen (intro: 1 en 2).
  • De auteurs signaleren dat er gespecialiseerde sites zijn ontstaan die suggereren dat zij digitale juridische dienstverlening bieden. Ik heb de indruk dat de kwaliteit van dat soort software mager is en dat het goed up-to-date houden een hels karwei is. Het doet me denken aan de modellen producten van de uitgevers, die niet bieden wat je mag verwachten.
  • De WODC-auteurs menen dat advocaten met een solopraktijk het moeilijk zullen krijgen, terwijl de cijfers juist een toename van eenmanspraktijken laten zien (op pagina 44 staat een mooi overzicht). Een omgekeerde redenering is ook mogelijk: dankzij een aanbod van goede digitale producten wordt het makkelijker om de praktijk in een klein kantoor te beoefenen.

Het rapport laat een rommelig beeld zien dat niet aansluit bij de werkelijkheid; de conclusies worden niet gedragen door de voorafgaande tekst. Een en ander doet denken aan het onvoldragen Ecorys product waar ik eerder over schreef.
Het wordt tijd dat het niveau van de wetenschappelijke rapporten over de juridische dienstverlening aanzienlijk wordt verhoogd.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce, Kantoororganisatie | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

AMLD4 | stand van zaken rondom wijzigingsvoorstel

Nog steeds is er geen duidelijkheid over de wijzigingen die in de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn (AMLD4) zullen worden aangebracht. Ook de invoering per 26 juni a.s. is nog niet van tafel. Die invoeringsdatum zal van tafel moeten, aangezien het zich laat aanzien dat het wijzigingsvoorstel ingrijpende aanpassingen zal bevatten.

Niet voor niets is stil rondom de Nederlandse implementatie van AMLD4: van een consultatie inzake het ubo-register is nog niets vernomen en ook het voorstel tot wijziging van de Nederlandse wet is niet ingediend.
Dit heeft geen zin, zo lang niet duidelijk is hoe AMLD4 gewijzigd gaat worden. De Nederlandse overheid is niet klaar met AMLD4, laat staan dat Wwft-plichtige ondernemingen in staat zijn om invulling te geven aan hun nalevingsverplichtingen (‘compliance’).

Inwerkingtreding: 26 juni 2017 kan niet meer worden gehaald

Het wordt tijd dat Europea officieel vaststelt dat inwerkingtreding van AMLD4 niet deze zomer plaats vindt en wordt uitgesteld, bij voorkeur tot 1 januari 2019.

Start onderhandelingen Europees Parlement met de lidstaten

Vandaag kwam ik een  bericht van Transparency International tegen waarin wordt gezegd dat het Europees Parlement ten gunste van een openbaar ubo-register zou hebben gestemd en dat de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement vandaag zouden starten. Op de Europese websites kon ik hier nog niets over vinden.

Zorgelijk is dat organisaties als Transparency International met betrekking tot AMLD4 de weg van “dik hout zaagt men planken” kiezen.
Fraudebestrijding is mooi, maar aandacht voor de risico’s van het openbare ubo-register en voor de doorgeslagen bureaucratie die het gevolg is van de compliance verplichtingen hoort niet te ontbreken.

Kennelijk is slordig actie voeren voor Transparency International belangrijker dan zorgvuldige Europese wetgeving die de burger niet beschadigt.

Meer informatie:

  • Artikel Transparency International Nederland over witwasbestrijding en ubo-register, “Onthullingen Global Laundromat: tijd om geld te ontschaduwen“.
    Dit artikel roept vele vragen op, zoals:
    # Wat is een “brievenbusfirma”, is dat iedere rechtspersoon? Als het niet iedere rechtspersoon is, waarom wordt het ubo-register dan niet beperkt tot “brievenbusfirma’s”?
    # Bestaan in Europa “anonieme lege vennootschappen”? Lijkt me niet, zulke gegevens staan toch in de handelsregisters en als dat niet in alle landen is geregeld, moet daar iets aan worden gedaan!
    # Staan in het ubo-register alleen criminele ubo’s van vennootschappen die moeten worden “uitgeschakeld”?
  • Informatie Europees Parlement van 9 maart jl.
  • Opinie van de Europese privacy toezichthouder EDPS

Dit bericht is ook op mijn ondernemingsrechtweblog gepubliceerd.


Aanvulling 22 maart 2017
Zie voor de reactie van Judith Sargentini op Twitter bij de reacties.

Aanvulling 23 maart 2017
Op CMweb stond op 21 maart jl. het artikel “Onduidelijkheid UBO-register: ‘Het beeld van weinig voortgang is breed in Europa herkenbaar’” naar aanleiding van een artikel van een PWC auteur. PWC kondigt een rapport aan inzake de impact van het ubo-register op familiebedrijven. Vorig jaar publiceerde CMweb een artikel van Richard van Berkel, “UBO-register: poorten voor socialmediaterreur gaan wagenwijd open“.

Aanvulling 24 maart 2017
In een persbericht laat de Europese Commissie weten dat er vandaag AML voorstellen worden besproken:

In the afternoon, Ministers will discuss the Commission’s proposals on terrorist financing, including on countering money laundering by criminal law and on mutual recognition of freezing and confiscation orders as well as a proposal concerning contracts for the supply of digital content.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Europa, Ubo-register | Tags: , , , , , , | 1 reactie

AMLD4 / report European Parliament

On 9 March the committee report was published on the proposal for a directive of the European Parliament and of the Council amending Directive (EU) 2015/849 on the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing and amending Directive 2009/101/EC (COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)).

The report is important for those who are following the developments around the 4th Anti-Money Laundering Directive (AMLD4).

More information: html, pdf.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Een reactie plaatsen

AMLD4 / KNB: geen rol notaris bij registratie van uiteindelijk belanghebbenden (ubo)

De KNB laat in een bericht weten dat het notariaat niet in staat is om vast te stellen wie de uiteindelijk belanghebbenden (ubo) van een rechtspersoon is. Alleen de entiteiten zelf zouden daartoe in staat (moeten) zijn, aldus onderstaand bericht.

Verder signaleert ook KNB het merkwaardige fenomeen van de statutaire bestuurder die door Europa tot ‘ubo’ wordt gebombardeerd en die hier ‘pseudo-ubo’ wordt genoemd (zie mijn eerdere bericht), zonder daar commentaar op te leveren.

Rechtspersonen moeten zelf info over UBO’s verstrekken
16-03-2017

Notarissen kunnen niet met zekerheid vaststellen wie de ultimate beneficial owner (UBO) van rechtspersonen of andere juridische entiteiten is. Een notaris kan daarover zelf dan ook geen verklaring afleggen. Alleen de entiteiten zelf kunnen informatie over hun UBO’s verstrekken. In de Vierde anti-witwasrichtlijn is bepaald dat de Europese lidstaten de entiteiten hiertoe moeten verplichten.
WWFT-instellingen, zoals notarissen moeten onderzoek doen naar UBO’s van rechtspersonen en andere juridische entiteiten voor wie zij WWFT-werkzaamheden verrichten. Het UBO-onderzoek is vast onderdeel van het cliëntenonderzoek in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Wie is UBO?
Een UBO is – kortgezegd – een natuurlijke persoon die een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een entiteit, begunstigde is van meer dan 25 procent van het vermogen van een entiteit of daarover bijzondere zeggenschap heeft, dan wel feitelijke zeggenschap in een entiteit kan uitoefenen.

Pseudo-UBO
Het kan zijn dat het aandelenbezit van een rechtspersoon is verspreid over een groot aantal aandeelhouders zodat de rechtspersoon volgens de definitie van het begrip UBO geen UBO heeft. In de nabije toekomst zal dit anders worden: met de implementatie van de Vierde anti-witwasrichtlijn zal iedere entiteit zijn UBO(‘s) moeten laten opnemen in het Handelsregister. Als er in technische zin geen sprake is van een UBO, moet de entiteit een hoger leidinggevende als UBO aanwijzen en in het Handelsregister laten opnemen. Deze persoon wordt ook wel pseudo-UBO genoemd.

UBO-onderzoek
In de praktijk is het lastig om de identiteit van de UBO(‘s) te achterhalen. De notaris kan de identiteit van de UBO(‘s) niet met zekerheid vaststellen. Als er zekerheid is over het aandeelhouderschap, staat daarmee de identiteit van de UBO(‘s) nog niet vast. Het kan zijn dat iemand anders de feitelijke zeggenschap in de entiteit heeft. Iets wat de notaris niet kan toetsen.

UBO-verklaring
Het komt voor dat de notaris wordt gevraagd – bijvoorbeeld door een bank – een verklaring over de identiteit van de UBO(‘s) af te geven. Waakzaamheid is dan geboden. De notaris kan alleen een verklaring over de identiteit van UBO(‘s) laten afleggen door een entiteit zelf. Uit een dergelijke UBO-verklaring moet blijken dat de verklaring van de entiteit zelf afkomstig is en dat de notaris de inhoud niet kan toetsen. De entiteiten zullen straks ook zelf het UBO-register moeten vullen. De gegevens die in het UBO-register worden opgenomen, zullen niet authentiek zijn. Om die reden wordt in de Vierde anti-witwasrichtlijn bepaald dat voor het UBO-onderzoek raadpleging van het UBO-register niet per definitie voldoende is. Het UBO-register wordt gezien als een hulpmiddel om de identiteit van de UBO(‘s) vast te stellen.

Waarschuwing tot slot
De notaris moet zich niet laten verleiden om zelf een UBO-verklaring af te geven. Dit zal met de komst van het UBO-register niet anders worden. Het UBO-register zal gevuld worden door de entiteiten zelf zodat de gegevens die in het UBO-register zullen zijn te vinden niet authentiek zijn. Dit in tegenstelling tot de gegevens die in het centraal aandeelhoudersregister zullen worden opgenomen, als dat er gaat komen. Het is niet voor niets dat het centraal aandeelhoudersregister wordt gezien als een welkome aanvulling op het UBO-register.

Wat hier door het KNB wordt opgemerkt, geldt ook voor andere dienstverleners, zoals accountants en advocaten.

Dit artikel is ook gepubliceerd op mijn ondernemingsrecht weblog.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CCBE on AMLD4 and Supra-National Risk Assessments AML

In its latest newsletter the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) has the following on anti money-laundering (AML):

Amendments to the 4th AML Directive
The CCBE is following developments regarding the proposed amendments to the 4th Anti-Money Laundering Directive (4th AML Directive). The CCBE has expressed concern about a number of provisions of the proposed amendments, including the provisions concerning Beneficial Ownership and the role of Financial Intelligence Units. The CCBE has examined a recent Opinion from the European Data Protection Supervisor (EDPS). The European Data Protection Supervisor is an independent institution of the EU which, with regard to the specific point of processing personal data, “is responsible for ensuring that the fundamental rights and freedoms of natural persons, and in particular their right to privacy, are respected by the Community institutions and bodies”. The Opinion analyses certain provisions of the proposed amendments to the 4th AML Directive. In its Opinion, the EDPS identifies a number of significant concerns relating to Beneficial Ownership provisions. The Opinion also identifies concerns regarding proportionality issues with respect to the role of Financial Intelligence Units, and proportionality concerns regarding the need to depart from the well-established risk- based approach. This Opinion also refers to concerns regarding the fact that the proposed amendments exceed the stated goal of countering money laundering and terrorist financing, and violate the principle of purpose limitation of gathering personal data. The CCBE shares the concerns of the EDPS and has expressed similar concerns.

Update on the Supra-National Risk Assessments (SNRA)
The Commission is continuing its work on Supra-National Risk assessments (SNRA). This involves assessing the level of “threat and risk” of money laundering and then assessing the “mitigating measures” for a number of sectors, including the legal sector. The CCBE is providing input to the Commission.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Langverwacht voorstel tot wijziging Handelsregisterwet ingediend

Op het ondernemingsrechtweblog signaleer ik dat een voorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet is ingediend, waarin een basis wordt gelegd voor registratie van bestuursverboden en waarin de regeling inzake ontbinding van inactieve rechtspersonen door de Kamer van Koophandel wordt aangepast.
Het overheidsregister van aandeelhouders en het Europees voorgeschreven ubo-register komen nog niet aan bod.
>>> Lees het artikel

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, overheidsregister van aandeelhouders, Rechtspersonenrecht, Ubo-register | Tags: | Een reactie plaatsen